Tabaksplant

Op de markt koopt een vrouw een tabaksplant. De marktkoopman overhandigd haar de plant en zegt: ‘En als er klachten zijn, komt u maar terug.’ Na drie weken komt de vrouw weer bij de marktkoopman en zegt: ‘U heeft me kort geleden die tabaksplant verkocht.’ ‘Kan wel’, zegt de man, ‘wat is er mee?’ ‘Kunt u me ook zeggen wanneer de sigaren eraan komen?’

Similar Posts

  • Sulletje

    Een jongeman zocht werk en kwam bij een boerderij waar alleen een boerin woonde.
    Hij vroeg : kun je soms nog een knecht gebruiken?
    De boerin zei, , ja , maar dan moet je eerst een proef afleggen.
    Ik ga in de kruiwagen liggen en dan moet je me het hele erf rond rijden…..
    De knecht zei OK en begon aan de klus.
    Doodmoe kwam hij weer terug en vroeg : ben ik aangenomen?
    Dat kan ik nu nog niet zeggen, je heb nog een opdracht.
    En dat is, vroeg de knecht.
    Ik ga nu in mijn “blootje” in de kruiwagen liggen en je moet dat stuk nog een keer kruien.
    OK zei de knecht en begon te kruien…..
    Doodmoe kwam hij weer op die plek en zei : ben ik nou aangenomen?
    Nee ……..zei de boerin.
    Maar waarom dan niet vroeg de knecht.
    Omdat je het werk niet ziet liggen !!!

  • Vroeg of laat

    Iemand moet voor de rechter verschijnen en de rechter vraagt: “Wat doet u voor werk meneer?”De beklaagde antwoordt: “dit en dat.”Rechter: “Waar werkt u?”Beklaagde: “Hier en daar.”Rechter: “Wanneer werkt u?”Beklaagde: “Nu en dan.”Rechter: “Hoe is uw verhouding met uw werkgever en uw collega’s?”Beklaagde: “Zus en zo.”Rechter: “De rechtbank is van oordeel dat u naar de gevangenis gaat.”Beklaagde: “Naar de gevangenis? En wanneer kom ik weer vrij?”Rechter: “…..Vroeg of laat.”

  • Kleding

    Een man en een vrouw zijn 20 jaar getrouwd, en de man gaat met zijn vrouw mee om kleren te kopen voor een feest. De vrouw zoekt tussen de kleding, en de man staat maar een beetje achteraf te wachten tot z’n vrouw klaar is. Loopt de vrouw naar haar man: “Waarom doe je nou niet eens zoals vroeger? Toen hielp je me altijd met kleren uitzoeken.” Zegt de man: “Ja, wat zoek je dan?” “Gewoon,” zegt de vrouw, “iets dat past bij mijn gezicht.” “Kijk dan schat,” zegt de man, “er hangen toch plooirokken?”

  • Een vrije dag

    Twee medewerkers van een bedrijf zitten te zuchten en kreunen op het werk. Ze zouden zo graag een dagje verlof nemen, maar de baas heeft alle verlof opgeschort omdat er teveel werk is. Plots springt een van de twee op. “Ik weet een manier om enkele dagen verlof te krijgen!” roept hij. “Hoe dan?” vraagt de ander. De man kijkt snel rond – niets te zien van de baas. Hij klimt op zijn buro, neemt enkele tegels van het valse plafond uit, klimt in het plafond. Dan slaat hij zijn benen over een metalen pijp, laat zich zakken en hangt zo met zijn kop naar beneden. Binnen enkele seconden staat de baas er. “Wat is dat hier allemaal?”. “Ik ben een lamp,” zegt de man. “Ik denk dat jij een beetje overspannen bent. Maakt dat je wegkomt, en dat is een bevel! Ik wil je hier minstens twee dagen niet zien!” “Ja meneer de baas,” antwoordt de man heel gedienstig. Hij springt naar beneden en verdwijnt door de deur. De tweede man staat op en loopt ook snel naar de deur. “Hela, waar ga jij naartoe?” vraagt de baas. “Naar huis. Ik kan niet werken in het donker…”

  • Gesnurk

    Een handelsvertegenwoordiger, doodmoe, komt aan in een kleine gemeente waar er maar één hotelletje is. Tot overmaat van ramp, alle kamers zijn bezet. Hij smeekt de baas: “Leg me te slapen, eender waar, maar ik moet absoluut kunnen uitrusten.” “Wel”, zegt de hotelier, “ik heb hier een twee persoonskamer waar er maar één bed beslapen is. Als je met die man op een akkoord komt om de kamer en de prijs ervan te delen is dat voor mij goed. Maar, ik verwittig je, hij snurkt geweldig. Het is zelfs zo erg dat alle gasten ‘s morgens hun beklag erover maken.” “Maakt niks uit”, antwoordt de vertegenwoordiger, “ik ben veel te moe.” …De twee mannen komen tot een akkoord en nemen het avondmaal aan dezelfde tafel. ‘s Morgens komt de handelsvertegenwoordiger als eerste de trap af om naar het ontbijtzaal te gaan. Vrolijk fluitend en welgemutst de hotelbaas groetend. “Nou”, zegt deze, “zo welgezind? Heb je goed geslapen? Heeft hij niet gesnurkt?” “Zeker niet”, zegt de vertegenwoordiger, “geen enkel moment.” “Hoe is dat in Godsnaam mogelijk”, zegt de hotelbaas.

    “Heel eenvoudig”, zegt de vertegenwoordiger.

    “Ik kwam een beetje later dan hem de kamer binnen. Hij lag al op zijn bed. Ik heb hem een kus gegeven op zijn achterwerk en gezegd: Goedenacht, schoonheid. En die kerel heeft de hele nacht recht gezeten in zijn bed om me in de gaten te houden.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *