Tabaksplant

Op de markt koopt een vrouw een tabaksplant. De marktkoopman overhandigd haar de plant en zegt: ‘En als er klachten zijn, komt u maar terug.’ Na drie weken komt de vrouw weer bij de marktkoopman en zegt: ‘U heeft me kort geleden die tabaksplant verkocht.’ ‘Kan wel’, zegt de man, ‘wat is er mee?’ ‘Kunt u me ook zeggen wanneer de sigaren eraan komen?’

Similar Posts

  • Les

    Een priester rijdt in zijn auto langs een nonnetje dat op de stoep loopt. Hij geeft haar een lift.
    Terwijl zij in stapt valt haar habijt open en laat zij een prachtig lang been zien.
    De priester kan zich niet beheersen en legt zijn hand op haar dij.
    De non kijkt hem aan en zegt vriendelijk: “Denk aan psalm 129, vader.”
    De priester trekt verschrikt zijn hand weg en verontschuldigt zich.
    Maar na een tijdje wordt de verleiding toch te groot en hij legt weer zijn hand op haar dij.
    “Denk aan psalm 129,” zegt het nonnetje opnieuw.
    “Sorry, zuster, het vlees is zwak”, zegt de priester.
    Bij het klooster aangekomen, stapt de non uit en glimlacht veelbetekenend naar de priester. Die rent naar zijn cel en slaat de bijbel open op psalm 129, en leest: “Gaat voort en zoek, omhoog en verder omhoog, want daar is de glorie.”

    Moraal:
    Houd altijd goed je kennis op peil, anders mis je fantastische kansen.

  • Frans

    Zegt een leraar tegen een leerling: “Ken jij Frans?”

    “Jazeker meneer, Frans is mijn oom.”

    “Nee, dat bedoel ik niet, spreek jij Frans?”

    “Ja, meneer, elke zondag als hij bij ons op bezoek komt.”

    “Nee, ik bedoel: versta jij Frans?”

    “Ja meneer, maar dan moet hij wel Nederlands praten.”

  • Seizoenen

    Een kleuterjuf vraagt aan haar klas: “Wie van jullie kan de seizoenen van het jaar opnoemen?” Jantje steekt zijn vinger op. “Zeg het maar Jantje!” “Herfst, winter…”, begint Jantje, maar verder blijft het stil. “Waar blijven de lente en de zomer, Jantje?”, vraagt juf. “Ja, dat vraag ik mij dus ook al af!

  • Doof?

    Twee zestigers praten met elkaar over ouder worden. Zegt Jan : “Het probleem bij vrouwen is dat ze weigeren te aanvaarden dat ze ouder worden Ze gebruiken allerlei trucjes om het te verbergen.” “Je hebt het bij het rechte eind,” zegt Piet. “Ik ken een middel om hen te ontmaskeren. Als je wilt weten of je vrouw hardhorig wordt, ga dan op tien meter van haar vandaan zitten en stel een vraag. Als ze niet antwoordt ga je op vijf meter afstand zitten en stel de vraag opnieuw, dan op twee meter en tenslotte op één meter.” Jan vindt het een schitterend idee en thuis gekomen neemt hij meteen de proef op de som. Terwijl vrouwlief in de tuin de was ophangt, gaat hij op een tiental meter van haar vandaan zitten en vraagt: “Schat , wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij verkleint de afstand met ongeveer de helft en stelt de vraag opnieuw: “Schat , wat eten we deze middag?” Er komt geen antwoord. Hij komt nog dichterbij zitten en vraagt: “Schat, wat eten we deze middag?” Opnieuw geen antwoord. Hij begrijpt er helemaal niets van, gaat naast haar staan en vraagt luid en klaar: ” Schat, wat eten we deze middag?”

    De vrouw draait zich om, kijkt hem geërgerd aan en antwoordt:  “Voor de vierde keer, kip met friet!”

  • Een Rondje

    Een islamiet komt een café binnen en bekijkt een man met een keppeltje op zijn hoofd aan het eind van de toog.

    Hij roept heel luid: “Rondje voor iedereen, behalve voor die Jood daar! ”

    Als iedereen zijn drank gekregen heeft bekijkt de Jood hem met een grote glimlach en zegt “dank u wel.”

    Die reactie irriteert de Arabier en nog luider dan de eerste keer roept hij: “Geef iedereen wat te drinken, maar die Jood daar krijgt niks! ”

    Iedereen wordt bediend en de Jood bedankt hem nog vriendelijker dan eerst.

    De Arabier leunt naar voren en vraagt de vrouw achter de bar: “Is die Jood soms achterlijk dat hij mij bedankt?”

    “Nee”, zegt ze, “‘t is de baas van ’t café.”

  • Een Haas

    Een Nederlander en een Duitser zijn aan het jagen in een groot bos. Ze zien allebei een haas en schieten direct. Als ze bij de haas zijn zegt die Duitser: “Das ist mein haas, habe ich geschossen.” “Nou nee, ik dacht het van niet” zegt de Nederlander, “Jij hebt ‘m in zijn poot geraakt, en dat schot door zijn kop is van mij”. “Nein!” zegt die Duitser.“Echt wel!” zegt de Nederlander weer.

    Ze komen er niet uit op deze manier. Dan zegt de Nederlander: “Ik stel voor dat we dit als mannen onder elkaar oplossen.” “Ok,” zegt de Duitser, “einverstanden. Wie dan?”

     “Nou, kijk dan doen we zo, we gaan allebei een keer met de benen gespreid staan, en geven om de beurt de ander een enorme schop tussen de benen, wie het hardst schopt heeft gewonnen en die krijgt de haas. “Ok” “Ok, machen wir,”

    “Ik begin”, zegt de Hollander. Dus de Duitser gaat wijdbeens staan en krijgt me toch een schop … Huilend en rollend gaat ‘ie door het gras, na een kwartier staat ‘ie weer op, nog een beetje krom maar het ging wel weer.

    “So.” zegt ie “und jetzt ist mein beurt.” “Nou”, zegt de Hollander, “neem jij die haas maar…”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *