Similar Posts
Stardust Quartet
Deze week kreeg ik van Jos Jambor een mail waarin hij schreef dat hij genoot van onze site.
Verder schreef Jos dat enkele muzikanten ons onlangs waren ontvallen waaronder Rudy Bakker die vroeger in het Stardust Quartet gespeeld had en dit laatste wist ik niet. Daarom deze week een foto (gekregen van Jos) van deze band die succes hadden in de jaren 60 en begin 70. De andere leden van de band waren G.Veltman (zang,saxofoon,clarinet,fluit) , B.Vasterik (zang, drums, tam-tam’s) en Herman Leusenkamp-Oldenzaal (zang, elec.orgel, accordeon,vibrafoon).
De andere namen die hij me noemde die overleden waren zullen z.s.m herdacht worden op deze site.

Viva-L’amour
Het trio Viva-L’amour deze week op deze pagina. Helaas zijn de achternamen van de mannen niet helemaal leesbaar op de kaart. Mocht u het weten dan horen wij dat uiteraard graag. Stuur uw info naar dehelenas@gmail.com.

De Helena’s
Na bijna 2,5 jaar hebben De Helena’s voor het eerst weer opgetreden op een feestje van vrienden. In eerste instantie gooide Corona roet in het eten en daarna hoorden we van de vreselijke, onoverwinnelijke, ziekte van onze drummer Frans Heerink (de Kuper), waar wij in November 2020 afscheid van moesten nemen. In 2020 gaf onze saxofonist Ronald Urban (Lap) aan te willen stoppen omdat zijn fysieke toestand dat niet meer toeliet. Omdat het bloed stroomt waar het niet gaan kan en omdat Frans Heerink ons uitdrukkelijk had gevraagd om door te gaan hebben we toch weer onze instrumenten op gepakt met als resultaat dat we ons eerste optreden hebben gehad en er hopelijk nog aardig wat zullen volgen. Uiteraard was het gisteren voor ons een dag met lach en een traan. Maar we weten zeker dat de Kuper boven ons op de eerste plaats zat om niks te missen met een pilsje in de hand en een lach op zijn gezicht. En ook Lap heeft ons succes gewenst, en als het zou kunnen was hij nog graag met ons mee gegaan.
Sinds September 2021 is Betsie Kienhuis onze drumster en we zijn heel blij met haar. De bezetting van De Helena’s is nu als volgt. Boven vlnr: Bennie Loman, Bassist; Benny Lenferink, Toetsenist-Zang; Frans Schulten, Gitarist- Zang; Beneden vlnr: Jorien Snijders, Zang; Betsie Kienhuis, Drums – Zang.

The Jumping Juwels & Johnny Lion
Deze week lazen we in de krant dat Johnny Lion op 77 jarige leeftijd is overleden na een slopende ziekte.
In 1959 formeerde hij met een aantal schoolvrienden de band Johnny & His Jewels, later omgedoopt in The Jumping Jewels. Deze groep, geformeerd naar het voorbeeld van de commerciële rocker Cliff Richard, scoorde in 1961 een nummer-één hit met Wheels en had tot 1965 nog enkele successen in Nederland.
In dat jaar verliet Van Leeuwarden de groep om als Nederlandstalige solozanger door te gaan. Dit leverde hem meteen de grote hit Sophietje op, het Zweedse nummer Fröken Fräken van Thore Skogman, in het Nederlands vertaald door Gerrit den Braber en opgedragen aan zijn vriendin en zakenpartner Sophie van Kleef. Het jaar daarop scoorde hij met Tjingeling wederom een hit en opende hij met Van Kleef een kledingboetiek met de naam Sophie en Johnny. Deze bleef bestaan tot hun relatie in 1969 afgelopen was. Na Tjingeling wist hij geen echte hits meer te halen. Wel kreeg hij een vast arrangement bij het Circus Boltini, samen met Rob de Nijs. In latere jaren liet Lion zo nu en dan als zanger van zich horen, onder meer met de single Alleen in Dallas, die een bescheiden hit werd, en met het titellied van de film Brandende Liefde uit 1983. Op deze platen bediende hij zich van de naam John Lion.
Van Leeuwarden bleef na zijn zangcarrière werken bij Circus Boltini, nu als perschef. Later schreef hij ook columns voor het weekblad Panorama en maakte hij in 1995 voor dat blad samen met Govert de Roos de serie In bed met Johnny Lion. Tevens heeft hij als journalist voor diverse tijdschriften en kranten gewerkt, en was hij onder andere tien jaar (2001-2011) hoofdredacteur van het SENA Performers Magazine.
Johnny Lion was ook actief als acteur: in 1998 in de speelfilm Siberia en in 2003 speelde hij een rol in Van God Los.Bovenstaande tekst is gehaald uit Wikipedia.

Rudi Carrell
Rudi Carrell, artiestennaam van Rudolf Wijbrand Kesselaar (Alkmaar, 19 december 1934 – Bremen, 7 juli 2006), was een entertainer, zanger, showmaster, filmproducent en acteur. Hij begon zijn carrière in Nederland bij de radio en televisie en ging vervolgens werken bij Duitse zenders. Hij werd in Duitsland een uiterst populaire tv-persoonlijkheid met spelshows en andere formats. Hij woonde sinds 1974 in Syke, een plaats ten zuiden van Bremen.
De vader en de grootvader van Carrell waren beiden werkzaam in de showbusiness. Zijn vader gebruikte daarbij de naam André Carrell. De jonge Rudolf verving op 17 oktober 1953 André tijdens een feestavond voor ambtenaren in Arnhem, waarna André Rudolf in zijn gezelschap opnam. Daarmee deed Rudolf zijn intrede in de showbusiness. Hij trad in 1955 voor de AVRO wekelijks in het radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein op. Carrell brak in 1959 ook op de televisie door met de maandelijkse Rudi Carrell Show.
Hij werd nationaal bekend door zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival van 1960 met het liedje Wat een geluk. Dat werd in Nederland wel populair, maar op het festival voorlaatste: alleen dat van Luxemburg eindigde nog achter hem. Het beviel hoe hij na het festival over zichzelf grappen kon maken.
Andere liedjes waarmee hij in Nederland populair werd zijn Een ballonnetje, Een muis in een molen, De hoogste tijd en Samen een straatje om. Zijn optreden in de Rudi Carrell Show als bewoner van een onbewoond eiland met het aapje Vrijdag en Esther Ofarim als zeemeermin is beroemd. Met deze show won Carrell in 1964 de Zilveren Roos op het festival van Montreux. Eén jaar eerder, dus in 1963, had hij ook al de Nipkowschijf van de Nederlandse televisierecensenten mogen ontvangen.
De Duitse carrière van Carrell begon in 1965, toen Radio Bremen interesse toonde voor zijn werk. Daar in Bremen begon hij met de tweemaandelijkse televisieshow Rudi Carrell Show. Vanaf 1974 presenteerde hij Am laufenden Band, de Duitse versie van Eén van de acht. Rudi Carrell had als persoonlijk adviseur de Nederlander Dick Harris, die de show ook regisseerde. Ook andere Nederlanders werkten voor Carrell in Duitsland.
Carrell maakte vanaf 1970 in Duitsland ook een aantal speelfilms: Wenn die tollen Tanten kommen, Tante Trude aus Buxtehude en in 1971 Rudi, benimm dich en anderen. Ook al waren sommige films zeer succesvol (de eerste trok drie miljoen kijkers), en ondanks de hoge gages, was Carrell allesbehalve trots op die simpele komedies. Hij verafschuwde het zelfs om in vrouwenjurken als Tante op het doek te verschijnen.
Carrell speelde in 1971 en 1972 in de shows van Bobbejaan Schoepen in Bobbejaanland (België), een toenmalige trekpleister voor (inter)nationale variété-artiesten. Hij werd diens buur en vriend (later, in 1974, zouden ze ook nog samen duetten zingen in de televisieshows van Carrell).
Na zijn verblijf in België keerde Carrell terug naar Duitsland, waar hij ook succes oogstte als zanger. Zo had hij in 1975 veel succes met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?: een vertaling van het lied ‘t Is weer voorbij die mooie zomer, dat in Nederland in 1973 met Gerard Cox een hit werd.
In 2005 werd er bij hem, naar eigen zeggen een kettingroker, terminale longkanker vastgesteld. Hierdoor kreeg hij onder meer moeite met praten. Zijn voorlaatste optreden op de Duitse televisie, op 30 december 2005, in 7 Tage, 7 Köpfe, vond dan ook plaats zonder dat hij een woord zei.
Rudi Carrell overleed uiteindelijk ook aan de gevolgen van die longkanker. Hij werd 71 jaar oud.
Bron: Wikipedia






