Straf

De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
‘Swen Snippers, meneer.’

Similar Posts

  • Vader Worden

    Een soldaat komt op vrijdagmorgen bij de sergeant en vraagt verlof.
    “Ik ga vader worden,” zegt de soldaat, en hij krijgt verlof van de sergeant.
    Na het weekend, op maandagmorgen vraagt de sergeant aan de soldaat:
    “En, hoe heet de kleine?”
    Zegt de soldaat: “Over negen maanden bent u de eerste die het weet”

     

  • Aan de hemelpoort

    Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
    Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
    De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
    ‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’

    De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
    Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
    Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
    Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’

    ‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
    Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
    We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
    Dan smokkel ik jou de hemel in !’
    Zo gezegd, zo gedaan.

    De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
    ‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
    ‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
    Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
    Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!

    ˜OK, loop maar door!

  • Goudvis

    Kleine Nancy is in de tuin een gat aan het vullen, als de buurvrouw over de 
    heg kijkt.
    Ze is zeer nieuwsgierig wat Nancy aan het doen is, en ze vraagt: “Wat ben je 
    aan het doen, Nancy”?

    “Mijn goudvis is dood gegaan”,vertelt Nancy in tranen, zonder te kijken. “En 
    ik heb hem net begraven”.

    De buurvrouw is verwondert.
    “Dat is een enorm groot gat voor jou goudvis, vindt je niet”? Nancy klopt het 
    laatste beetje grond stevig aan, en antwoord: “Dat komt omdat hij nog in de 
    maag van jou rot-kat zit”.

  • Wat kost dat?

    Een mooi meisje heeft haar armband laten repareren en komt het nu ophalen. Ze vraagt hoeveel het kost. “Een kusje”, zegt de man.

    “Oké, mijn opa komt zo afrekenen.”

  • Lange tenen

    Gerrit zit zonder benen in zijn rolstoel voor de Hema in het winkelcentrum even uit te rusten. Hij heeft zijn pet afgezet en op zijn schoot gelegd. Komt er een man aan die 20 Euro in Gerrit’s pet gooit en zegt: “Koop er maar een paar mooie schoenen van.” Gerrit natuurlijk helemaal over de rooie. Even later komt zijn vriend eraan. “Wat zie je er boos uit, wat is er gebeurd.” Gerrit vertelt het hele verhaal. “Wat vervelend”, zegt zijn vriend, “ik had het niet gepikt en die kerel een flinke schop onder z’n kont gegeven.” Als Gerrit dit hoort, slaan de stoppen bijna bij hem door en rolt hij grommend van woede naar huis. Zijn vrouw zegt tegen hem: “Wat ben je boos, is er wat gebeurd?” Gerrit vertelt het verhaal van de man met z’n 20 Euro en de reactie van zijn vriend. Waarop zijn vrouw zegt:

    “Nou zeg, jij bent ook snel op je teentjes getrapt!”

  • Kibbelen

    Twee blondjes lopen op straat. Plots wijst de ene naar iets en roept:

    _ Kijk daar, de zon!

    _ Maar nee, dat is de maan, zegt de andere.

    Ze lopen kibbelend verder.

    Even later zegt de eerste:

    _ Weet je wat, we zullen eens ergens aanbellen en vragen wie er nu gelijk heeft.

    Ze bellen aan bij het eerste huis dat ze tegenkomen en het toeval wil dat er een blondje opendoet.

    De twee dames wijzen naar de lucht en vragen:

    _ Mevrouw, dat ding daar in de lucht, is dat nu de zon of de maan?

    _ Ik zou het niet weten. Ik woon hier nog maar pas.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *