René & The Alligators

René & The Alligators was een Haagse rock-‘n-rollgitaarband die eind 1959 werd opgericht door gitarist en zanger René Nodelijk.

Aanvankelijk probeerde Nodelijk een carrière als zanger op te bouwen, maar al snel bleken zijn talenten als gitarist. Van de Alligators verschenen zestien instrumentale rocksingles in de periode 1960-1964. Deze band had een duidelijk Indische achtergrond, mede door de oprichting van een Indische Kunstkring in het café-restaurant Den Hout te Den Haag vanwege de repatriëring uit Indonesië. Hun bekendste singles zijn Guitar Boogie en In the Mood uit 1962. Ze waren een voorbeeld voor de latere Haagse beatgroepen, de generatie die vaak gitaarles bij René Nodelijk had gekregen.

In 1978 maakte Nodelijk een comeback met zijn vrouw Renée (Anja Exterkate).

 

Similar Posts

  • Cliff Richard & the Shadows

    De vorige week hebben we geschreven over Cliff Richard en daarom zijn deze week the Shadows aan de beurt.

    The Shadows is een instrumentale muziekgroep, actief vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw tot het begin van de 21e eeuw. Als band legden ze de basis voor de klassieke bandbezetting, bestaande uit een sologitaar, een slaggitaar, een basgitaar en drums.

    In 1958 trokken de zestien jaar oude Hank B. Marvin en Bruce Welch van Newcastle naar Londen om aan een muziekwedstrijd deel te nemen.

    De manager van Cliff Richard ontdekte hen in de Two I’s Coffee Bar, destijds het mekka van de Londense muziekscene, en bood hun een contract aan om Cliff, die intussen met de hit Move it uit 1958 in Engeland bekendheid kreeg, te begeleiden. Later sloten Jet Harris (basgitarist) en Tony Meehan (drummer) zich bij hen aan. Ze vormden een band onder de naam The Drifters en brachten snel een single uit, met daarop twee vocale nummers: Feelin’ Fine en Don’t be a Fool with Love.

    Toen de Amerikaanse groep The Drifters zich verzette tegen het gebruik van hun naam in de Verenigde Staten, veranderden zij die in The Shadows.

    Toen Jerry Lordan hen een melodie aanbood kwam hun carrière pas echt van de grond. Apache stond in Engeland gedurende vijf weken op de eerste plaats en werd een wereldhit, behalve in de Verenigde Staten, waar men de groep te saai vond maar een coverversie wel scoorde. Kon-TikiWonderful LandDance On en Foot Tapper waren de vier volgende nummer 1-hits in Engeland. Behalve de vier Shadows, moet ook zeker Norrie Paramor genoemd worden. Paramor was een dirigent, songwriter en een arrangeur die zijn invloed deed gelden op bijvoorbeeld het nummer “Wonderful Land”. Veel later trok de band Cliff Hall aan, die op synthesizer de orkestpartijen voor zijn rekening nam.

    In september 1961 werd drummer Tony Meehan vervangen door Brian Bennett. In april 1962 verliet Jet Harris de groep voor Brian Locking (overleden op 8 oktober 2020)[1]. Toen Locking in april 1963 voorrang gaf aan zijn religieuze werk, voegde een zeer getalenteerde basgitarist zich bij de groep: John Rostill. Deze zou tot 1969 deel uitmaken van The Shadows. Bruce Welch werd in 1969 tijdelijk vervangen door de toetsenist Alan Hawkshaw.

    Jet Harris en Tony Meehan zouden nog zo’n vier jaar als duo optreden en zelfs twee Britse nummer 1-hits in The Shadows-stijl scoren. Meehan kwam in 2005 op 62-jarige leeftijd om het leven als gevolg van een val in huis; Harris overleed in 2011.

    Rostill schreef enkele zeer succesvolle composities. Hij kon het succes ervan niet meer meemaken. Toen Welch hem in zijn studio opzocht bleek Rostill daar te zijn overleden door een overdosis aan barbituraten. Hij werd opgevolgd door Alan Jones, en later door Mark Griffiths.

    The Shadows vertegenwoordigden het Verenigd Koninkrijk met Let Me Be the One op het 20e Eurovisiesongfestival, op 22 maart 1975 in Stockholm, Zweden. Van de 19 deelnemende landen won Nederland met het nummer Ding-a-dong uitgevoerd door Teach-In.

    Na hun Engelse hit Ghost riders in the sky (1980) werd het allengs stiller aan het hitsinglefront. Wel verscheen er elk jaar een album, dat steeds zeer hoog in de hitlijsten terechtkwam. De groep bewerkte in die tijd bekende hits. Hank Marvin vertolkte die op zijn zo karakteristieke wijze. Alan Jones is op veel van die opnamen te horen op bas en voornoemde Cliff Hall op toetsen. Eind 1990/begin 1991 viel het doek definitief. Hank Marvin ging solo toeren en bracht solo-cd’s uit. Waarschijnlijk onder druk van de talloze fans en het naderend 45-jarig jubileum besloten de heren nog eenmaal als The Shadows een “final tour” te maken.

    In 2004 gingen ze op tournee door het Verenigd Koninkrijk met een reeks van 37 concerten (The Final Tour) om op die manier een 45 jaar durende carrière af te sluiten. Wegens het grote succes kreeg de concertreeks een vervolg in 2005 met in totaal 27 optredens in Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, IJsland, Nederland, Frankrijk, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Hank Marvin woont sinds november 1986 in het Australische Perth en heeft daar een eigen studio, genaamd “Nivram Studios”. (‘Nivram’ is een anagram: de letters ‘Marvin’ omgekeerd gespeld.)

    Naar aanleiding van het 50-jarige artiestenjubileum gingen Cliff Richard en The Shadows gezamenlijk een tournee maken door Europa, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Deze vond plaats van eind september 2009 tot een stuk in 2010.

  • Jet Set

    De band Jet Set uit de jaren 70 van de vorige eeuw in de spotlights. De band bestond uit onderstaande muzikanten.

    Jet Set Hengelo Bertus Lansink
    Brian Sprukkelhorst
    Johnny Beck
    Freddy Stuivenberg
    Hans Harmsen

    Jet Set 2a Jet Set 2b

  • Anneke Grönloh

    Deze week lazen we een artikel dat Anneke Grönloh op 74 jarige leeftijd nog steeds optreed. Tijdens het optreden maakt ze gebruik van een zuurstof fles omdat ze een long ziekte heeft.

    Onderstaande informatie kunt u vinden op www.wikipedia/annekegronloh

    Anneke Grönloh werd in Tondano, Noord-Celebes, Nederlands-Indië geboren op 7 juni 1942 en bracht haar eerste levensjaren in het door de Japanners bezette Nederlands-Indië door in een jappenkamp. Haar vader, een Nederlandse officier, was al voor haar geboorte geïnterneerd. Pas na de bevrijding werd het gezin herenigd.

    Na de oorlog vertrok het gezin Grönloh met de Willem Ruys naar Nederland, waar het opgevangen werd in het Noord-Brabantse Grave. Anneke groeide op in Eindhoven. Op het Gemeentelijk Lyceum leerde Anneke Grönloh Peter Koelewijn kennen en trad zij samen met hem en zijn band Peter en zijn Rockets op tijdens feestjes. Daarnaast verzorgde ze in Nederland en België al optredens met onder meer het orkest van Jos de Mol en The Skyliners, waar ze voornamelijk Amerikaanse hits, jazz en rock-‘n-roll zong. Onder de naam “Yokotjang” trad ze ook op als zangeres/danseres met oosterse liedjes. Yokotjang betekent in het Japans klein zusje , zo werd Anneke in het jappenkamp tijdens de oorlog genoemd.

    Op 19 december 1959 wint Anneke het “Cabaret der onbekenden”, een destijds zeer beroemde talentenjacht. De finale wordt op tv uitgezonden en de hoofdprijs is een platencontract. Haar winnende lied “ma, he’s making eyes at me” wordt later een grote hit voor haar in het buitenland. Ze neemt een Nederlandse versie ervan op onder de titel “ma, hij wil zo graag een zoen”. De opname wordt een hit in Nederland. Op deze plaat wordt ze begeleid door Peter en zijn Rockets, met wie ze in de periode 1960/1962 veel optredens in het land verzorgt.

    Anneke komt onder contract bij platenfirma Phonogram van Philips; het huidige Universal Music. Haar eerste singel is een Maleis liedje met de titel “Asmara”. In Nederland doet het nummer weinig, maar in Singapore, Maleisië en Indonesië wordt het een grote hit.Een nummer 1 hit en gouden plaat in het verre oosten zijn het resultaat. Eind 1960 vertrekt ze op haar eerste concerttournee naar Singapore en Maleisië. Voor de Nederlandse markt worden tienerliedjes als “Maar Charly stuurde me bloemen” opgenomen, waarmee haar populariteit groeit. De song “Trui, trui, slobbertrui” is de eerste echte hit in eigen land in 1961.

    1962 is een zeer succesvol jaar voor Anneke Grönloh. De in 1961 opgenomen Indische liedjes “Boeroeng kaka” en “Nina Bobo” worden grote hits in het verre oosten. Beide nummers staan maandenlang op nummer 1 in Singapore en Maleisië en leiden wederom tot gouden platen. De populariteit in die streken is enorm. Tijdens een tournee in in januari 1962 treedt Anneke op in stadions en grote concertzalen in onder andere Singapore, Ipoh, Malakka en Penang. Ze onderneemt deze tournee samen met The Blue Diamonds, die in die streken ook erg populair zijn door hun hit “Ramona”. “Nina Bobo” scoort ook in Japan en wordt uiteindelijk Anneke’s grootste internationale hit. Ondertussen heeft Anneke ook een aantal platen opgenomen in het jazzgenre, haar favoriete muziekstijl, met onder andere The Dutch Swing College Band en de Rivertown Dizieland Band. In juli 1962 neemt ze samen met onder andere Mieke Telkamp en Milly Scott deel aan het Knokke Festival; een destijds zeer prestigieus songfestival in België. Daar zingt ze voor het eerst haar nieuwe single “Brandend Zand”. Het nummer komt vanuit het niets binnen op nummer 1 en blijft daar 3 maanden staan, totdat het van die plek verdreven wordt door Anneke’s nieuwe plaat “Paradiso”, die maar liefst 14 weken op nummer 1 staat. Meer dan een half jaar staat de zangeres dus onafgebroken op nummer 1. In de wekelijkse hitlijst van Platennieuws staat Brandend zand 2 weken op de eerste plaats. Vanaf 24 november 1962 staat Paradiso maar liefst 16 weken aaneensluitend op nummer één. Dit record aantal weken is nog steeds niet verbroken[1]. Voor zowel Brandend Zand als Paradiso krijgt ze eerst gouden en daarna platina platen. Als Anneke Grönloh eind november opnieuw voor een tournee naar het verre oosten vertrekt is ze uitgegroeid tot Nederlands eerste en grootste tienerster/popidool.

    Op 31 augustus 1964 trouwde zij met de Veronica-diskjockey Wim-Jaap van der Laan. Hij overleed in 2004.

    Anneke Grönloh 1a

  • Ted Herold

    Ted Herold (geboren als Harald Walter Bernhard Schubring) (Berlin-Schöneberg, 9 september 1942 – Dortmund, 20 november 2021) was een Duitse schlagerzanger.

    Carrière

    Harald Walter Bernhard Schubring was de zoon van een stukadoor, die in 1951 met zijn familie naar Bad Homburg vor der Höhe verhuisde. Hij had zich al sinds zijn jeugd voor muziek geïnteresseerd, vooral voor rock ‘n’ roll. Bill Haley, Buddy Holly en Elvis Presley waren zijn favorieten. Een medeleerlinge op school bracht hem in 1958 in contact met het platenlabel Polydor, die proefopnamen maakten, met als resultaat zijn eerste single met twee Duitstalige coverversies van Elvis Presley, begeleid door muziekproducent en orkestleider Bert Kaempfert. Zijn naam kreeg het pseudoniem Ted Herold. Hij kreeg een lucratief contract aangeboden met eigenbelang aan de verkoop en ging naar Wenen naar de succesvolle producent Gerhard Mendelson, die de carrière van Peter Kraus in goede banen had geleid. Herold werd als de Duitse Elvis gezien en zong tot 1960 uitsluitend covers van Elvis Presley-titels. Het nummer Ich bin ein Mann trok veel aandacht, maar werd niet door Duitse radiozenders gespeeld.

    Zijn carrière ging in 1959 met talrijke single-publicaties en toerneeën bergop, onder andere met Tommy Kent, Bully Buhlan, Ralf Paulsen en Max Greger. In 1960 werd zijn repertoire met rustige nummers uitgebreid. De ballade Moonlight, geschreven door Werner Scharfenberger en Fini Busch werd een monsterhit met meer dan 500.000 verkochte exemplaren en een 1e plaats in de Duitse charts. De rebelse rock-‘n-roller kreeg tot het midden van de jaren 60 geen verbintenissen meer, dankzij de uitsluitend publieke tv-zenders. Desondanks had hij tussen 1959 en 1963 diverse optredens in muziekfilms. Als begeleidingsorkest speelde tot 1966 meestal het orkest van Johannes Fehring, in zeldzame gevallen ook de orkesten van Werner Scharfenberger, Erwin Halletz, Boris Jojic, Gerry Friedrich en Bill Justis.

    In 1963 werd hij opgeroepen voor de militaire dienst in Wetzlar, waar hij werd opgeleid tot radiotelegrafist. Tijdens zijn dienstplicht bracht hij echter nog drie singles op de markt, die dankzij het beattijdperk niet echt aanspraken bij het publiek. Na zijn ontslag als onderofficier in 1964 probeerde hij nog enkele titels te brengen, maar dit werd geen succes. In 1966 nam hij zijn laatste single op bij Polydor. Tot 1969 nam hij nog twee uitgebrachte singles op, waarna het stil werd rond zijn persoon.

    In 1977 kreeg hij verrassend een aanbieding van Udo Jürgens om mee te werken aan een nummer voor de lp Panische Nächte en hem tevens te begeleiden tijdens een Duitsland-tournee. Hij kreeg een platencontract bij Teldec en bracht nieuwe nummers op de markt, die hij samen met zijn oude klassiekers zong bij de talrijke optredens. Vanaf 1978 had hij een eigen begeleidingsgroep, bestaande uit de gitaristen Helmut Franke en Peter Hesslein.

    Aan het einde van de jaren 90 waren zijn oude nummers compleet op cd overgezet. Hij was bij talrijke tv-uitzendingen en galavoorstellingen te gast. In 2007 speelde hij mee in aflevering 1116 van de tv-serie Lindenstraße. Daarnaast werkte hij live-concerten af en openbaarde meerdere cd’s. In 2002 verscheen ter gelegenheid van zijn 45-jarig podium-jubileum alsook van zijn 60e verjaardag het nummer Ob 16 oder 60 alsook een Best Of-cd met de titel Mein verrücktes verrocktes Leben.

    Sinds 2005 verschenen nieuwe cd’s bij het label A1/A2 Records. Met het nieuwe nummer 1958 – Wir waren dabei veroverde hij weer een plek in de hitparaden. Er verschenen meerdere nummers onder dit label. In januari 2008 bracht hij weer een cd-album uit, genaamd Jukebox, Jeans, Rock ‘n’ Roll met talrijke nieuwe nummers. In december 2020 werd naar aanleiding van het kerstconcert in de Dortmunder Westfalenhalle de dubbel-lp Wahre Liebe wird nicht älter gepubliceerd. Ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag verscheen op 15 november 2012 het album met de titel Rock ‘n’ Roll geht immer. Tegelijkertijd verscheen na Hauptsache, du machst dein Ding en Das Herz der Rock ‘n’ Roller het nummer Rock ‘n’ Roll Lady. Verdere nummers uit het tussen 2012 en 2014 verschenen album zijn: Marie MarroDie süße PolitesseMan ist so alt, wie mann sich fühltNicht jede hat ein Herz wie du en Es regnet harte Dollars. Sinds januari 2016 staat Herold onder contract bij het label Tinacolada Klangwelt. Op 1 februari 2016 verscheen de eerste publicatie bij dit label: een duet met Lars Vegas met de titel Das ist Rock ‘n’ Roll.

    Privéleven en overlijden

    In 1965 trouwde hij met de kasteleinsdochter Karin Höhler en verhuisde in 1966 naar Wetzlar-Nauborn, waar hij een opleiding tot radio en tv-technicus had gevolgd. Vanaf 1970 werkte hij als werkplaatsleider in zijn geleerde beroep. In maart 1977 legde hij zijn eindexamen af. Daarna woonde hij twee jaar in Echtz. In september 2002 trouwde hij met zijn langjarige levenspartner Manuela in Dortmund.

    Op 20 november 2021 kwamen Herold en zijn vrouw om het leven tijdens een woningbrand. Hij werd 79 jaar

  • Jan Boezeroen

    In december kwam het nieuws naar buiten dat Jan Boezeroen 15-12-2025 op 92 jarige leeftijd is overleden. Menig band zal in de jaren 70 nummers van hem gespeeld hebben.

    Jan Boezeroen, pseudoniem van Johnny Goverde (Steenbergen, 2 oktober 1933, 15 december 2025), is een Nederlands artiest, die vooral in de jaren zeventig en tachtig enkele grote Nederlandstalige hits scoorde onder de hoede van Jack de Nijs, beter bekend als Jack Jersey. Zijn pseudoniem betekent eigenlijk ‘Jan de arbeider’.

    Hij brak door met het nummer De fles (1970), waarvan de tekst geschreven werd door Enrico Paoli, pseudoniem van de Amsterdamse zanger Henk Paauwe, op muziek van Jan de Koning. In de Nationale Hitparade heeft Boezeroen zeven hits gehad, waarvan Vondel was goed met de achtste plaats de grootste was. Andere Nederlandse Top 40 hits waren Ze zeggen (1971), Oei, oei (1972) en He he kijk daar eens(1973).

    In 1973 maakte hij deel uit van de groep Brabants Bont, met daarnaast Yvonne de Nijs, Jack de Nijs, Leo den Hop en Wil de Bras. Boezeroen had naast zijn zangcarrière ook muziekzaken in Steenbergen en Zevenbergen.

    In de jaren zestig bracht Jan Boezeroen ook enkele platen uit onder de naam Disco Johnny op het CNR-label. De productie ervan was in handen van Addy Kleijngeld, de ontdekker van o.a. Heintje en Gert Timmerman.

    Naast zijn activiteiten als solo-artiest maakte Jan Boezeroen in de jaren 70 en 80 ook nog deel uit van het duo “De Piraten”, samen met Cock van der Palm, die in 1976 werd vervangen door Frans Vullings.

    De muziek van Boezeroen is tegenwoordig vooral te horen bij de plaatselijke Piratenzender (geheime zenders).

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *