Bouten
Wanneer is me verveel, dan ga ik wel eens naar een pretpark. Ik neem dan altijd 2 bouten mee, en dan tik ik de persoon die voor me zit op de schouder en zeg dan; “Volgen mij komen deze uit uw karretje”.
Wanneer is me verveel, dan ga ik wel eens naar een pretpark. Ik neem dan altijd 2 bouten mee, en dan tik ik de persoon die voor me zit op de schouder en zeg dan; “Volgen mij komen deze uit uw karretje”.
Vraagt de een aan de ander: “Wat is de overeenkomst tussen een handgranaat en je vrouw”? Zegt de ander geen idee “wat is dat”? Zegt de eerste weer: “Als je van beide de ring aftrekt, dan kost het je je huis.”
Een wat ouder stel verhuist naar het platteland en ze besluiten om een varkentje te kopen. Ze bouwen een stal en graven een poel. Het varkentje heeft een prachtig leven. Op een dag komt de buurman langs en vraagt of ze het bij dit ene varkentje houden. Ze willen er wel meer maar weten niet wat te doen. De buurman zegt dat hij een kennis heeft die varkens houdt. Daar moeten ze heen om hun varkentje te laten bevruchten. Het is niet ver dus zet de man het varkentje in de kruiwagen en gaat op pad. Bij de boer aangekomen doet de beer zijn werk. De man vraagt hoe hij kan zien of de beer zijn werk goed gedaan heeft. De boer antwoordt: “Als jouw varken morgenvroeg in de poel ligt, is het geslaagd. Staat ze op het droge, dan moet je nog ‘n keer langskomen.” De man gaat naar huis en kijkt de volgende ochtend ️nieuwsgierig uit het raam. Het varkentje staat op het droge….. Hij zet haar weer in de kruiwagen en gaat opnieuw naar de boer. De volgende morgen vraagt de man of zijn vrouw even naar buiten wil kijken. Ze doet de deur open en begint heel hard te lachen. ”Ligt ze in de poel?” vraagt de man blij. “Nee”, zegt de vrouw:
“Ze zit al in de kruiwagen!”
Een man fietst voortdurend langs Paleis Soestdijk. Op een gegeven moment rijdt hij de oprijlaan op en zet zijn fiets tegen het paleis neer. Meteen wordt hij op zijn nek gesprongen door twee marechaussees. “U moet die fiets daar weghalen,” zegt de een. “Waarom?”, vraagt de man. “Prins Bernhard komt zo langs,” zegt de marechaussee. “Nou en,” zegt de man, “hij staat toch op
slot?”
Saar en Moos, inmiddels lekker op leeftijd, bezoeken elk jaar de vliegshow. Elk jaar staan ze zich te vergapen aan alle vliegtuigen en de show die zich in de lucht afspeelt. Elk jaar is het vaste prik: “Saar, ik zou zo graag een rondvlucht met een helicopter maken. Ik ben inmiddels 85 en ik denk dat ik er spijt van krijg als ik het niet doe”. “Ik weet het zegt Moos “, zegt Saar, “maar die rondvlucht kost een meier en ‘meier is een meier’.” De piloot van de helicopter hoort het gesprek en zegt tegen het bejaarde koppel: “Luitjes ik weet het goed gemaakt, ik neem jullie samen mee op de rondvlucht en als jullie allebei de hele vlucht de mond houden dan betaal je geen cent. Hoor ik echter één woord dan reken ik die € 100,=. Saar en Moos stemmen toe en nemen plaats in het open helicoptertje. De Piloot stijgt op en doet de rondvlucht en begint aan het eind zelfs halsbrekende toeren uit te halen maar het blijft doodstil achter hem! Tijdens de landing zegt de piloot in zijn headset: “Jeemig gasten, ik heb alles uit de kast gehaald om jullie aan het schreeuwen te krijgen maar eerlijk is eerlijk: “ik ben onder de indruk”. Moos zegt: “Om heel eerlijk te zijn had ik BIJNA iets gezegd toen Saar eruit viel maar je weet het hé: “een meier is een meier…….”
De onderwijzer gaf als onderwerp voor een opstel:
“Als ik algemeen directeur van een groot bedrijf was …….”.
Alle kinderen bogen zich over hun schrift en begonnen te schrijven, allemaal op één na.
“Jantje, wanneer begin jij?” vroeg de onderwijzer.
“Mijn secretaresse is er nog niet”, antwoordde Jantje.
Vier studenten aan de hogeschool arriveerden maar liefst twintig minuten te laat op een belangrijk schriftelijk examen. De betrokken hoogleraar, die zelf surveilleerde, deelde de studenten mee dat ze te laat waren en om die reden niet meer aan het examen konden deelnemen. De studenten probeerden de hoogleraar te vermurwen en voerden als excuus aan, dat ze gevieren met de auto waren gekomen en dat deze een lekke band had gehad. In dat geval, zo vond de hooggeleerde, verdienden de vier heren een extra kans; een schriftelijk examen bij hem thuis, de week daarop, op hetzelfde tijdstip. Vanzelfsprekend was het viertal die dag stipt op tijd. Elke student kreeg een aparte kamer toegewezen met een stoel en tafel, waarop een gesloten omslag lag met de examenvragen. Het gevreesde examen bestond uit slechts één vraag: ”Welke band was lek?”