De muntjes geest

Een belg komt een restaurant binnen en ziet een muntje op tafel liggen, hij loopt er naar toe en pakt hem op, maar het muntje zegt: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De belg gooit het muntje terug op tafel en rent het restaurant uit. Een paar seconden later komt er een Frans man binnen en ziet ook het muntje op tafel en pakt hem op en het muntje zegt meteen weer: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De fransman doet precies het zelfde als de belg en rent dus het restaurant uit zonder het muntje. Dan komt er een Nederlander het restaurant binnen en pakt hetzelfde muntje op en het muntje zegt : “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel waarop de Nederlander zegt: “ik ben de geest van akkie en doe het muntje in mijn zakkie”.

Similar Posts

  • 20 cent eurocent

    • Een muntstukje van 20 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen verbaast ze zich over de feestelijke ontvangst die haar te beurt valt. Alle engelen en Sint-Pieter begroeten haar met een hartelijke handdruk en drie dikke kussen en ze krijgt de beste plaats op de mooiste VIP-wolk. Ze krijgt daarbovenop ook nog eens twee persoonlijke butlers die haar bedienen als een koningin, en haar op haar wenken bedienen. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder warm. Een van de engelen kijkt even op van zijn schrijfwerk en wijst dan het biljet van 500 koeltjes een plaats op een klein oncomfortabel grijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand spreekt tegen hem. En dat terwijl iedereen zich de benen van onder het lijf loopt voor het muntje van 20 cent. Na een tijdje stelt het 500 euro-biljet toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het stuk van 20 cent een vorstelijke behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo stiefmoederlijk behandeld word?” Sint-Pieter antwoordt droogjes :”Tja… we hebben U ook niet vaak gezien tijdens de mis.”
  • Frans

    Zegt een leraar tegen een leerling: “Ken jij Frans?”

    “Jazeker meneer, Frans is mijn oom.”

    “Nee, dat bedoel ik niet, spreek jij Frans?”

    “Ja, meneer, elke zondag als hij bij ons op bezoek komt.”

    “Nee, ik bedoel: versta jij Frans?”

    “Ja meneer, maar dan moet hij wel Nederlands praten.”

  • Camping Vakantie

    Een vader ging met zijn slimme, goed studerende zoon op camping vakantie naar de Ardennen. In een open vlakte zetten zij hun tent op en vielen even later uitgeput van de lange wandeling in slaap. Na enkele uren maakt de vader zijn zoon wakker en zegt: “Kijk eens naar de hemel en vertel me wat je zoal ziet?” De zoon staart naar het heelal en antwoordt: “Ik zie miljoenen sterren.” “Wat maakt je dat eigenlijk duidelijk mijn zoon?” vroeg de vader vervolgens. De zoon; “Astronomisch, maakt me dat duidelijk dat er miljoenen galaxy’s en planeten in het heelal aanwezig zijn.” De vader geeft zijn zoon een klap tegen het hoofd en zegt:”Wel nee idioot, iemand heeft onze tent gestolen!”

  • Vleermuizen

    Twee vleermuizen hangen in een park. aan een boom Zegt de ene tegen de andere: “Ik heb honger, ik ga wat bloed zuigen.” Even later komt hij terug met allemaal bloed om zijn mond. Zegt de andere vleermuis: “Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?” “Zie jij die lantaarpaal daar?”

    “Ja.”

    “Wel, ik zag hem dus niet!”

  • Hoogslaper

    Oma is op bezoek bij haar kleinzoon die op zijn beurt een zoontje van 2 heeft . De kleine gaat slapen in een hoogslaper. Zegt oma : is dat niet gevaarlijk om dat kind in zo’n hoog bed te leggen. Nee hoor zegt de kleinzoon. Dat hebben we opzettelijk gedaan zodat we het zeker horen als hij er uit valt

  • Slakken

    Een man des huizes had net een maaltje slakken op en zeurde: “Ik lust er nog wel een paar vrouw, want zoals jij ze maakt, maakt niemand ze.” “Nou jong, dan zal jij ze zelf moeten gaan halen.” “Geen punt!” Nadat hem de weg was uitgelegd, waar hij ze moest gaan halen, ging hij fluitend de deur uit. Daar aangekomen: “Ik had graag nog wat slakken.” “Ja”, zei die slakkenboer, “ik heb er zoveel verkocht dat ik geen verpakkingen meer heb.” “Dat geeft niet”, zegt de man, terwijl hij zijn trui openhield. En zo ging ook naar huis. Maar onderweg kwam hij enkele vrienden tegen die vroegen om met z’n allen wat te gaan drinken. “Néé jongens!” Na wat zeuren … nou goed ééntje dan. Het werden er enkele meer en de tijd vloog om. “Jongens ik moet naar huis,” zei hij met een dikke tong. Zo schommelde hij even later naar huis. Thuis aangekomen kreeg hij de huissleutel niet meteen in het sleutelgat. Terwijl hij gebukt stond te richten, vielen de nog levende slakken vanuit zijn trui op de grond. Net toen hij de slakken weer terug wilde doen in zijn trui, vloog plots de deur open en daar stond zijn woedende vrouw. Eer dat zij de kans kreeg om hem de les te lezen, zei hij al lallend: “…allee jongens, nóg tien centimeter …. dan zijn we thuis!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *