Vraag?
Heb je het gehoord? Onze chef is gestorven.”
Ja en ik vraag me de hele tijd al af wie er samen met hem gestorven is.”
“Hoezo samen met hem?”
“Nou in de advertentie stond toch: “Met hem stierf een van onze bekwaamste medewerkers…”
Heb je het gehoord? Onze chef is gestorven.”
Ja en ik vraag me de hele tijd al af wie er samen met hem gestorven is.”
“Hoezo samen met hem?”
“Nou in de advertentie stond toch: “Met hem stierf een van onze bekwaamste medewerkers…”
Dit is het verhaal van een echtpaar dat al 26 jaar gelukkig getrouwd was. De enige irritatie in hun huwelijk was de echtgenoot zo’n vreselijke gewoonte had om ‘s ochtends bij het ontwaken vreselijk harde en stinkende scheten in bed te laten. Het geluid maakte zijn vrouw wakker, de geur sloeg op haar ogen en zorgde ervoor dat ze telkens boven de lakens naar lucht moest happen. Elke ochtend smeekte ze hem weer om te stoppen omdat ze er ziek van werd. Hij zei dat hij er niet mee kon stoppen omdat het een natuurlijke gewoonte was. De vrouw zei dat hij maar eens naar een dokter moest gaan omdat ze bezorgd was dat hij op een dag z’n ingewanden eruit zou schijten. Jaren gingen voorbij en de man ging maar door met zijn vervelende gewoonte. Tot op Kerstochtend de vrouw een kalkoen aan het bereiden was voor het kerstdiner. De man lag boven in zijn slaapkamer nog te slapen. De vrouw had de ingewanden uit de kalkoen gehaald en in een schaal gedaan en opeens kwam er een gemene gedachte in haar naar boven. Ze pakte de schaal en ging naar boven waar haar echtgenoot nog lag te slapen. Langzaam trok ze de lakens en zijn pyjamabroek naar beneden en ledigde de schaal met kalkoeningewanden in zijn broek. Even later hoorde ze haar echtgenoot wakker worden met het gebruikelijke lawaai van zijn scheten, gevolgd door een bloedstollende kreet en het geluid van voetstappen naar de badkamer. De vrouw kon zichzelf niet meer inhouden en rolde over de keukenvloer van het lachen. Ongeveer twintig minuten later kwam de man naar beneden in zijn met bloed besmeurde pyjamabroek met een hysterische blik in zijn ogen. De vrouw beet op haar lippen terwijl ze hem vroeg wat er aan de hand was. “Schat,” zei hij, “je had gelijk! Al die keren dat je me waarschuwde, en ik wilde maar niet naar je luisteren!” “Wat bedoel je?” zei de vrouw. “Nou, jij zei altijd al dat ik op een dag mijn ingewanden eruit zou schijten en vandaag is dat gebeurd….
Maar met de hulp van God, een flinke hoeveelheid Vaseline en deze twee vingers, heb ik het er weer terug in kunnen stoppen!!”
Om half twee ‘s nachts ging eergisteren de telefoon bij ons . Moeizaam kwam ik uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Osselaer?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn.
“Ja, inderdaad,” mompelde ik .
“Met Van Snick van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddellijk ophouden.”
De volgende nacht om twee uur belde ik naar Van Snick. “Hallo?” mompelde hij slaperig.
“Meneer Van Snick, met Osselaer van de overkant” riep ik door de telefoon!
“Om twee uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?”
“Meneer Van Snick, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb”.
“Hoe heet uw hond?” vraagt de doelman aan de scheidsrechter. “Ik heb helemaal geen hond.” Antwoord de scheidsrechter. Doelman: “Wat verschrikkelijk! Blind en toch geen hond!”
Er komt een toerist bij het meer van Galilea. De toerist wil een boot tochtje maken naar de overkant en vraagt wat dat kost. De man van de boot zegt 500 euro, de toerist schrikt zich rot en vraagt waarom het zo duur is. De man vertelt dat op DIT meer, Jezus helemaal naar de overkant is gelopen. Waarop de toerist zegt: “Tja vind je het gek met deze prijzen.
Een ober ligt op de operatietafel. Er komt een chirurg langs die hij herkent als een vaste gast uit zijn restaurant. “Oh, dokter, help me alstublieft”, steunt hij. “Spijt me”, grijnst de chirurg, “Dit is helaas mijn tafel niet. Maar mijn collega komt zo!”
De meester vertelt dat er menseneters hebben bestaan. Vraagt hij: “In welke streken kwamen die voor?” “In Volendam.” beweert Marieke.
“Hoe kom je daar nu bij?” vraagt de meester hoogst verbaasd.
“Dat staat in het aardrijkskundeboek.” antwoordt Marieke.
“Daar staat dat de bewoners daar leven van de toeristen!”