Pilotengrap

De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”

Similar Posts

  • Jehova-getuige

    Er komt een Jehova-getuige bij een man aan de deur.

    Vraagt hij: “Kent u Jezus?”

    Zegt de man: “Ja, sterker nog… dat ben ik!”

    Zegt de Jehovagetuige: “Dat geloof ik niet. Kunt u dat bewijzen?”

    Dus die man loopt naar de deur van de buurvrouw en belt aan.

    Zij doet open.

    Zegt hij: “Mag ik een kopje suiker lenen?”

    Zegt de buurvrouw: “Jezus… alweer?”

  • Op scheppen

    Drie jongens zitten aan tafel op te scheppen over hun vaders.
    “Mijn vader is rechter en iedereen moet hem aanspreken met Uwe Excellentie.”
    “Dat is nog niets, mijn vader is koning en iedereen moet hem aanspreken
    met Uwe Majesteit.”

    “Mijn vader weegt 150 kilo en als de mensen mijn vader zien, zeggen ze:
    Oh Grote God.”

  • Wandelaars

    Een parkwachter gaf instructies aan een groep wandelaars. Hij waarschuwde: “Het is niet uitgesloten dat u een grizzlybeer tegen komt. Maar grizzly’s gaan mensen meestal uit de weg, en daarom is het goed als u een aantal belletjes aan uw rugzak bevestigt. Dan horen ze u aankomen en krijgen ze de kans om te vluchten. In de kampwinkel kunt u belletjes kopen voor twee Euro per stuk. Als u uitwerpselen van een grizzlybeer op uw pad vindt, kunt u maar beter maken dat u wegkomt!” “Maar hoe weten we of het de poep van een grizzly is?” vroeg een van de wandelaars. “Oh, geen probleem. Dat ziet u meteen. Uitwerpselen van de grizzly’s zitten namelijk vol met belletjes”.

  • Slim

    Rijdt een Arabier op zijn kameel, met zijn vrouw tien meter voor hem.Drie oude, wijze Arabieren zien het hoofdschuddend aan. Een van de oude mannen vraagt aan de man: “Waarom laat je jouw vrouw voor je, want in de Koran staat dat ze tien meter achter je moet rijden!”

    “Dat is wel zo”, zegt de Arabier, “maar toen Mohammed de Koran schreef waren er nog geen bermbommen”

  • Vlaamse Vissen

    Een Vlaming ging op een dag vissen in Wallonië en ving drie karpers.
    Toen hij naar huis reed werd hij tegengehouden door een Waalse opzichter die het niet zo op Vlamingen begrepen had. Hij moest zijn visvergunning tonen en de visser haalde een geldige Waalse vergunning boven. De wachter pakte dan een van de karpers, rook aan het achterste en zei: “Dit is geen Waalse vis, dit is een Noorse vis? Heb jij hiervoor een vergunning?” De Vlaming haalde een Noorse vergunning boven. De wachter keurde ze en greep een andere vis en rook weer aan het achterste. “Dit is geen Waalse vis, dit is een Nederlandse vis. Heb jij een Nederlandse vergunning?” De Vlaming ging in zijn zakken en toonde een Nederlands papier. De wachter nam de derde vis en rook aan het achterste. “Dit is een Duitse vis, heb jij hiervoor een vergunning?” En weer ging de jager in zijn zakken en toonde een Duitse vergunning. De wildwachter raakte nu enorm gefrustreerd en schreeuwde naar de Vlaming: “Waar ben jij, verdorie, toch wel van afkomstig?” De Vlaming draait zich om, laat zijn broek zakken, bukt voorover en zegt: “Ruik jij het maar, jij bent de expert.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *