Een Slak
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Een ambtenaar is achter z’n bureau te suffen in het middagzonnetje. Opeens ziet hij een spin en denkt: ‘Die ga ik dood trappen.’ Net op het moment dat hij z’n voet wil neerzetten hoort hij de spin met een zacht stemmetje spreken: ‘Nee, niet doen, als je me in leven laat mag je 3 wensen doen!’ ‘Hmm,’ denkt de man, “al goed, ik laat je heel, maar dan wens ik op een onbewoond tropisch eiland te wonen.” PLOEP. De man zit op een prachtig exotisch eiland. De spin vraagt: ‘Je hebt nog 2 wensen over, dus zeg het maar!’ “Oké,” zegt de man, “ik wil 3 bloedmooie jonge dames om me heen.” PLOEP. Drie welgevormde dames om de man. ‘Je hebt nog een wens over, dus denk goed na!’ “Nee, dat hoeft niet,” zegt de man, “ik weet het al, ik wil de rest van m’n leven een lekker lui leventje lijden.” PLOEP. En hij zit weer achter zijn bureau!
De nieuwe inspecteur staat wat hulpeloos bij de papierversnipperaar. ‘Kan ik helpen?’ vraagt een secretaresse. ‘Ja,’ zegt hij. ‘Hoe werkt dat ding?’ ‘Heel simpel,’ zei ze, pakte het dikke dossier en stopte hem in de versnipperaar.
‘Bedankt, maar waar komen de kopieën er nu uit?’
Een vader begint tegen zijn zoon over Sinterklaas. Waarop zijn zoon antwoordt:
“Ach, schei toch uit met je Sinterklaas. Ik heb alles gevonden in de kelder, het kostuum, de baard en die staf. Ik geloof allang niet meer in Sinterklaas. En,” zegt hij, “nou we toch kerels onder elkaar zijn, met die ooievaar kan je ook wel inpakken.”
Antwoordt zijn vader: “O ja, weet je dan hoe het wel gaat?”
“Ja,” zegt hij, “kinderen worden geboren en ik zal net zo lang zoeken tot ik die boor ook gevonden heb.”
Er komt een man bij de dokter en zegt: “Dokter ik voel me niet lekker.” De dokter onderzoekt hem en vraagt hem de volgende week terug te komen. Na een week komt de man terug en vraagt: “Nou dokter wat is de uitslag? ”, “Ik heb slecht nieuws voor u, u heeft nog maar één maand te leven” zegt de arts “Weet u al wat u in die tijd gaat doen?” “Dan ga ik bij m‘n schoonouders wonen” zegt de man. “Hoe komt u daar zo bij?” vraagt de arts verbaasd. De man: “Nou, dan kan een maand lang duren”
Een man en een vrouw zitten rechtover tegen elkaar in de trein, de vrouw zegt tegen de man telkens als je me aankijkt en naar mij glimlacht heb ik de neiging om je bij mij thuis uit te nodigen, wauwww zegt de man is het liefde op het eerste gezicht, nee zegt de vrouw ik ben tandarts.