Vraag?
Heb je het gehoord? Onze chef is gestorven.”
Ja en ik vraag me de hele tijd al af wie er samen met hem gestorven is.”
“Hoezo samen met hem?”
“Nou in de advertentie stond toch: “Met hem stierf een van onze bekwaamste medewerkers…”
Heb je het gehoord? Onze chef is gestorven.”
Ja en ik vraag me de hele tijd al af wie er samen met hem gestorven is.”
“Hoezo samen met hem?”
“Nou in de advertentie stond toch: “Met hem stierf een van onze bekwaamste medewerkers…”
Een belg komt een restaurant binnen en ziet een muntje op tafel liggen, hij loopt er naar toe en pakt hem op, maar het muntje zegt: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De belg gooit het muntje terug op tafel en rent het restaurant uit. Een paar seconden later komt er een Frans man binnen en ziet ook het muntje op tafel en pakt hem op en het muntje zegt meteen weer: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De fransman doet precies het zelfde als de belg en rent dus het restaurant uit zonder het muntje. Dan komt er een Nederlander het restaurant binnen en pakt hetzelfde muntje op en het muntje zegt : “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel waarop de Nederlander zegt: “ik ben de geest van akkie en doe het muntje in mijn zakkie”.
De moeder van Jantje komt boven en zegt tegen Jantje; “Jantje maak je bed nou eens op.” ”Ja mam”, zegt Jantje en gaat naar boven om z’n bed op te maken. Jantje gaat eerst naar de badkamer even later komt hij naar buiten met z’n moeders make up doos. En even later gaat hij z’n kamer in om z’n bed op te maken. Na een tijdje komt zijn moeder boven om te kijken hoe hij z’n bed netjes maakt. En dan schreeuwt moeder ineens;”wat doe jij met mijn make up op jouw bed! zegt jantje;”maar ik moest mijn bed toch op maken?
Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt:
“Dat kan ik ook.”
De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.”
Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur.
“Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat.
“Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat:
“Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!”
“Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.”
De advocaat betaald en loopt boos weg.
De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt:
“Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.”
“Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.”
Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje.
“Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat.
“Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.”
De advocaat betaald en loopt nog bozer weg.
De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe.
“Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.”
De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij:
“Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.”
De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt:
“Hier heeft u uw 1000 euro.”
Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd.
“Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”
De monteur zegt:
“U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”
Oma is op bezoek bij haar kleinzoon die op zijn beurt een zoontje van 2 heeft . De kleine gaat slapen in een hoogslaper. Zegt oma : is dat niet gevaarlijk om dat kind in zo’n hoog bed te leggen. Nee hoor zegt de kleinzoon. Dat hebben we opzettelijk gedaan zodat we het zeker horen als hij er uit valt
Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch gewoon efkes oen pasje zeen…..”?
Een man fietst voortdurend langs Paleis Soestdijk. Op een gegeven moment rijdt hij de oprijlaan op en zet zijn fiets tegen het paleis neer. Meteen wordt hij op zijn nek gesprongen door twee marechaussees. “U moet die fiets daar weghalen,” zegt de een. “Waarom?”, vraagt de man. “Prins Bernhard komt zo langs,” zegt de marechaussee. “Nou en,” zegt de man, “hij staat toch op
slot?”