Bouten
Wanneer is me verveel, dan ga ik wel eens naar een pretpark. Ik neem dan altijd 2 bouten mee, en dan tik ik de persoon die voor me zit op de schouder en zeg dan; “Volgen mij komen deze uit uw karretje”.
Wanneer is me verveel, dan ga ik wel eens naar een pretpark. Ik neem dan altijd 2 bouten mee, en dan tik ik de persoon die voor me zit op de schouder en zeg dan; “Volgen mij komen deze uit uw karretje”.
Een scout van voetbalclub Ajax vertelt de trainer dat hij een fantastische jonge Irakese spits aan het werk heeft gezien in Bagdad. De trainer stapt onmiddellijk op het vliegtuig om een wedstrijd te gaan bekijken. De trainer is behoorlijk onder de indruk, de spits maakt drie mooie doelpunten. Hij laat de speler een contract ondertekenen en neemt hem mee naar Amsterdam. Vijf weken later: Ajax staat 4-0 achter tegen Feijenoord. Er zijn nog maar twintig minuten te spelen. De trainer brengt de Irakees op het veld. Die scoort vier sensationele doelpunten en kopt in de allerlaatste minuut het winnende doelpunt binnen. Onmiddellijk na de wedstrijd belt de kerel naar zijn moeder: “Ik heb vandaag twintig minuten meegespeeld en heb al meteen vijf doelpunten gescoord!”, zegt hij enthousiast. “De spelers en supporters dragen mij hier allemaal op handen”. “Tof”, zegt zijn moeder, “maar ik zal je eens vertellen hoe mijn dag was. Je vader is op straat beschoten! Je zus en ik zijn aangevallen en geslagen en je broer is lid geworden van een bende criminelen. En dat allemaal terwijl jij de tijd van je leven hebt!”
De Irakees is onder de indruk: “Ja, wat kan ik zeggen mama? Het spijt me” “Het spijt je?!” zegt de moeder, “het is wel voor jou dat we naar Amsterdam verhuisd zijn, hé
Een non neemt een taxi naar Amsterdam. Tijdens de rit merkt ze dat de jonge chauffeur haar voortdurend in de spiegel aankijkt.. “Waarom kijkt u mij zo aan?” vraagt ze. De chauffeur aarzelt. “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet beledigen.” De non glimlacht. “Mijn zoon, op mijn leeftijd en in mijn vak heb ik alles al gehoord. Je kunt gerust eerlijk zijn.” Zegt de chauffeur: “Ik droom er al jaren van dat een non mij een keer hartstochtelijk kust.” De non denkt even na. “Dat kan geregeld worden. Maar alleen als je vrijgezel bent.” “Ja!” roept de chauffeur. “Ik ben vrijgezel!” “Prima,” zegt de non. “Sla dan straks die rustige landweg op.” Daar kust ze hem zo hartstochtelijk dat zelfs een acteur uit Goede Tijden, Slechte Tijden er stil van zou worden. Wanneer ze weer verder rijden, begint de chauffeur ineens te huilen. “Mijn kind,” zegt de non, “waarom huil je?” “Ik moet iets opbiechten,” snikt hij. “Ik heb gelogen… ik ben getrouwd.”
De non legt haar hand op zijn schouder en zegt rustig: “Ach joh, niks aan de hand. Ik heet Joep, ben man en ik ga verkleed als non naar het carnaval in Amsterdam.”
Twee jongens komen bij een service station. “Vlug geef ons elk een liter benzine!” Na tien minuten zijn ze weer te- rug. “Het was niet genoeg we moeten nog tien liter hebben!” De pompbediende vraagt:” Waarvoor hebben jullie toch al die benzine nodig?” “Stel alsjeblieft geen vragen, opschieten! De school staat in brand!”
Een pasgetrouwde boer en zijn vrouw werden gebeld door de moeder van de bruid. Deze wilde meteen de boerderij komen bekijken. De boer probeerde oprecht vriendelijk te zijn tegenover zijn schoonmoeder, hopende dat hij een vriendschappelijke relatie met haar zou kunnen krijgen.
Maar bij elke gelegenheid die zich voordeed zat zijn schoonmoeder zonder doel te zeuren, veranderingen aan te bevelen, ongevraagde adviezen te geven en maakte zo het leven van de boer en zijn bruid ondraaglijk.
Terwijl ze door de schuur liepen, sprong de ezel van de boer plotseling naar voren en stootte de schoonmoeder voor haar hoofd, waardoor deze ongelukkig viel, en op slag dood was.
Op de begrafenis, een paar dagen later, stond de boer naast de kist en begroette de mensen die langsliepen. De pastoor zag dat, wanneer er een vrouw langsliep die iets tegen de boer fluisterde, hij ja schudde met zijn hoofd, en iets terugzei. Wanneer er een man langsliep die iets tegen de boer fluisterde, schudde hij nee en mompelde hij iets terug. De pastoor, die dit toch wel een beetje merkwaardig vond, vroeg na afloop van de begrafenis waarom hij toch telkens ja en nee schudde. De boer antwoordde:
“De vrouwen zeggen, wat een verschrikkelijk drama, en ik knik, ja en zeg, dat was het zeker.
De mannen vragen, kan ik jouw ezel lenen? en ik schud nee en zeg, dat kan niet, hij is al voor een heel jaar volgeboekt.”
Jans werkte tijdelijk in een apotheek, doch slaagde er nooit in het geschikte drankje mee te geven.
Z’n baas waarschuwde Jans dat hij hem zou moeten ontslaan als hij weer verkeerde medicijn zou verkopen.
Toen een klant een middel tegen een hardnekkige hoest wilde, gaf Jans de man echter een laxeermiddel.
Hij gaf hem zelfs de raad: “Neem maar direct een grote slok!”
Buitengekomen begint het drankje al te werken en de man houdt zich vast aan een lantaarnpaal.
De apotheker zegt kwaad tegen Jans “Ge weet toch wel dat een laxeermiddel de man z’n hoest niet zal stoppen!”
“Toch wel” repliceert Jans “Kijk maar, hij is gewoon erg bang om nog te hoesten!”