Doof worden

  • Twee zestigers praten met elkaar over ouder worden. Zegt Jan: “Het probleem bij vrouwen is dat ze weigeren te aanvaarden dat ze ouder worden. Ze gebruiken allerlei trucjes om het te verbergen.” “Gij hebt het bij het rechte eind” zegt Piet. “Ik ken een middel om hen te ontmaskeren. Als gij wilt weten of uw vrouw hardhorig wordt ga dan op tien meter van haar vandaan zitten en stel een vraag. Als ze niet antwoordt ga je op vijf meter afstand zitten en stel de vraag opnieuw, dan op twee meter en tenslotte op ? meter.” Jan vindt het een schitterend idee en thuis gekomen neemt hij meteen de proef op de som. Terwijl vrouw lief in de tuin de was ophangt gaat hij op een tiental meter van haar vandaan zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij verkleint de afstand met ongeveer de helft en stelt de vraag opnieuw: “Schat, wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij komt nog dichterbij zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Opnieuw geen antwoord. Hij begrijpt er helemaal niets van, gaat naast haar staan en vraagt luid en klaar: Schat, wat eten we deze middag?” De vrouw draait zich om, kijkt hem geërgerd aan en antwoordt: “Voor de vierde keer, kip met frieten!”

Similar Posts

  • GAAT SLECHT MET HET NEDERLANDS ELFTAL

    Ronald Koeman belt naar Gert-Jan Verbeek. Hij klaagt: “Het gaat zo slecht met het Nederlands elftal. Nu dreigen we ook op het EK ten onder te gaan… Weet jij daar nou niets op?” “Tja,” zegt Gert-Jan Verbeek, “als mijn jongens eens slecht spelen, als ze al eens slecht spelen, dan laat ik ze een partijtje voetballen tegen een stel etalagepoppen. Dat is goed voor het zelfvertrouwen.” “Dat vindt Ronald een goed idee” en hij gaat meteen een stel etalagepoppen kopen. Een uurtje later belt Ronald weer op naar Gert-Jan: “Gert-Jan,” zegt hij, “we staan met 3-0 achter, wat moet ik nou doen?”

  • Een pastoor

    Een pastoor, die een wandeling maakt in de vrije natuur, komt in het drijfzand terecht.

    Wanneer hij ongeveer tot over zijn enkels is weggezakt, passeert er een brandweerwagen.

    “Heeft u hulp nodig?” vragen de brandweerlieden.

    “Nee dank u, niet nodig, “de Heer zal me bijstaan!”, antwoord de pastoor.

    Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen hem opnieuw en de brandweerlieden vragen: “Heeft u hulp nodig?”

    “Nee, nee, dank u, niet nodig, de Heer zal me bijstaan!”, antwoordt de pastoor weer.

    Wanneer alleen het hoofd van de pastoor nog boven het zand uitsteekt, passeert de brandweerwagen voor de derde maal.

    “Heeft u nog steeds geen hulp nodig?”, vragen ze.

    “Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden!”, antwoordt de pastoor.

    Uiteindelijk verdwijnt de Pastoor helemaal in het zand!!!!

    Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God: “Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me te hulp zou komen!”

    Waarop de Heer antwoordt: “Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat ik nog meer kon doen……!”

  • De bovenkant zit vast

    Er staan 2 Belgen voor het viaduct met hun truck. De truck is 10 centimeter te hoog. Zegt die ene Belg: “Er komt geen politie aan, rij maar snel door.” De truck komt vast te zitten en de politie komt eraan. De politie kijkt het aan en zegt tegen de Belgen: “Als je de banden nou wat leeg laat lopen, komt die truck misschien los!”. Zegt die Belg: “Maar meneer, de truck zit van boven vast en niet van onderen!”.

  • Pech Onderweg

    Een man valt in de Limburg in panne op een landweggetje. In de wei staat een paard dat over zijn schouder meekijkt en plots zegt “Er zit vuil in de luchtfilter”. De man schrikt maar bekijkt toch de filter en ziet dat er inderdaad vuil in zit.

    Wat later zit hij in het dorpscafé om te bekomen van zijn schrik en vertelt het verhaal aan de Limburgse café eigenaar. “Ja” zegt deze, “dan heb je geluk gehad. Honderd meter verder staat ook een paard in de wei, maar die weet niks van auto’s!”

  • OP DE ZESDE DAG SPRAK GOD

    Op de zesde dag sprak God tot de aartsengel Gabriel: “Vandaag ga ik een land creëren, genaamd Nederland. Het zal een land zijn van buitengewone natuurlijke schoonheid, met grote bossen, vol met herten, zwijnen en eekhoorns. Grote rivieren, gevuld met alle mogelijke soorten levende wezens. Het zal een binnenzee krijgen met enorme hoeveelheden vis en ook aan een buitenzee komen te liggen, die men van prachtige goudgele stranden kan overzien.” God ging verder: “Ik zal het land rijk maken door de landbouw en de inwoners zullen grote welvaart kennen. Sommige van hun vrouwen zullen van verblindende schoonheid zijn. Ze zullen bekend worden als Hollanders. En ze zullen het vriendelijkste volk op aarde zijn. En als slagroom op de taart maak ik van het zuiden van Nederland een lieflijk heuvellandschap waar vriendelijke mensen zullen wonen, die bekend zullen staan als Limburgers.” “Maar Heer,” zegt Gabriel, “denkt U niet dat u een beetje te genereus bent voor deze Hollanders?” “Niet echt,”, antwoordt God, “moet je eens opletten wie ze als oosterburen krijgen!”

  • Supermarkt

    Er komt een man een supermarkt binnen, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken hondenvoer en loopt vervolgens naar de kassa. Vraagt de kassière: “Meneer heeft u een hond?” Hierop antwoordt de man: “Ja, natuurlijk heb ik een hond, anders had ik die twee blikken toch ook niet nodig?” Zegt de kassière: “Het spijt me meneer, maar vanaf deze week mag ik niemand meer dierenvoeding meegeven tenzij ik zelf kan zien dat de persoon een huisdier heeft… U zult de hond dus moeten meenemen…”

    De man vloekt een paar keer vanwege deze absurde nieuwe regeling, smijt de twee blikken op de grond en loopt kwaad weg.

    De volgende dag is hij weer terug, loopt naar de afdeling dierenvoeding, pakt twee blikken kattenvoer en gaat naar de kassa.

    Vraagt die kassière: “Meneer, heeft u een kat?” Waarop de man, zichtbaar geïrriteerd, antwoordt: “Ja natuurlijk heb ik een kat, ik kom deze blikken toch niet voor mezelf halen?”

    De kassière: “Meneer, dit vind ik nou niet slim van u.

    U was hier gisteren ook, dus had u kunnen weten dat ik u geen dierenvoed….”

    De kassière is nog niet uitgesproken of de man is de winkel al luid vloekend en tierend uitgelopen… De blikken bij de kassière achterlatend.

    De dag daarop komt de man met een bruine papieren zak in z’n hand de winkel binnen, loopt direct door naar de kassa en zegt tegen de kassière:

    “Mevrouw, steekt u hier uw hand eens in.” De kassière doet dit en roept vervolgens: “He, het is zacht en warm…” “Ja”, zegt de man, “Ik had graag drie rollen WC papier!”

     

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *