Dom Blondje
Komt een dom blondje bij de apotheek: “Ik probeer jullie al tijden te bellen op 0800-1730 maar krijg niemand aan de lijn”. “Ja mevrouw, dat kan kloppen”, zegt de apotheker “dat zijn onze openingstijden”!
Komt een dom blondje bij de apotheek: “Ik probeer jullie al tijden te bellen op 0800-1730 maar krijg niemand aan de lijn”. “Ja mevrouw, dat kan kloppen”, zegt de apotheker “dat zijn onze openingstijden”!
De eerste zegt:
Ik heb het liefste een boekhoudstertje op mijn tafel.
Als je haar opensnijdt, vind je alle organen genummerd.
Verdomd makkelijk opereren.
De tweede zegt:
Ja, dat zal.
Ik had een elektricien. Alles in het lichaam was geordend en op kleurcode.
De derde zegt:
Nee, nee.
Mensen die in bibliotheken werken, die zijn het beste om te opereren.
Alles in hun lichaam ligt op alfabetische volgorde.
De vierde zegt hierop:
Ik heb het liefste constructiebouwers.
Die mannen hebben er begrip voor als je reserveonderdelen over hebt.
De vijfde zegt uiteindelijk:
Jullie hebben het allemaal goed mis.
Politieke leiders zijn het makkelijkst.
Geen ruggengraat, geen hart, geen ballen, geen hersenen
en je kunt ongemerkt hun reet met hun kop verwisselen.
Dat valt niemand op !!
Een klein, blond meisje komt op een avond thuis van school. Ze loopt naar haar moeder en zegt: “Mama, vandaag hebben we leren tellen op school. Alle andere meisjes konden maar tot 5 tellen, maar luister eens naar mij: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 !
Dat is toch heel goed hé, niet?” “Jazeker lieverd, heel flink.” “Is dat omdat ik blond ben, mama?” “Jazeker lieverd, dat is omdat je blond bent.”
De volgende dag komt ze opnieuw van school en zegt tegen haar moeder: “Mama, vandaag hebben we het alfabet geleerd op school. Alle andere kinderen raakten maar tot aan de D, maar luister eens naar mij: A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K !
Da’s toch goed van mij hé?” “Jazeker lieverd, heel flink.” “Is dat omdat ik blond ben, mama?” “Jazeker lieverd, dat is omdat je blond bent.”
De volgende dag komt ze huilend terug van school: “Mama, vandaag zijn we gaan zwemmen. Geen van de andere kinderen heeft borsten, maar kijk eens naar mij!” Ze opent haar blouse en toont haar indrukwekkende D-cups aan haar moeder.
“Is dat ook omdat ik blond ben, mama?” “Neen lieverd, dat is omdat je 25 bent.”
2 belgen staan op een brug boven een rivier in de verte te kijken. In de verte zien ze iets verschijnen op de rivier. Zegt die ene Belg: “Hé kijk, een boot”. Zegt die andere Belg: “Dat is geen boot, dat is een hovercraft.” Zegt die ene Belg weer: “Nee dat is een boot!!” Zegt die andere Belg weer: “Nee dat is een hovercraft!! Zegt die ene belg weer: Nee dat is een boot! (spellen) B-O-O-T !! Zegt die andere Belg weer: “Nee dat is een Hovercraft! (spellen) H-O-….? Ow nee je hebt gelijk, het is toch een boot!”
Er staan 2 Belgen voor het viaduct met hun truck. De truck is 10 centimeter te hoog. Zegt die ene Belg: “Er komt geen politie aan, rij maar snel door.” De truck komt vast te zitten en de politie komt eraan. De politie kijkt het aan en zegt tegen de Belgen: “Als je de banden nou wat leeg laat lopen, komt die truck misschien los!”. Zegt die Belg: “Maar meneer, de truck zit van boven vast en niet van onderen!”.
Een man en een vrouw die elkaar niet kennen, staan voor het treinloket. Allebei willen ze met de nachttrein naar Rome. De NMBS-medewerker vertelt dat er nog maar één tweepersoonsbed beschikbaar is en dat ze onder elkaar maar moeten uitvechten wie het krijgt. Zowel de man als de vrouw moeten echt de volgende dag in Rome zijn., dus na enig overleg besluiten ze om het bed te delen. Ze kleden zich om en gaan ieder aan één kant van het bed liggen. Na ongeveer een halfuurtje vraagt de man : “Kan je wel in slaap raken.?”. Waarop de vrouw antwoordt dat ze het toch maar een beetje koud vindt. “Daar kunnen we maar twee dingen aan doen.” zegt de man. “Ofwel ga ik voor jou een dekentje halen, ofwel doen we alsof we gehuwd zijn.” “Goed” zegt de vrouw na enige tijd nadenken, “laten we dan maar doen alsof we gehuwd zijn.” Waarop de man zegt : “Oké, ga dan zelf maar het dekentje halen.”
Een pastoor had erg veel last van muizen in de kerk.
Die beesten renden zelfs tijdens de mis door de kerk.
De pastoor strooide gif, zette klemmen, liet een paar katten los in de kerk, maar het hielp niets.
Altijd liepen er wel weer muizen.
Op een zondag, voordat hij met de preek zou beginnen, vroeg hij hulp van de beminde gelovigen, wie van hen een oplossing had tegen de muizenplaag.
Een wat oudere vrouw staat op en zegt: “Pastoor u moet die muizen dopen”.
“Dopen? mijn dochter.
Hoe zo helpt dat dan?” vroeg de pastoor.
“Jawel, meneer pastoor. Ik heb 11 kinderen, allemaal gedoopt en er komt er geen een meer in de kerk”.