Een Slak
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Een leeuw werd op een ochtend wakker en voelde zich erg stoer en gemeen. Hij ging naar buiten, dreef een kleine aap in het nauw en brulde: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De trillende aap zegt: “Jij bent het, machtige leeuw!” Later confronteert de leeuw een buffel en brult fel: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” De doodsbange buffel stamelt: “O grote leeuw, jij bent het machtigste dier in de jungle!” De leeuw, die nu op dreef is, waggelt naar een olifant en brult: “Wie is het machtigste van alle jungledieren?” Razendsnel grijpt de olifant de leeuw met zijn slurf en slaat hem een half dozijn keer tegen een boom, waardoor de leeuw het gevoel heeft dat hij is overreden door een safari wagen.
De olifant stampt vervolgens op de leeuw tot hij op een pannenkoek lijkt en slentert dan op zijn gemakje weg. De leeuw kreunt van pijn, tilt zwakjes zijn kop op en roept de olifant na: “Als je het antwoord niet weet, hoef jij je niet zo druk te maken!”
In een geheel leeg café stapt een aap naar binnen en gaat aan de bar zitten en besteld een biertje. De barkeeper denkt, “ik kan wel wat verdienen aan die aap”, het café liep toch al slecht. Hij brengt het biertje en zegt: “Da’s dan 25 gulden.” De aap trekt ergens uit z’n vacht een briefje van 25. Vervolgens besteld de aap nog een pilsje en de barkeeper zegt: “Da’s weer 25 gulden.” Zo gaat dat een tijdje door tot de aap 5 biertjes heeft gedronken. De barkeeper wil nu toch wel eens een praatje met de aap maken. Hij stapt op hem toe en zegt: “Dat gebeurt niet vaak, dat een aap in dit café komt”. “Nee” zegt de aap, “vind je het gek als je 25 gulden voor een biertje moet betalen.”
Onderwijzer: “Peter, zeg me eens wie van jullie is gisteren in mijn appelboom geklommen om appels te stelen ?”
Peter: “Ik hoor u niet goed, meester, hier op de achterbank.”
Onderwijzer: “Dat zullen we wel eens zien. Kom eens hier op mijn plaats vooraan. Ik zal eens plaats nemen aan jouw lessenaar, en dan mag jij me eens een vraag stellen.”
Ze wisselen van plaats en Peter doet wat hem opgedragen is.
Peter: “Meester, wie heeft gisteren nacht met mijn zus geslapen?”
Onderwijzer: “Je hebt volkomen gelijk Peter, hier achteraan kun je echt niks verstaan.”
Een Rotterdamse moeder verteld haar dochtertje dat ze de volgende week op een boerderij gaat logeren en daar zeer waarschijnlijk de geboorte van een kalfje zal meemaken. “Eerst komen de voorpoten, dan de kop, dan de schouders, vervolgens het lijf en dan de achterpoten”, legt de moeder alvast uit. Vraagt de kleine Sjouke: “En wie zet hem dan in elkaar”?
Na werktijd drinken een timmerman, een metselaar en een elektricien een biertje in de kroeg. Ze zitten elkaar de loef af te steken wie nou eigenlijk het oudste beroep ter wereld heeft. Toen Jezus geboren werd was er al een stalletje en kribje, waar hij geboren is, die al gemaakt was door een timmerman. “Dat is zo”, zegt de Metselaar “maar de Piramides zijn al veel ouder en zijn echt gemetseld. “Hou nou op” zegt de Elektricien “want op de eerste dag zei God: Er was licht! Maar daarvoor hadden wij allang de leidingen gelegd!!”
Een jonge dame liep met haar metaaldetector van de parking over het veld naar de camping. Een boswachter hield haar staande en zei:
“ik geef je een bekeuring, zoeken met een metaaldetector is hier verboden.”
“Maar ik zoek helemaal niet”, repliceerde ze.
“Ja maar je hebt er wel de uitrusting voor”, was zijn antwoord.
“Dan dien ik een klacht in voor verkrachting”, zei ze.
“Maar ik heb je toch helemaal niet verkracht.”
“Nee maar je hebt er wel de uitrusting voor.”