Deze week kregen wij van Jos Jambor Advertenties toegestuurd uit 1965, en een daarvan was van het Madigo combo. Daarom deze week dit Combo uit Goor op onze site.
Mieke, artiestennaam van Mieke Gijs (Turnhout, 8 mei 1957),
is een Belgische schlagerzangeres.
Jaren 70
Mieke begon al op
jonge leeftijd met zingen. Toen ze elf jaar oud was, deed ze in Arendonk mee
aan haar eerste zangwedstrijd, die ze ook won met een vertolking van Mama van Heintje.
In de jaren hierna was ze veelvuldig actief bij diverse andere zangwedstrijden.
In 1971, op dertienjarige leeftijd, bracht ze op het platenlabel RCA haar
eerste single uit: Susa Nina. Het nummer werd echter geen hit, net
zomin als de volgende singles Tien rode rozen en Fijn
dat jij er bent.
In 1973 werd Mieke in
contact gebracht met Pierre Kartner, alias Vader Abraham, die na zijn
successen met het kindsterretje Wilma op zoek was naar een nieuwe
jonge zangeres. Samen namen zij het duet Wat een prachtige dag op,
een vertaling van de hit What a wonderful world van Louis
Armstrong. De single bereikte de tipparade van de Nederlandse
Top 40. Een jaar later beleefde Mieke haar doorbraak met het door Kartner
geschreven lied Een kind zonder moeder, dat zowel in Vlaanderen als
in Nederland een hit werd. Ook het gelijknamige album werd een succes.
Gedurende het midden
van de jaren zeventig scoorde Mieke nog een aantal hits, zoals Zomertijd, M’n
beste vriendin en Het leger van werkelozen. Dit laatste
nummer was wederom een duet met Pierre Kartner, in samenwerking met het Weesper
Mannenkoor en De Kermisklanten. Met Kartner bleef ze intensief
samenwerken; hij schreef de meeste van haar liedjes en was tevens haar
producer.
In 1976 verscheen het
album Zo tussen dromen en ontwaken. De singles die hiervan werden
uitgebracht hadden echter weinig succes. In 1978 scoorde Mieke wel een hit met
het nummer Charlie Chaplin, afkomstig van haar album Horen
zien en zingen. In 1979 trad Mieke in het huwelijk met BRT-regisseur
Hugo Dewaersegger.
Jaren 80
Toen Pierre Kartner
zich steeds meer ging concentreren op zijn eigen carrière, werkte Mieke korte
tijd samen met Cees de Wit. Begin jaren tachtig werd Dries Holten haar
nieuwe producer. Met hem maakte ze onder andere de singles Dromenland en Als
ik jou niet had, beide van oorsprong Duitse schlagers die geschreven waren
door Ralph Siegel. In dezelfde periode bracht Mieke in Duitsland enkele
Duitstalige singles uit. Dat was niet voor het eerst, want in 1976 had ze ook
al eens een Duitse single gemaakt: Liebe Mutter.
In 1982 werd de
samenwerking met Holten stopgezet en kwam Mieke opnieuw onder begeleiding van
Pierre Kartner te staan. Er volgden enkele jaren zonder grote successen en
midden jaren tachtig werd de rol van Kartner overgenomen door producer Ad
Kraamer. In 1985 bereikte Mieke opnieuw de hitparades met de single Zaterdagavond,
een duet met Dennie Christian. Dit nummer, een cover van Ich komm’
bald wieder van Cindy & Bert, stond zes weken genoteerd in de
Nederlandse Top 40. Gedurende de rest van de jaren tachtig nam Mieke nog
verschillende andere platen op met Christian, later aangevuld met Micha
Marah en/of Freddy Breck. Samen traden zij veelvuldig
op tijdens het Schlagerfestival.
In 1988 bracht Mieke
de single Kom weer terug bij mij uit, een vertaling van het
lied Ne partez pas sans moi, waarmee Céline Dion dat jaar
het Eurovisiesongfestival gewonnen had. Het nummer presteerde echter
matig en ook de volgende singles flopten.
Jaren 90
Onder de hoede
van Roger Baeten, die Ad Kraamer als producer verving, nam Mieke in 1990
de single Vlinders in je buik op, een cover van Chanson
populaire van Claude François. Het nummer werd een hitje in
Vlaanderen en leidde tot een optreden in het televisieprogramma Tien om te
zien. Hierna volgden singles als Vrij als ‘n vogel en Om
je hart te voelen slaan (een cover van Pour un flirt van Michel
Delpech), maar deze haalden de hitlijsten niet.
In 1993 nam Mieke
deel aan Eurosong, de Vlaamse voorronde voor het Eurovisiesongfestival.
Met het nummer Waarom zou er vrede zijn eindigde ze hierbij op
de zevende plaats. Een jaar later bracht ze met weinig succes de singles Soms
is liefde… (een duet met Jo Vally) en Laat me alleen (een
cover van Rita Hovink) uit. Haar album Voor jou verscheen
in 1995. In 1996 ondernam Mieke een tweede poging om voor België naar het
Eurovisiesongfestival te gaan. Tijdens de selectieshow De Gouden
Zeemeermin werd ze met haar nummer Op dit moment echter
uitgeschakeld.
Na het overlijden van
haar man zette Mieke haar carrière tijdelijk op een laag pitje. In 1998 bracht
ze nog wel een album uit met naar het Nederlands vertaald repertoire van Dolly
Parton.
Jaren 00 tot heden
Hoewel grote hits
uitbleven, bleef Mieke na de millenniumwisseling regelmatig nieuwe singles uitbrengen.
Zo verscheen in 2001 Zoiets als liefde, een cover van een nummer
van Michelle. In 2002 nam zij, op aandringen van Pierre Kartner, weer een
duet op met Dennie Christian, getiteld Ik ben verliefd, jij bent
verliefd. Zowel Christian als zijzelf vonden de tekst van het lied
eigenlijk te puberaal, maar de single werd desondanks toch uitgebracht, met een
flop als gevolg.
In 2004 vierde Mieke
haar dertigjarig artiestenjubileum. Ter gelegenheid hiervan werd een album
uitgebracht: Dertig jaar Mieke, het complete hitoverzicht. Behalve
vier nieuwe nummers bevatte dit album ook een dvd. Twee jaar later, in 2006,
dook ze met de single Boom bang-a-bang (origineel gezongen
door Lulu) voor het eerst sinds 1989 weer op in de Nederlandse hitparade.
Dit nummer, waarvoor zij zelf de Nederlandstalige tekst schreef, was afkomstig
van haar album Vliegen als een vogel. Ook Pierre Kartner en Salim
Seghers schreven aan dit album mee.
Samen met Dennie Christian, Christoff en Lindsay bracht Mieke in 2009 een nieuwe versie uit van het nummer Zaterdagavond. Net als in 1985 werd het opnieuw een hit; in de Vlaamse Ultratop bereikte de single de vijfde plaats. In de periode hierna nam Mieke ook materiaal op met andere artiesten, zoals Liliane Saint-Pierre, Bart Kaëll en vooral Luc Van Meeuwen. Met Van Meeuwen nam ze vanaf 2013 verschillende singles op, die in 2016 verschenen op een album. In 2017 volgde de cd Parels, waarvan enkele nummers al eerder op single waren uitgebracht. Dit album bevat ook drie duetten met Bandit.
Bijna is het zover dat “de Helena’s “met 2 bussen vol vertrekken naar Oostenrijk. Om iedereen alvast op te warmen vandaag een nieuwe foto die gemaakt is door Evi Fotografie in Albergen.
The Classics is een Nederlandse band, opgericht in 1967 in Stramproy (Limburg) en van oorsprong een showorkest. The Classics scoorden vooral in de jaren zeventig hits. De grootste successen waren “My lady of Spain” en “Yellow sun of Ecuador”.
Begin jaren 60 ontstond de groep the Classics uit de groep the Strangers (Harrie en Hub Broens; Ber Kwaspen en Renée (Broer) Janssen. Toen the Strangers stopten gingen Harrie Broens, Ber Kwaspen, Jan Dirkx en Pierre Hoeken verder onder de naam the Classics. In 1964 moest Pierre Hoeken in militaire dienst en begin 1965 Jan Dirkx. Daarmee kwam tijdelijk een einde aan the Classics.
In 1966 besloot Jan Dirkx om opnieuw te beginnen, samen met zijn neef Ber Kwaspen en Harrie Broens, aangevuld met broer Ton Dirkx en René Munnecom. Het eerste optreden vond plaats 27 mei 1967. De leden van de groep begonnen met eigen liedjes te schrijven. De band bestond op dat moment uit Jan en Ton Dirkx, Ber Kwaspen, Harrie Broens en Renee Munnecom. In 1971 werd Ton Dirkx opgevolgd door Joep Beurskens (ex-Teddybears). In 1974 werd Rene Munnecom opgevolgd door Peter Gerits.
In mei 1977 besloot Jan Dirkx te stoppen als muzikant. Hij bleef alleen nog als manager van de groep actief. Hij werd vervangen door Huub Dijckmans. Deze vertrok na enkele jaren, waarop Jan Dirkx in de groep terugkeerde. In oktober 1980 verlieten Jan Dirkx en Joep Beurskens – wegens gezondheidsreden – de groep. Daarna zijn verschillende muzikanten ten tonele verschenen: Hans Metten, Dominique Picerno, Bart Drossaers en Gerard Opdebeeck. Het eerder behaalde succes van de groep werd niet meer bereikt. Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van de groep werd in 1992 een eindconcert gegeven door de oude leden.
In het begin trad de groep voornamelijk op in de regio en nam deel aan talentenjachten. Tijdens een van de optredens werd de band ontdekt door platenbaas Johnny Hoes. Hij bood de jongens een platencontract aan. De eerste single I only want to be with you werd een regionaal succes. De groep bestond op dat moment uit vijf personen met de in die tijd gebruikelijke bezetting: twee gitaren, basgitaar, toetsen en drums. Het repertoire van de groep bestond voornamelijk uit nummers van The Shadows, Cliff Richard, The Cats en andere hitparadeartiesten uit die periode.
De groep ontwikkelde al snel een eigen sound. Deze sound kenmerkte zich met name door de fijne samenzang en werd door Joost den Draaier de ‘vlaaiensound’ genoemd. Aanleiding daartoe waren de Limburgse vlaaien die Jan Dirkx vaak bij zich had bij zijn wekelijks bezoek aan de Hilversumse studio’s. De vlaaiensound kan worden gezien als een tegenhanger van de palingsound uit Volendam.
In 1969 gingen The Classics opnieuw de studio in, deze keer voor het opnemen van Try it again, een eigen compositie; dit nummer werd later omgedoopt tot My Lady of Spain. Later zou blijken dat dit de basis was voor hun internationale successen. Toch duurde het nog tot 1972 voordat de plaat werd uitgebracht. Binnen enkele maanden werden meer dan 500.000 exemplaren verkocht. Er volgden tv-optredens in binnen- en buitenland. In de jaren hieropvolgend verschenen hits als: Yellow sun of Ecuador, Papa Peppone, My Russian lady, In Yucatan, Sunshine baby, Wings of an eagle en Gimme that horse.
The Classics verzamelden in de loop der jaren een grote groep fans om zich heen. Er ontstond een fanclub, geleid door Peter Aquarius. De club bracht een eigen blad uit, Skripto genaamd, waarin o.a. de agenda van The Classics werd gepubliceerd, nieuws over de groep werd geschreven en fanmail werd behandeld. Op het hoogtepunt had de fanclub meer dan 1000 betalende leden.
In 2001 richtten enkele leden de Classics Revival Band op. De bezetting was: Harrie Broens: gitaar/zang, zijn zoon Rolph Broens: gitaar/toetsen/zang, Ber Kwaspen: drums/zang, Jo Hoofwijk: bas/zang.
Oud-zanger/gitarist Joep Beurskens overleed op 6 april 2005, drummer Ber Kwaspen op 21 januari 2007 en basgitarist René Munnecom op 16 december 2011.
Sinds 2010 is er weer een nieuwe bezetting van The Classics Revival Band:
Hermien Timmerman-van der Weide (De Krim (Overijssel), 25 juli 1943 – Enschede, 23 mei 2003), was een Nederlands zangeres.
Hermien van der Weide groeide op in De Krim en in Slagharen (beide gemeente Hardenberg) en ging in Slagharen naar de middelbare school. Rond 1960 werd ze actief als zangeres (amateur) en werd ze fan van de reeds bekende zanger Gert Timmerman (1935-2017). Begin 1963 maakte ze kennis met Timmerman na een concert van hem in Vriezenveen. Eind 1963 huwden de twee.
In april 1999 scheidde het koppel. In mei 2003 overleed Hermien van der Weide op 59-jarige leeftijd in een ziekenhuis te Enschede aan een nierziekte. Zij werd begraven op de algemene begraafplaats in Oldenzaal. Haar graf is in 2013 bovengronds geruimd.
Met haar echtgenoot vormde ze vele jaren – van 1963 tot 1997 – het duo Gert en Hermien. Hun bekendste nummer is Alle duiven op de Dam (Shalalie shalala, 1972). Rond 1970 trad Hermien ook wel solo op, met als hits Rode Anemonen (1965) en Blacky (1968). Van 1974 tot 1993 richtten Gert en Hermien zich volledig op het christelijk geloof en in de jaren tachtig brachten zij religieuze liederen geschreven door Margje Jonkman en kregen hiervoor een gouden plaat. Zowel het zangduo als de tekstschrijver. Zij traden vrijwel alleen nog in christelijke kringen op. In 1990 openden zij zich weer voor de buitenwereld, allereerst in een optreden met de rockgroep Normaal. Na een hartaanval op het podium in 1997 trok Hermien zich terug uit de artiestenwereld.
Wereldberoemd in Mill en omgeving was deze band The Rythm Four uit Mill. De Muzikanten zijn TOON VAN RIET – TOON VAN DER BURGT – AD VAN RIET en LEO STOFFELEN. Nadat deze band is gestopt zin Toon van de Burgt en Leo van Stoffelen begonnen met de band “de Migra’s”.
Enkele weken geleden heeft Toon zijn 80ste verjaardag gevierd waar hij erg trots op is. Ondanks dat Toon door een ziekte geen accordeon meer kan spelen blijft hij optimistisch en hij zegt dan ook vaak “niet zeuren, want er zijn altijd nog mensen die het nog erger hebben dan ik.”
Deze week hebben we gekozen om Ben Lansink uit Markelo op de voorpagina te zetten. Deze ras artiest met een goede stem en een geweldige accordeonist heeft vele jaren zijn sporen in de muziek verdient. De muziek die u hierbij hoort is van het Ben Lansink Trio ergens uit de jaren 70.