Lezen

Lees de zinnen achter elkaar hardop voor.

ik zo kat
ik hou kat
ik je kat
ik een kat
ik sukkel kat
ik ongeveer kat
ik veertig kat
ik seconde kat
ik van kat
ik zijn kat
ik werk kat
ik af kat

dit slaat nergens op die zinnetjes.

Lees nu van de zinnen de middelste woorden achter elkaar op.

Similar Posts

  • OOK DE DOKTER SCHROK ZICH EEN BULT

    Een 70 jarige man gaat naar de dokter die hem volledig onderzoekt en dan zegt, “Mijnheer het is voor mij een compleet raadsel hoe U erin slaagt om zo’n perfecte lichamelijke conditie te hebben, wat is uw geheim daarvoor”? “Niks”, zegt de man, “ik ben een gewone man, eet elke morgen spek met eieren, ga fietsen en drink s avonds een paar Duvels”. “Onbegrijpelijk”, zegt de dokter, misschien is het iets erfelijks, “hoe oud was uw vader toen hij overleed”? “Wie zegt dat mijn pa dood is”? Hoe””, zegt de dokter, “wilt u me zeggen dat u 70 bent en uw vader nog leeft, hoe oud is die dan”? “89 Dokter, eet ook nog alle dagen spek, drinkt ook bier en is vanochtend nog 60km met mij gaan fietsen”. “Ongelofelijk”, zegt de dokter, “werkelijk ongelooflijk, en hoe oud was uw grootvader dan toen hij stierf”? “Wie zegt er dat opa dood is”! “WAT”, roept de dokter uit, “leeft die nog, hoe oud is die dan”? “112, Mijnheer de dokter”. De dokter, die nu stilletjes aan van de kaart is zegt dan: “Ja, Ja en nu gaat u me vertellen dat die ook spek eet, bier drinkt en met u is gaan fietsen”. “Nee, Mijnheer de dokter, hij had geen tijd, hij is vanochtend getrouwd”. “Hoe, getrouwd, waarom zou een man van 112 in godsnaam nog willen trouwen”?

    “Hij wou ook niet, Mijnheer de dokter,…… ’t was MOETEN”.

  • Verandering

    Een kippenkweker zit in zijn stamcafé  naast een vrouw en bestelt een glas champagne. De vrouw kijkt op en zegt: ‘Kijk nu, ik bestelde ook net een glas  champagne.’ ‘Wat een toeval’, zegt de man, ‘want dit is een speciale dag voor mij. Ik heb iets te vieren.’ ‘Voor mij is het ook een speciale dag en ik ben ook aan het vieren, zegt de vrouw.’ ‘Wat een toeval,’ zegt de man. Als ze klinken vraagt hij : ‘En wat ben jij aan het vieren ?’ ‘Wel, mijn echtgenoot en ik proberen al lang een kind te krijgen en vandaag vertelde mijn dokter dat ik zwanger ben.’ ‘Wat een toeval’, zegt de man. ‘Ik ben een kippenkweker’. Jarenlang waren mijn kippen onvruchtbaar maar vandaag zijn ze eindelijk bevruchte eieren beginnen leggen.’ ‘Dat is groot nieuws’, zegt de vrouw ‘En hoe werden je kippen vruchtbaar ?’

    ‘Ik veranderde van haan.’ antwoordt hij.

    Zij lacht eens . . . . . . . en zegt : ‘Wat een toeval “….

  • Boekhouder

    De peetvader van een maffiaclan kwam er achter dat zijn doofstomme boekhouder 10 miljoen euro verduisterd had. Hij had de doofstomme boekhouder aangenomen omdat hij toch niks kon horen.Het missende geld wou hij echter meteen terug en hij haalde Jantje erbij omdat die gebarentaal kon.De peetvader vroeg: “Vraag hem waar de 10 miljoen zijn die hij van mij verduisterd heeft!”Jantje gebaarde deze vraag naar de boekhouder. De boekhouder antwoordde in gebarentaal: “Ik weet niet waar je het over hebt.”Jantje tegen de peetvader: “Hij weet niet waar je het over hebt.”Hierop haalde de peetvader een pistool boven, plaatste de loop tegen de slaap van de boekhouder en zei: “Vraag het hem opnieuw.”Jantje gebaarde aan de boekhouder: “Hij gaat je vermoorden als je het hem niet zegt!”De boekhouder: “OK! Hij wint! Het geld zit in een bruine tas die begraven ligt in de tuin van mijn neef, Voorstraat 18 in Utrecht!”De peetvader vroeg aan Jantje: “En, wat is zijn antwoord?”Jantje: “Hij zegt dat je het lef niet hebt om te schieten.”

  • Gevangenis

    Een vrouw wordt ’s nachts wakker en merkt dat haar man niet in bed ligt. Ze trippelt naar de keuken en daar zit hij, met een hete kop koffie voor zich uit te staren. Hij veegt net een dikke traan van zijn gezicht. ‘Wat scheelt er?’ , vraagt ze bezorgd. ‘Ik herinnerde me plots hoe we elkaar twintig jaar geleden leerden kennen. Ik was net achttien en jij zestien, weet je nog?’, vraagt hij stil. De vrouw aait haar man over het hoofd, ontroerd omdat hij in zo’n gevoelige bui is. ‘Ik weet het nog’, fluistert ze. De man slikt even, veegt nog een traan weg en zegt: ‘Weet je nog hoe jouw vader ons betrapte op de achterbank van mijn auto?’ ‘Ja, dat herinner ik me!’, lacht de vrouw. De man gaat verder: ‘Weet je ook nog hoe hij een geweer op mij richtte en riep: “Ofwel trouw je met mijn dochter, ofwel stuur ik je voor twintig jaar naar de gevangenis!” “Ja, dat herinner ik me ook’, zegt de vrouw teder.

    ‘Wel’, zegt de man, terwijl hij nog een traan van zijn wang veegt. ‘Ik zou vandaag zijn vrijgekomen’

  • Schoonmoeder

    Een pasgetrouwde boer en zijn vrouw werden gebeld door de moeder van de bruid. Deze wilde meteen de boerderij komen bekijken. De boer probeerde oprecht vriendelijk te zijn tegenover zijn schoonmoeder, hopende dat hij een vriendschappelijke relatie met haar zou kunnen krijgen.

    Maar bij elke gelegenheid die zich voordeed zat zijn schoonmoeder zonder doel te zeuren, veranderingen aan te bevelen, ongevraagde adviezen te geven en maakte zo het leven van de boer en zijn bruid ondraaglijk.

    Terwijl ze door de schuur liepen, sprong de ezel van de boer plotseling naar voren en stootte de schoonmoeder voor haar hoofd, waardoor deze ongelukkig viel, en op slag dood was.

    Op de begrafenis, een paar dagen later, stond de boer naast de kist en begroette de mensen die langsliepen. De pastoor zag dat, wanneer er een vrouw langsliep die iets tegen de boer fluisterde, hij ja schudde met zijn hoofd, en iets terugzei. Wanneer er een man langsliep die iets tegen de boer fluisterde, schudde hij nee en mompelde hij iets terug. De pastoor, die dit toch wel een beetje merkwaardig vond, vroeg na afloop van de begrafenis waarom hij toch telkens ja en nee schudde. De boer antwoordde:
    “De vrouwen zeggen, wat een verschrikkelijk drama, en ik knik, ja en zeg, dat was het zeker.
    De mannen vragen, kan ik jouw ezel lenen? en ik schud nee en zeg, dat kan niet, hij is al voor een heel jaar volgeboekt.”

  • Telefoon

    • Om half vier ‘s nachts ging de telefoon bij Frits. Moeizaam kwam hij uit bed en vond op de tast de telefoon. “Spreek ik met meneer Van Rensburg?” vroeg een boze stem aan de andere kant van de lijn. “Ja, inderdaad,” mompelde Frits. “Met Smit van de overkant. Ik bel even om te zeggen dat het geblaf van uw hond me gek maakt. Laat hem alstublieft onmiddelijk ophouden.” De volgende nacht om drie uur ging de telefoon bij Smit. “Hallo?” mompelde hij slaperig. “Meneer Smit, met Van Rensburg van de overkant.” “Om drie uur ‘s nachts? Bent u gek geworden?” “Meneer Smit, ik bel even om te zeggen dat ik geen hond heb.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *