-
-
-
-
-
Humor uit het Klooster
Moeder Overste van het klooster is wakker geworden in een opperbeste stemming, en beslist de ronde van de kloostercellen te doen.
– Goeie morgen, Zuster Marie-Josephe, ik vind je deze morgen zeer knap, en wat je draagt staat je beeldig!
– Ook goeie morgen, Moeder Overste, maar ik heb de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!
Het antwoord beviel haar niet erg, maar toch besliste ze haar cellenrondgang voort te zetten.
– Goeie morgen Zuster Maria, ik vind je zeer goed deze morgen en wat je draagt staat je uitstekend!
– Dank je Moeder Overste, ik vind je ook netjes, maar ik heb toch de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!
De overste bijt zich op de lippen en vervolgt haar rondgang, maar van alle nonnen krijgt ze hetzelfde antwoord.
Als ze bij de vijftiende non arriveert, staan haar zenuwen op springen en met de tanden op elkaar zegt ze:
Dag Zuster Noëlla, wees eens vriendelijk en … vind jij ook dat ik deze morgen de verkeerde kant uit bed ben gestapt?
– Ja, Moeder Overste …
– En waarop baseer je je???
– Je draagt de sandalen van Pater Emile!! -
Kerstgratificatie
De directeur van een grote firma vraagt aan de adjunct directeur wat deze gedaan heeft met zijn kerstgratificatie. Deze antwoord dat hij er een fraaie auto van gekocht heeft. En de rest van het geld informeert de hoofddirecteur? Dat heb ik op de bank gezet is het antwoord. Daarna komt de hoofddirecteur bij mijn chef en vraagt ook hem, wat hij met zijn gratificatie gedaan heeft. Een fraaie reis naar het buitenland voor geboekt antwoord mijn chef. En de rest van het geld vraagt de hoofddirecteur nieuwsgierig. Ook mijn chef blijkt dat op de bank gezet te hebben. Nu is het mijn beurt en ook ik krijg de vraag wat ik met mijn kerstgratificatie heb gedaan. Een paar nieuwe schoenen van gekocht antwoord ik vol trots. En de rest van het geld? vraagt de hoofddirecteur. Dat heeft mijn moeder bijgelegd.
-
Artridis
Een dronken, fel naar alcohol ruikende man zat in de metro naast een priester.
Zijn das zat vol vlekken, zijn wangen zaten vol rode lippenstift en een halflege fles Bacardi stak deels uit de zak van zijn verkreukte vest.
De man opende zijn krant en begon erin te lezen.
Na een vijftal minuten richtte hij zich tot de priester en vroeg:
“Zeg, eerwaarde, weet u de oorzaak van artritis?”
“Ja, mijn zoon, dat komt door erg losbandig te leven, te veel alcohol te drinken, niet naar de mis te gaan, te slapen met prostituees, geen bad te nemen, enzovoort.”
“Oh merci”, mompelde de dronken man terwijl hij weer in zijn krant dook.
De priester, nadenkend over wat hij gezegd had en een beetje nieuwsgierig geworden vroeg aan de man: “Neem me niet kwalijk maar hoe lang heb je al artritis?”
“Ikke? Ik heb geen artritis, eerwaarde, maar ik heb net in de krant gelezen dat de paus dat heeft. -
Hoe noemen we??
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Nou dus die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag:
“Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?”
Waarop de student antwoordt:
“Een telescoop.”
“Goed,” zegt professor, “en om naar bacterien te kijken?”
“Een microscoop.”
“Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?”
Waarop de student vraagt:
“Kan dat dan?”
“Ja,” zegt de professor.
“Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!” -
Ambtenaar
Een ontslagen ambtenaar meldt zich voor zijn eerste werkdag bij de supermarkt. De manager begroet hem joviaal, geeft hem een bezem en zegt: “Jouw eerste taak is om de vloeren aan te vegen.” De ex-ambtenaar kijkt de manager verbaasd aan en stamelt: “Maar, ik was hiervoor een hoge ambtenaar.” Oh sorry, dat wist ik echt niet, zegt de manager, Geef mij die bezem maar, dan doe ik het even voor!
-
De Moraal
Kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze dat verhaal vertellen.
Mieke vertelt:
“Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken”.
De moraal luidt: “Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen”.
Elsje vertelt:
“Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen”.
De moraal luidt: “Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen”.
Dan vraagt de juf aan Ellen:”En hebben jouw ouders ook een verhaal verteld?”
“Ja”, antwoordt Ellen, mijn papa heeft ons verteld over zijn zus, tante Annie.
Onze tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Irak. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij zich had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die alvast kwijt.
Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer, toen waren haar kogels op.
Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af.
De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
De juf kijkt Ellen ontdaan aan en vraagt na enige stilte: “En heeft je papa je ook een moraal bij dat verhaal verteld?”
Ellen antwoordt: “Jazeker, je kunt beter uit de buurt van tante Annie blijven als ze gezopen heeft.






