Twee pastoors

Twee pastoors lopen op straat te wandelen en de een vraagt de ander: ‘Denk je nou werkelijk dat we het nog zullen beleven, dat het Vaticaan ons toestemming geeft om te trouwen?’ Waarop de andere pastoor ontkennend z’n hoofd schudt en zuchtend antwoordt:

‘Wij niet… onze kinderen misschien wel.’

Similar Posts

  • Golven

    De heilige Johannes is samen met twee anderen aan het golven. Hij heeft de afgelopen 2000 jaar flink geoefend en is dus een echte professional geworden. Hij slaat de bal, een pracht van een slag, in drie slagen heeft hij de bal in de hole gespeeld. “Heel goed, heel goed” zegt Jezus, een van de twee andere golfers. “Nu ik.” Hij slaat de bal .. pats, met een flinke plons komt hij in de vijver terecht. Maar de bal blijft drijven en Jezus loopt zo over het water naar de bal en slaat hem in de hole. “Zo! Twee slagen maar!” zegt de derde persoon. “Nu ik.” Hij haalt uit en slaat de bal super hard. De bal vliegt de lucht in tegen een vliegtuig aan, ketst via een boom over de weg bij een huis naar binnen, door de regenpijp weer naar buiten, tegen een auto en plop bij een kikker in zijn bek. De kikker wordt opgegeten door een ooievaar die op zijn beurt het balletje weer uit spuugt, in de hole. Dan zegt Johannes tegen Jezus: “Kijk, daar heb ik nu zo een hekel aan, als je vader meespeelt!”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Zwijgen

    Bij Henk valt een briefkaart in de bus. Hij zwaait ermee naar Wim en zegt “’t Is van mijn broer”.

    “Ja maar” repliceert Wim “Hoe wee je dat, er staat helemaal niks op geschreven!”

    “Ja juist daarom”, zegt Henk. “We spreken al jaren niet meer tegen elkaar!”

  • Waarom is een bruidsjurk wit?

    Jantje vroeg aan zijn moeder waarom een bruidskleed of bruidsjurk wit is.
    De moeder antwoordt: ‘dit toont aan dat de bruid nog maagd is’.
    Jantje bedankt zijn moeder en wil toch nog een bevestiging van zijn vader en vraagt:

    ‘Pa, waarom is een bruidskleed wit?’
    De vader kijkt verrast naar Jantje en antwoordt:
    ‘alle huishoudelijke apparatuur is toch wit’

  • Poehpoeh

    Een toerist is op vakantie in de woestijn, en hij wil tocht maken op een kameel. Hij gaat naar een kameeldrijver om een kameel te huren. Die zegt: “Als je wilt dat hij gaat lopen moet je ‘poeh’ zeggen. Als je wilt dat de kameel gaat rennen moet je ‘poehpoeh’ zeggen. Als de kameel moet stoppen roep je ‘hola’. De man rijdt een tijdje rond op een kameel. Opeens ziet hij dat het kameel op een ravijn afrent. Snel roept hij ‘Hola!’, en de kameel stopt nét voor de afgrond. De man haalt opgelucht adem, en zegt “poehpoeh”!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *