EEN GOED VOORBEELD VAN KRIMPEN
De meester geeft natuurkundeles. Bij hitte zet iets uit, maar bij kou krimpt iets. Wie kan daar een goed voorbeeld van geven. Mark: De zomervakantie duurt 6 weken en de kerstvakantie duurt maar 2 weken.
De meester geeft natuurkundeles. Bij hitte zet iets uit, maar bij kou krimpt iets. Wie kan daar een goed voorbeeld van geven. Mark: De zomervakantie duurt 6 weken en de kerstvakantie duurt maar 2 weken.
Een alcoholist komt een bar binnen en neemt een borrel. Hij kijkt in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje. Hij kijkt weer in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje etc. De barkeeper zegt: “Wat zit er toch in je jaszak?” De man zegt: “Dat is een foto van mijn vrouw. Zodra zij er goed uit begint te zien, dan weet ik dat het tijd is om naar huis te gaan.”
Een koppel op weg huiswaarts, besluit na een vermoeiende vakantie, om wat uit te rusten in een hotelletje langs de weg. Ze vragen de receptionist om hen over vier uren weer te wekken.
Bij vertrek krijgen ze een rekening gepresenteerd van 350 euro. De man ontsteekt in woede. De receptionist en de manager vertellen dat dit de standaardtarieven zijn. Het hotel beschikt over een riante sauna met massage, een zwembad met Jacuzzi, allemaal ter beschikking van de ge-eerde gasten.
Elke avond een optreden van de beste artiesten uit Parijs, Londen en Amsterdam. De man zegt dat ze daar geen gebruik van hebben gemaakt. De manager blijft echter bij zijn verhaal: “Het is hier, dus u had er gebruik van kunnen maken”.
De man schrijft morrend een check uit en overhandigt die aan de manager.
Daarop roept deze verbaasd uit:! Maar mijnheer, dit is een check voor slechts 100 euro! Klopt, zegt de man, “Ik heb u 250 euro in rekening gebracht voor het vrijen met mijn vrouw”. “Maar dat heb ik niet gedaan”, roept de manager verontwaardigd.
Daarop antwoordt de man,
“Ze was hier, dus u had er gebruik van kunnen maken”.
Nadat hun vliegtuig is neergestort op een vlucht naar het zuiden, kan een koppel zich redden op een onbewoond eiland. Niets wijst erop dat ze nog zullen gevonden worden. De man vraagt zijn vrouw (blijkbaar is zij degene die de financiën beheert): ‘Lieverd, heb je onze inkomstenbelastingen betaald voordat je vertrok?’ En zij antwoordt: “Nee”. Hij vraagt haar ook: “Heb je onze onroerende voorheffing betaald voor vertrek?” En zij antwoordt: “Nee”. Hij vraagt haar ook nog: “En heb je onze verkeersbelasting betaald voordat je wegging?” En zij antwoordt andermaal: “Nee”. Dan springt de man recht, omhelst haar en kust haar uitzinnig. Ze vraagt hem waarom hij zo blij is.
Hij antwoordt: “Dan ze zullen ons zeker vinden!”
Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
“Dag meneer de brandweer.”
Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
“Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
“Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”
Het sneeuwt in het park en na school gaan alle kinderen op het heuveltje in het park sleeën. Als Jantje wil gaan sleeën, vraagt Keesje: ‘Mag ik meedoen?’ Zegt Jantje: ‘Ja is goed! Doen we om de beurt, jij neemt hem mee naar boven en ik naar beneden.’
Een handelsvertegenwoordiger, doodmoe, komt aan in een kleine gemeente waar er maar één hotelletje is. Tot overmaat van ramp, alle kamers zijn bezet. Hij smeekt de baas: “Leg me te slapen, eender waar, maar ik moet absoluut kunnen uitrusten.” “Wel”, zegt de hotelier, “ik heb hier een twee persoonskamer waar er maar één bed beslapen is. Als je met die man op een akkoord komt om de kamer en de prijs ervan te delen is dat voor mij goed. Maar, ik verwittig je, hij snurkt geweldig. Het is zelfs zo erg dat alle gasten ‘s morgens hun beklag erover maken.” “Maakt niks uit”, antwoordt de vertegenwoordiger, “ik ben veel te moe.” …De twee mannen komen tot een akkoord en nemen het avondmaal aan dezelfde tafel. ‘s Morgens komt de handelsvertegenwoordiger als eerste de trap af om naar het ontbijtzaal te gaan. Vrolijk fluitend en welgemutst de hotelbaas groetend. “Nou”, zegt deze, “zo welgezind? Heb je goed geslapen? Heeft hij niet gesnurkt?” “Zeker niet”, zegt de vertegenwoordiger, “geen enkel moment.” “Hoe is dat in Godsnaam mogelijk”, zegt de hotelbaas.
“Heel eenvoudig”, zegt de vertegenwoordiger.
“Ik kwam een beetje later dan hem de kamer binnen. Hij lag al op zijn bed. Ik heb hem een kus gegeven op zijn achterwerk en gezegd: Goedenacht, schoonheid. En die kerel heeft de hele nacht recht gezeten in zijn bed om me in de gaten te houden.”