Similar Posts
Jesus en Mozes
Er komt een toerist bij het meer van Galilea. De toerist wil een boot tochtje maken naar de overkant en vraagt wat dat kost. De man van de boot zegt 500 euro, de toerist schrikt zich rot en vraagt waarom het zo duur is. De man vertelt dat op DIT meer, Jezus helemaal naar de overkant is gelopen. Waarop de toerist zegt: “Tja vind je het gek met deze prijzen.
Mijn Zwager
Als gevolg van een hartstilstand ondergaat een man een open hartoperatie. Na de ingreep ontwaakt de man uit zijn verdoving en ziet zich verzorgd door nonnetjes in een katholiek ziekenhuis. Terug bij zijn zinnen vraagt een verpleegster Non hoe hij zijn rekening gaat betalen. Ze vraagt hem of hij een ziekteverzekering heeft. Hij antwoordt met nog kleine zwakke stem : “geen ziekteverzekering”. “Hebt gij geld op de bank”? Hij antwoordt : “Geen geld op de bank”. Zij vervolgt: “Hebt je familie die je kan helpen”? Hij: “ik heb maar één zus, oude jonge dochter, Non in een klooster”. De zuster wordt kwaad en zegt: “Nonnen zijn geen oude jonge dochters en zijn gehuwd met God”!!
En de man antwoordt: “Stuur de rekening dan naar mijn zwager ! “
Appelpitjes
Een Vlaming zit in een park op een bankje appelpitjes te eten.
Komt er plots een Hollander naast zitten.
Vraagt die Hollander “Nou, wat ben jij aan het eten zeg?”
“Appelpitjes” zegt de Vlaming
“Nou, waarom eet iemand nou in Jezus naam appelpitjes”
“Awel…” zegt de Vlaming “omdat ge daar slim van wordt.”
“Sooo, en verkoop je er niet een paar?” vraagt die Hollander dan weer.
“Ja zenne” zegt de Vlaming “Voor 2,50 EUR per stuk”
“Wel, geef mij er dan maar 4” zegt de Hollander en geeft 10 EUR aan de Vlaming en eet zijn 4 appelpitjes op.
Even later zegt die Hollander “Zeg, eigenlijk had ik voor 10 EUR heel wat appels kunnen kopen, en dan had ik de appelpitjes er gratis bij”.
“Zie je” zegt de Vlaming “Het begint al te werken.
Jongen of meisje
Er liggen twee baby’s naast elkaar in het ziekenhuis. Vraagt de ene baby aan de andere: ‘Ben jij een jongen of een meisje?’ ‘Een jongen!’ antwoordt de andere baby. ‘Hoe weet je dat?’ De jongen kijkt onder de dekens en steekt zijn voeten onder de dekens uit. ‘Kijk, blauwe sokjes!’





