Een Slak
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Jantje zit bij opa op schoot in de kantine van het bejaardentehuis. En opeens roept er een bejaarde in de zaal:
“12!”
De hele zaal lacht zich kapot. Roept er een andere bejaarde:
“34!”
En weer ligt de zaal in een deuk.
“Waarom lachen jullie?” vraagt Jantje aan opa.
“Nou,” zegt opa, “We hebben alle moppen genummerd.”
“O,” zegt Jantje tegen opa, “Dat kan ik ook” en roept:
“86!”
De hele zaal blijft doodstil.
“Waarom lachen jullie niet?” vraagt Jantje verbijsterd aan opa.
Zegt opa:
“Die kenden we nog niet”.
Twee vrouwen zijn aan het golfen en eentje van hen geeft een ferme dreun tegen het balletje.Het golfballetje vliegt recht naar de volgende hole waar 2 mannen staan te spelen. Één van de mannen wordt geraakt. Hij valt meteen op de grond en vloekt van de pijn. De vrouw snelt er naar toe, intussen ligt hij ineengekrompen met zijn handen tussen zijn kruis.
Zij: Kan ik helpen?
Hij: Neen laat maar, straks gaat het wel beter.
Zij: Ik ben therapeute en kan u misschien helpen.
Hij: Neen, echt, dat hoeft niet, zijn handen nog steeds krampachtig in zijn kruis gevouwen.
Zij: Toe, ik wil absoluut zien of ik echt niet kan helpen.
Hij : Oké, dan doe maar.
Zij trekt zijn handen tussen zijn benen vandaan en legt ze naast hem neer. Ze doet voorzichtig zijn broek los, steekt er haar hand in en begint zachtjes met een massage van zijn mannelijkheid om de pijn weg te nemen. Na enkele minuten zegt zij: En, voelt dat niet beter?
Hij: Jawel… maar ik denk dat mijn duim nog steeds gebroken is.
Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
“Dag meneer de brandweer.”
Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
“Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
“Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”