Een pastoor

Een pastoor, die een wandeling maakt in de vrije natuur, komt in het drijfzand terecht.

Wanneer hij ongeveer tot over zijn enkels is weggezakt, passeert er een brandweerwagen.

“Heeft u hulp nodig?” vragen de brandweerlieden.

“Nee dank u, niet nodig, “de Heer zal me bijstaan!”, antwoord de pastoor.

Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen hem opnieuw en de brandweerlieden vragen: “Heeft u hulp nodig?”

“Nee, nee, dank u, niet nodig, de Heer zal me bijstaan!”, antwoordt de pastoor weer.

Wanneer alleen het hoofd van de pastoor nog boven het zand uitsteekt, passeert de brandweerwagen voor de derde maal.

“Heeft u nog steeds geen hulp nodig?”, vragen ze.

“Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden!”, antwoordt de pastoor.

Uiteindelijk verdwijnt de Pastoor helemaal in het zand!!!!

Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God: “Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me te hulp zou komen!”

Waarop de Heer antwoordt: “Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat ik nog meer kon doen……!”

Similar Posts

  • Voetballen

    2 voetbalclubs staan tegenover elkaar op het veld, maar de sterspeler van de thuisploeg
    is er nog niet. De trainer zegt: ik weet zeker dat hij op tijd komt. De scheidsrechter
    zegt: goed, als de andere club geen bezwaar heeft wachten we.
    De gastploeg heeft er geen bezwaar tegen en er wordt gewacht. Na tien minuten is hij er nog niet, na 20 minuten ook niet en ook nog niet na een half uur. Belt de trainer naar de speler: waar zit je, je had hier al een uur geleden moeten zijn. Wat!, zit je nog thuis, hoe komt dat? Hoezo het is mijn schuld!
    Zegt de sterspeler: je hebt zelf gezegd dat we vandaag thuis zouden spelen!

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

  • Das om!

    Een toerist doolt rond in de woestijn. Hij vergaat van de dorst en kan amper nog lopen. Plots verschijnt er een man op een kameel. Er hangen zo’n 30 dassen over zijn rechterarm.
    – Water roept de toerist.
    – Ik heb geen water, antwoordt de man op de kameel, maar ik kan u wel een prachtige das verkopen voor 15 euro.
    – Ik wil geen das, ik wil water, zegt de man.
    – Voor 25 euro krijgt u twee dassen.
    – Ik wil geen dassen! Zeg me gewoon waar ik water kan krijgen.
    – Oké. Ga de richting uit van waaruit ik kom. Even verder zult u een kleine palmboom en een gebouw zien staan. Daar kunt u water vinden. De man op de kameel galoppeert verder en de toerist volgt de aangewezen weg. Plots staat hij voor een restaurant.
    – Water, zegt hij tegen de man aan de ingang.
    – Ja, veel water hier, antwoordt hij.
    – Goddank, geef me snel een hele fles!
    – Het spijt me, meneer, wij bedienen alleen mensen die een das dragen.
  • Lood gieter bij Petrus

    Een loodgieter is overleden en komt bij St. Pieter en doet zijn beklag.

    “Ik ben nog maar 50 jaar, nog zo jong!”.

    St. Pieter kijkt in zijn boek en zegt vervolgens: “volgens de uren die je hebt aangerekend aan je klanten, moet je nu 112 jaar zijn”

  • Macaroni

    Een man komt een wegrestaurant binnen en gaat zitten. Hij ziet dat de dagschotel macaroni is waar hij erg veel zin in heeft. Als de serveerster aan zijn tafel komt zegt hij: “Ik heb zin in macaroni, dus doe mij maar een groot bord.” “Sorry,” zegt de serveerster, “de man naast u heeft zojuist het laatste bord besteld.” “Doe mij dan maar een koffie,” zegt de man. Na een tijdje ziet hij dat de man naast hem die het laatste bord macaroni had gekregen een grote biefstuk zit te eten en dat het bord met macaroni onaangeroerd naast hem staat. Hij vraagt: “Gaat u die macaroni nog opeten?” “Nee,” is het antwoord. “Kan ik het dan van u kopen,” is de vraag. “Ik zal je wat anders vertellen, je mag het zo hebben.” Dus de man pakt het bord macaroni en begint te eten. Als hij halverwege is ziet hij plotseling een dode muis in de macaroni zitten en spuugt de macaroni terug in het bord. Zegt die andere man sympathiek: “Zover was ik ook al gekomen!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *