Waterput

Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

Similar Posts

  • Duitse les

    DER, DIE, DAS. Jantje zit met zijn klasgenootjes in de Duitse les. De juffrouw heeft een oefening bedacht en legt deze uit: ‘Wie kan een zin bedenken waar de drie Duitse lidwoorden DER, DIE en DAS in voorkomen?’ Jantje denkt even na en steekt zijn vinger op. De juffrouw ziet dit en vraagt aan Jantje zijn zin op te zeggen. Jantje zegt: ‘Nou juf…, MEINE SCHWESTER HAT EIN KINDCHEN BEKOMMEN .’ De juf antwoordt: ‘Maar Jantje, daar zitten toch niet de drie lidwoorden in? ‘ Waarop Jantje zegt: ‘Maar ik was nog niet klaar.’ 

    En hij gaat verder: ‘… ABER DER DIE DAS GEMACHT HAT, IST VERSCHWUNDEN.’

  • Hoe laat?

    Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”

  • Bewijs

    • Een klein oud vrouwtje begeeft zich naar de buurtwinkel en legt 3 dozen kattenvoer in haar mandje, de duurste die ze maar kon vinden in de winkel . Aan de kassa gekomen, zegt ze tegen de kassierster : Niets is me te duur voor mijn katjes. De kassierster antwoordt: Het spijt me, maar ik mag u deze dozen kattenvoer niet verkopen , zonder dat u me een bewijs levert dat u wel degelijk een kat bezit. Er zijn teveel ouderen van dagen die deze voeding in realiteit voor zichzelf kopen, daarom vraagt de directie altijd een bewijs bij aankoop. Het dametje keert naar huis terug, neemt haar kat mee en toont ze aan de kassierster. Deze is akkoord met de verkoop van het kattenvoer . s’ Anderendaags keert het vrouwtje terug om hondenvoer te kopen en nogmaals kiest ze er het duurste eten uit. De kassierster herhaalt haar dezelfde toespraak, dat ze de koekjes niet mag verkopen zonder een bewijs dat de koper een hond heeft . Gefrustreerd haalt het oude vrouwtje haar hond en toont hem aan de kassierster. Deze heeft nu geen bezwaar meer en verkoopt de hondenkoekjes. De volgende dag komt het dametje aandraven met een doos met een gat in het deksel. Ze vraagt aan de kassierster om er haar vinger in te stoppen. De kassierster weigert,Nee, ik ben bang dat daar misschien wel een slang inzit! Het oude dametje stelt haar gerust en zegt dat er niets in de doos zit dat haar kan kwetsen. Uiteindelijk stopt de kassierster haar vinger maar in de doos, haalt hem er weer uit en bemerkt een verdachte geur ??. Ze schreeuwt het uit :Maar dat is poep wat u daar in die doos hebt . Waarop het oudje met haar mooiste glimlach antwoordt: EN MAG IK NU 3 ROLLEN TOILETPAPIER ??????????
  • Zoeken

    Peter werkte tijdelijk in een kledingwinkel. Een klant wilde weten of de zaak ook goede camouflagepakken verkocht.

    “Ja” bevestigde Peter, “Maar, ik kan ze momenteel niet vinden!”

  • Baas boven baas

    Na Werktijd drinken een timmerman, een metselaar en een elektricien een biertje in het café. Ze zitten elkaar de loef af te steken over wie nu eigenlijk het oudste beroep ter wereld heeft. “Jezus van Nazareth, kennen we hem nog?” zegt de timmerman. “Die lag in een stalletje en dat stalletje is gebouwd door een Timmerman!”

    “Prima,” zegt de metselaar cynisch. “Maar de piramiden in Egypte stonden er al toen Jezus nog geboren moest worden. En die piramiden zijn volgens mij toch echt gemetseld!”

    De elektricien mengt zich in de discussie. “Hou maar op, jongens,” zegt hij. “Ik heb het oudste beroep van de wereld.” “Want?” vragen de timmerman en de metselaar in koor. “Logisch,” zegt de elektricien.

    “Op de eerste dag zei God: Er was licht! En toen hadden wij de leidingen allang gelegd!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *