U kent ze niet

Toen de dokter tegen een nieuwe patiënt opmerkte dat hij een heel rood hoofd had, zei die:`

“Hoge bloeddruk, dokter, het zit in de familie”.

“Van welke kant van uw vader of uw moeder”? vroeg de dokter.

“Eh neen, van de kant van mijn vrouw”, zei de man.

“Ach”, reageerde de dokter, “hoe kun je nu hoge bloeddruk krijgen van de familie van uw vrouw”?

De man zuchtte diep: “U kent ze duidelijk niet, dokter, U kent ze niet”!!

Similar Posts

  • Camping Vakantie

    Een vader ging met zijn slimme, goed studerende zoon op camping vakantie naar de Ardennen. In een open vlakte zetten zij hun tent op en vielen even later uitgeput van de lange wandeling in slaap. Na enkele uren maakt de vader zijn zoon wakker en zegt: “Kijk eens naar de hemel en vertel me wat je zoal ziet?” De zoon staart naar het heelal en antwoordt: “Ik zie miljoenen sterren.” “Wat maakt je dat eigenlijk duidelijk mijn zoon?” vroeg de vader vervolgens. De zoon; “Astronomisch, maakt me dat duidelijk dat er miljoenen galaxy’s en planeten in het heelal aanwezig zijn.” De vader geeft zijn zoon een klap tegen het hoofd en zegt:”Wel nee idioot, iemand heeft onze tent gestolen!”

  • Kiezen

    Een professor neemt het middagmaal in de kantine van de universiteit. Een student zet zich tegenover hem aan dezelfde tafel. De professor ergert zich hieraan en zegt:
    Een varken en een vogel lunchen niet samen.
    Zegt de student: Oke, ik vlieg wel naar een andere tafel.
    De professor is razend om dit antwoord en besluit om de student bij zijn volgend examen te buizen.
    Op het volgende examen kan de student echter perfect op alle vragen antwoorden en de professor besluit, door ervaring gelouterd, om een meerkeuze vraag te stellen. Hij vraagt: Op straat tref je twee zakken aan, in de ene steekt een stapel bankbiljetten en in de andere steekt verstand, welke kies je?
    De zak met het geld, zegt de student.
    Waarop de professor zegt: In uw plaats zou ik die met verstand genomen hebben.Waarop de student zegt:
    De mensen nemen meestal datgene dat ze niet hebben.

  • Huissleutel

    Een alleenwonende man verloor zijn huissleutel. Hij belde zijn ouders die in een klein dorpje in het hoge noorden woonden; zij zouden de reservesleutel opsturen.
    De man trok zo lang bij een vriend in. De volgende dag liep hij de postbode tegemoet, maar deze had niets bij zich.
    De man mopperde: Ach ja, de post in dat boerengat werkt natuurlijk niet zo vlug, en ging weer voor een nacht naar zijn vriend. De volgende morgen reed hij weer naar zijn huis om de post op te vangen, maar was net iets te laat.
    De postbode kwam net de tuin uit en zei: Ik heb de brief in de bus gegooid hoor!’

  • Kangeroe over de vloer

    Een kangoeroe wandelt een café binnen, gaat aan de bar zitten en bestelt een biertje. “Dat is dan vijfentwintig euro,” zegt de barman. De kangoeroe vindt dat wel een beetje duur, maar legt toch vijfentwintig euro op de toog, krijgt een versgetapt biertje voorgezet en begint er op zijn gemak van te drinken. Na een tijdje krijgt hij in de gaten dat het hele café naar hem aan het staren is. “Tjonge,” zegt hij tegen de barman, “de hele zaak is hier naar mij aan het kijken. Wel een beetje onbeleefd, vindt u ook niet?” “Je moet dat begrijpen,” zegt de barman, “wij krijgen hier niet vaak kangoeroes over de vloer.” “Nee, dat snap ik,” zegt de kangoeroe, “als je vijfentwintig euro voor een biertje vraagt…”

  • De Baas

    Een baas klaagt dat zijn werknemers hem niet respecteren. De volgende dag hangt hij een bordje op zijn kantoordeur: ‘IK BEN DE BAAS!’ Als hij na de lunch terugkomt, hangt er een briefje onder:

    ‘Je vrouw heeft gebeld… ze wil het bordje terug.’

  • Een broodje ei met ui….

    Er woont een Belg in Den Haag, maar hij raakt zijn Belgische accent maar niet kwijt.

    Hij besluit bij een echte Hagenees Haags te leren….
    Na 4 weken kan hij eindelijk de zin: geef mij een broodje ei met ui, in het plat Haags uitspreken.
    Hij loopt, trots als een pauw, een winkel in en zegt: “Hé geef mij een broodje ei met ui”.
    Waarop de verkoper tegen hem zegt: “Je bent zeker een Belg?”
    “Hoezo”, vraagt de Belg, “dat was toch Haags?”
    “Jazeker, maar je staat in een fietsenwinkel.”

     

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *