Similar Posts
Een goede daad
Er komt een man bij Sint-Petrus aan de hemelpoort. Sint-Petrus vraagt hem of hij tijdens zijn leven op Aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.
“Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de man.
“Ik kwam langs een parkeerplaats op de A2 en daar was een groep motorrijders een paar vrouwen aan ‘t lastigvallen.Ik riep dus dat ze daar moesten mee ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste toe gestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een flinke stomp op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing eruit getrokken. Daarna heb ik naar die andere leernichten geroepen: ‘En nu oprotten jullie, of ik leg jullie er allemaal naast!'”
Petrus was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”Antwoordt de man: “Een half uur gelden volgens mij.”
Benzine
Twee jongens komen bij een service station. “Vlug geef ons elk een liter benzine!” Na tien minuten zijn ze weer te- rug. “Het was niet genoeg we moeten nog tien liter hebben!” De pompbediende vraagt:” Waarvoor hebben jullie toch al die benzine nodig?” “Stel alsjeblieft geen vragen, opschieten! De school staat in brand!”
Een beetje flauw
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag: “Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?” Waarop de student antwoordt: “Een telescoop.” “Goed,” zegt professor, “en om naar bacteriën te kijken?” “Een microscoop.” “Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?” Waarop de student vraagt: “Kan dat dan?” “Ja,” zegt de professor. “Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”
De Hoed
Een man zoekt al dagen naar z’n hoed. Uiteindelijk is die niet te vinden. Hij beslist dan maar om zondags naar de kerk te gaan en achteraan plaats te nemen. Tijdens de dienst zou hij dan er vanonder muizen en een van de hoeden nemen die achteraan worden geplaatst. Die zondag gaat hij naar de kerk en zet zich achteraan. De dienst ging over de 10 geboden. De man bleef de gehele dienst zitten i.p.v. vroeger door te gaan en na de dienst gaat hij nog even bij mijnheer pastoor. ‘Vader,’ zegt hij, ‘ik moet wat bekennen. Ik kwam hier vandaag om een hoed te stelen, maar na jouw preek heb ik beslist dit niet meer te doen, waarvoor dank.’ De priester zei hem: ‘God zegene u mijn zoon! Was het tijdens m’n uiteenzetting over: ‘gij zult niet stelen’, dat je het besef kreeg dat je verkeerd zat?’
‘Neen,’ zegt de man, ‘het was tijdens je preek over overspel. Toen je daarover begon, wist ik weer waar ik hem had gelaten.’
Ziektewet
Een Duitser, een Engelsman en een iemand uit Afrika zitten in een restaurant. Aan de overkant zit een man te eten die sterk op Jezus lijkt ; De Duitser kan het niet laten te zeggen dat hij écht wel sterk op Jezus lijkt.. “Ik ben Jezus”, zegt de man. Dat treft, zegt de Duitser, ik ben een goed katholiek en misschien kun je mij van mijn migraine afhelpen… Jezus raakt zijn voorhoofd aan en meteen houdt de pijn op. De Duitser vertelt het verhaal aan zijn tafelgenoten en de Engelsman gaat nu op Jezus af: Ik heb een ongeneeslijke reuma, met uw genade zal ik genezen. Jezus raakt de schouder van de Engelsman aan en hij is meteen van z’n kwaal verlost. De Engelsman vertelt zijn verhaal, maar de Marokkaan geeft geen krimp. Na een poosje komt Jezus aan de tafel en vraagt aan de Afrikaan : Zeg vriend, heb jij geen enkele ziekte of pijn? Waarop de Afrikaan zegt : waag het niet om mij aan te raken, ik ben in de ziektewet!




