Glunderen

Een blondje komt juichend haar stamcafé binnen. Ze bestelt een bacardi-cola en begint na elke slok te glunderen, terwijl ze tegen zichzelf hardop zegt: “Wauw…binnen 30 dagen…tis niet te geloven!!!” De barman kijkt haar vreemd aan en vraagt: “Wat bedoel je met 30 dagen?” “Nou,” zegt het blondje, “ik heb een legpuzzel binnen 30 dagen in elkaar gezet, terwijl op de doos staat ’3 tot 5 jaar’!”

Similar Posts

  • Besparing

    Henk komt van zijn werk, haast zich maar ziet net de bus die hij moest hebben, vertrekken. Hij denkt: “Ik ren de bus achterna en pak hem bij de volgende halte.” Bij de volgende halte is hij weer net te laat maar hij probeert nog een halte. Na de vijfde halte ziet hij dat hij zijn huis voorbij holt en gaat naar huis. Moe, warm en bezweet komt hij thuis en zijn vrouw vraagt hem: “Wat is er met jou gebeurd?”.

    Hij zegt: “Ik heb de bus gemist en ben er achter aan gehold maar ik miste hem steeds net.”

    “Maar” lacht hij, “Ik heb wel mooi 3 euro 50 cent uitgespaard.” “Dan had je beter achter een taxi aan kunnen hollen” zegt zijn vrouw “dan had je 25 euro uit kunnen sparen!”

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

  • Doodzwijgen

    Een man en zijn vrouw hadden wat probleempjes en besloten elkaar dood te zwijgen. 
    Plotseling realiseerde de man dat hij zijn vrouw de volgende dag nodig had om hem om 5.00 uur wakker te maken voor een vroege zakenvlucht. Hij wilde echter niet de eerste zijn die de stilte zou doorbreken (en dus zou verliezen). Hij schreef daarom op een stukje papier: “Maak me alsjeblieft om 5.00 uur wakker”. Hij legde het papiertje op een plek waarvan hij zeker wist dat zijn vrouw het zou vinden. De volgende ochtend werd de man wakker en kwam tot de ontdekking dat het al 9.00 uur was en dat hij dus zijn vlucht gemist had. Hij was woedend en stond op het punt om op zoek te gaan naar zijn vrouw om er achter te komen waarom ze hem niet had gewekt. Ineens zag hij een papiertje bij het bed liggen.
    Daarop stond: “Het is 5.00 uur. Wakker worden.”

  • Brandweer

    Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
    “Dag meneer de brandweer.”
    Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
    “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
    “Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”

  • Luie Mensen

    De nieuwe baas wil luie werknemers per direct ontslaan. Hij doet zijn ronde in de fabriek en ziet iemand tegen de muur geleund. Hij vraagt: “He, jij daar, hoeveel verdien je per week?” “400 euro, mijnheer.” “Goed”, zegt de nieuwe baas: “blijf staan waar je staat.” De baas snelt naar zijn bureau en keert ijlings terug met enkele bankbiljetten. Hij zegt: “Neem deze 800 euro en ik wil je hier niet meer zien.” De jongeman neemt het geld aan en maakt zich uit de voeten. Triomfantelijk kijkt de baas naar de werknemers die getuigen waren van het incident en zegt:”Kan iemand me vertellen wat die luie kerel precies deed?” Een klein stemmetje antwoordt:”Hij bracht net een Pizza en wachtte op zijn centen…”

  • Hulp van boven

    Een blondje, Peggy genaamd, zit diep in de miserie. Haar zaak is failliet gegaan en ze is in serieuze financiële moeilijkheden. Ze is zo wanhopig dat ze besluit om God om hulp te vragen. Ze begint te bidden: “God help mij alstublieft ! Ik ben mijn zaak kwijt en als ik niet snel geld binnen krijg, ben ik mijn huis ook kwijt ! Laat mij alstublieft de Lotto winnen !”

    Het is Lotto- avond en iemand anders wint de grote pot. Peggy begint weer te bidden. “God, laat me alstublieft de Lotto winnen ! Ik ben mijn zaak kwijt en mijn huis en ik ga weldra mijn auto ook moeten verkopen !”

    Lotto-avond komt en gaat en Peggy heeft weer geen geluk. En weer zit ze op haar knieën om te bidden. “Mijn God, waarom heb je mij verlaten? Ik heb mijn zaak verloren, mijn huis, mijn wagen en mijn kinderen zijn aan het verhongeren. Ik vraag je niet vaak om hulp en ik heb je steeds goed gediend ALSTUBLIEFT laat mij deze ene keer de Lotto winnen zodat ik mijn leven weer kan organiseren.

    Plotseling is er een verblindende lichtflits als de hemel opentrekt en Peggy hoort de stem van God zelf weergalmen: “Peggy, help me een heel klein beetje ……… koop nu eindelijk eens een biljet.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *