Dom Blondje
Komt een dom blondje bij de apotheek: “Ik probeer jullie al tijden te bellen op 0800-1730 maar krijg niemand aan de lijn”. “Ja mevrouw, dat kan kloppen”, zegt de apotheker “dat zijn onze openingstijden”!
Komt een dom blondje bij de apotheek: “Ik probeer jullie al tijden te bellen op 0800-1730 maar krijg niemand aan de lijn”. “Ja mevrouw, dat kan kloppen”, zegt de apotheker “dat zijn onze openingstijden”!
Een boer wordt bezocht door de Economische Inspectie.
Hij wordt gecontroleerd omdat hij zijn werknemers niet correct zou betalen.
“Ik zou graag de lijst zien van jouw werknemers en hun lonen”, zegt de controleur.
“Wel”, zegt de boer, “er is mijn meesterknecht die nu drie jaar hier werkt.
Ik betaal hem 400.– per week plus vrije kost en inwoning.
Dan is er de kokkin. Zij werkt hier 18 maanden en verdient 300.– per week plus vrije kost en inwoning.”
“Dan is er nog ene die wat simpel is.
Die werkt ongeveer 18 uur per dag en doet 90 % van het werk op de boerderij.
Hij verdient 10.– per week, betaalt zijn eigen kost en inwoon en ik koop hem iedere zaterdagavond een fles whiskey.
Af en toe slaapt hij bij mijn vrouw.”
“Dat is de kerel waar ik mee wil praten,” zegt de controleur.
“Dat doe je al…” antwoordt de boer.

Jantje zit op school vraagt de lerares aan hem. Jantje er zitten vier vogels op een hekje. Komt er een jager aan en die schiet er één vogel af. Hoeveel vogels zitten er daarna nog op het hekje? Geen één zegt jantje. Hoezo dat dan vraagt de lerares. Nou zegt jantje; Als je er een af schiet vliegen de andere drie weg. “Nee”, zegt de lerares het antwoord is drie maar de manier waarop je denkt vind ik leuk. Nou zegt jantje dan heb ik ook nog een vraag. Er zitten drie vrouwen op een bankje. De eerste likt aan een ijsje, de tweede bijt in een ijsje, en de derde zuigt aan een ijsje. Wie van de drie is getrouwd? De lerares denkt diep na… ik denk dat het degene is die aan het ijsje zuigt. Nee, zegt jantje degene met de trouwring om haar vinger. Maar de manier waarop je denkt vind ik leuk
Er komt een man bij de dokter en zegt: “Dokter ik voel me niet lekker.” De dokter onderzoekt hem en vraagt hem de volgende week terug te komen. Na een week komt de man terug en vraagt: “Nou dokter wat is de uitslag? ”, “Ik heb slecht nieuws voor u, u heeft nog maar één maand te leven” zegt de arts “Weet u al wat u in die tijd gaat doen?” “Dan ga ik bij m‘n schoonouders wonen” zegt de man. “Hoe komt u daar zo bij?” vraagt de arts verbaasd. De man: “Nou, dan kan een maand lang duren”
Herman komt Bart tegen in een café waar hij anders nooit komt.
Herman vraagt verwonderd “Hoe komt het dat je niet in je stamkroeg zit te drinken?”
“Ach ja” antwoord Bart “Ik ben met vakantie”.
Een pasgetrouwde boer en zijn vrouw werden gebeld door de moeder van de bruid. Deze wilde meteen de boerderij komen bekijken. De boer probeerde oprecht vriendelijk te zijn tegenover zijn schoonmoeder, hopende dat hij een vriendschappelijke relatie met haar zou kunnen krijgen.
Maar bij elke gelegenheid die zich voordeed zat zijn schoonmoeder zonder doel te zeuren, veranderingen aan te bevelen, ongevraagde adviezen te geven en maakte zo het leven van de boer en zijn bruid ondraaglijk.
Terwijl ze door de schuur liepen, sprong de ezel van de boer plotseling naar voren en stootte de schoonmoeder voor haar hoofd, waardoor deze ongelukkig viel, en op slag dood was.
Op de begrafenis, een paar dagen later, stond de boer naast de kist en begroette de mensen die langsliepen. De pastoor zag dat, wanneer er een vrouw langsliep die iets tegen de boer fluisterde, hij ja schudde met zijn hoofd, en iets terugzei. Wanneer er een man langsliep die iets tegen de boer fluisterde, schudde hij nee en mompelde hij iets terug. De pastoor, die dit toch wel een beetje merkwaardig vond, vroeg na afloop van de begrafenis waarom hij toch telkens ja en nee schudde. De boer antwoordde:
“De vrouwen zeggen, wat een verschrikkelijk drama, en ik knik, ja en zeg, dat was het zeker.
De mannen vragen, kan ik jouw ezel lenen? en ik schud nee en zeg, dat kan niet, hij is al voor een heel jaar volgeboekt.”
2 belgen staan op een brug boven een rivier in de verte te kijken. In de verte zien ze iets verschijnen op de rivier. Zegt die ene Belg: “Hé kijk, een boot”. Zegt die andere Belg: “Dat is geen boot, dat is een hovercraft.” Zegt die ene Belg weer: “Nee dat is een boot!!” Zegt die andere Belg weer: “Nee dat is een hovercraft!! Zegt die ene belg weer: Nee dat is een boot! (spellen) B-O-O-T !! Zegt die andere Belg weer: “Nee dat is een Hovercraft! (spellen) H-O-….? Ow nee je hebt gelijk, het is toch een boot!”