Jan Boezeroen
Jan Boezeroen, pseudoniem van Johnny Goverde (Geboren in Steenbergen, 2 oktober 1933
Jan Boezeroen, pseudoniem van Johnny Goverde (Geboren in Steenbergen, 2 oktober 1933
Tony Bass, pseudoniem van Thieu Baats (Eindhoven, 12 maart 1934 – Valkenswaard, 11 oktober 2005) was een Nederlands zanger en liedjesschrijver. Hij werd bekend in de jaren 60 van de twintigste eeuw. Hij maakte vooral naam met enkele carnavalskrakers. Zijn eerste grote hit was Dat is het einde (1965).
Zijn meest succesvolle single Ik ben met jou niet getrouwd (1968) – een Nederlandse tekst op de muziek van het Spaanstalige nummer Salud, dinero y amor van Digno García y los Carios – werd opnieuw uitgebracht in 1989 en gecoverd door Doenja in 2017. In 1969 scoorde hij met het lied Gina Lollobrigida weer een grote hit, geschreven en geproduceerd door Jack de Nijs (Jack Jersey) over de Italiaanse filmactrice. Zijn carnavalshit Bij ons staat op de keukendeur, geschreven door Wim Kersten, dateert van 1970.
Bron; Wikipedia

Wenche Myhre, ook wel Wencke Myhre, (Oslo, 15 februari 1947) is sinds de jaren zestig een succesrijke Noorse schlagerzangeres met hits in het Noors, Duits en Zweeds.
Nadat Myhre in 1960 een talentenwedstrijd in Oslo won, kreeg ze van liedjesschrijver Arne Bendiksen een platencontract.
In 1963 maakte ze haar televisiedebuut in de film Elskere. Sindsdien staat ze steeds in de spotlights. Voor haar lied Gi meg en Cowboy till mann (dat eerst door Gitte gezongen werd in het Duits, Ich will ‘nen Cowboy als Mann) onder begeleiding van Horst Wende en zijn studio/sessie muzikanten kreeg ze haar eerste gouden plaat.
In 1964 was Myhre de drijfveer achter een inzamelingsactie waarvan de opbrengst naar een kinderziekenhuis in de Gazastrook zou gaan. Hier leerde ze haar eerste man kennen, Torben Friis-Møller. Met hem heeft ze drie kinderen: Kim (1971), Dan (1973) en Fam (1975).
Voor het wereldkampioenschap skiën in 1966 zong ze het lied Vinter og sne. Datzelfde jaar won ze het Schlagerfestival met Beiß nicht gleich in jeden Apfel. Hiermee had ze eindelijk haar doorbraak op de Duitse markt, nadat ze een jaar eerder met Sprich nicht drüber als tweede was geëindigd. Er volgden nog hits en in 1968 vertegenwoordigde ze West-Duitsland op het Eurovisiesongfestival met Ein Hoch der Liebe, waarmee ze op de zesde plaats eindigde. Eind jaren 60 behoorde ze tot de absolute topartiesten en tieneridolen in Duitsland. Ze won vier Bravo-Otto’s (1966: brons, 1967: goud, 1968: goud, 1969: zilver). Ze kwam veel op de Duitse televisie en trad op met andere grootheden als Udo Jürgens en Peter Alexander. In 1970 had ze een bescheiden hit met Er hat ein knallrotes Gummiboot, dat later wel uitgroeide tot een carnavalsklassieker.
In 1974 kreeg ze een eigen televisieprogramma. In 1980 trouwde ze voor de tweede maal, dit keer met de succesvolle Duitse regisseur Michael Pfleghar. Twee jaar later kreeg ze met hem haar vierde kind, Michael. Pfleghar pleegde in 1991 zelfmoord. Een jaar later nam Myhre opnieuw deel aan de Melodi Grand Prix in haar thuisland, maar werd daar derde.
Myhre woont in een dorpje dicht bij Oslo en ze treedt nog regelmatig op. In 2004 begon ze een show met twee andere Scandinavische schlagersterren: Gitte Hænning en Siw Malmkvist. Ze trokken door heel Duitsland.
In 2009 deed Myhre in Noorwegen opnieuw een gooi naar het Songfestival. Haar lied Alt Har En Mening Nå bleef echter steken in de voorronde.
Bron: Wikipedia

Rudi Carrell, artiestennaam van Rudolf Wijbrand Kesselaar (Alkmaar, 19 december 1934 – Bremen, 7 juli 2006), was een entertainer, zanger, showmaster, filmproducent en acteur. Hij begon zijn carrière in Nederland bij de radio en televisie en ging vervolgens werken bij Duitse zenders. Hij werd in Duitsland een uiterst populaire tv-persoonlijkheid met spelshows en andere formats. Hij woonde sinds 1974 in Syke, een plaats ten zuiden van Bremen.
De vader en de grootvader van Carrell waren beiden werkzaam in de showbusiness. Zijn vader gebruikte daarbij de naam André Carrell. De jonge Rudolf verving op 17 oktober 1953 André tijdens een feestavond voor ambtenaren in Arnhem, waarna André Rudolf in zijn gezelschap opnam. Daarmee deed Rudolf zijn intrede in de showbusiness. Hij trad in 1955 voor de AVRO wekelijks in het radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein op. Carrell brak in 1959 ook op de televisie door met de maandelijkse Rudi Carrell Show.
Hij werd nationaal bekend door zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival van 1960 met het liedje Wat een geluk. Dat werd in Nederland wel populair, maar op het festival voorlaatste: alleen dat van Luxemburg eindigde nog achter hem. Het beviel hoe hij na het festival over zichzelf grappen kon maken.
Andere liedjes waarmee hij in Nederland populair werd zijn Een ballonnetje, Een muis in een molen, De hoogste tijd en Samen een straatje om. Zijn optreden in de Rudi Carrell Show als bewoner van een onbewoond eiland met het aapje Vrijdag en Esther Ofarim als zeemeermin is beroemd. Met deze show won Carrell in 1964 de Zilveren Roos op het festival van Montreux. Eén jaar eerder, dus in 1963, had hij ook al de Nipkowschijf van de Nederlandse televisierecensenten mogen ontvangen.
De Duitse carrière van Carrell begon in 1965, toen Radio Bremen interesse toonde voor zijn werk. Daar in Bremen begon hij met de tweemaandelijkse televisieshow Rudi Carrell Show. Vanaf 1974 presenteerde hij Am laufenden Band, de Duitse versie van Eén van de acht. Rudi Carrell had als persoonlijk adviseur de Nederlander Dick Harris, die de show ook regisseerde. Ook andere Nederlanders werkten voor Carrell in Duitsland.
Carrell maakte vanaf 1970 in Duitsland ook een aantal speelfilms: Wenn die tollen Tanten kommen, Tante Trude aus Buxtehude en in 1971 Rudi, benimm dich en anderen. Ook al waren sommige films zeer succesvol (de eerste trok drie miljoen kijkers), en ondanks de hoge gages, was Carrell allesbehalve trots op die simpele komedies. Hij verafschuwde het zelfs om in vrouwenjurken als Tante op het doek te verschijnen.
Carrell speelde in 1971 en 1972 in de shows van Bobbejaan Schoepen in Bobbejaanland (België), een toenmalige trekpleister voor (inter)nationale variété-artiesten. Hij werd diens buur en vriend (later, in 1974, zouden ze ook nog samen duetten zingen in de televisieshows van Carrell).
Na zijn verblijf in België keerde Carrell terug naar Duitsland, waar hij ook succes oogstte als zanger. Zo had hij in 1975 veel succes met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?: een vertaling van het lied ‘t Is weer voorbij die mooie zomer, dat in Nederland in 1973 met Gerard Cox een hit werd.
In 2005 werd er bij hem, naar eigen zeggen een kettingroker, terminale longkanker vastgesteld. Hierdoor kreeg hij onder meer moeite met praten. Zijn voorlaatste optreden op de Duitse televisie, op 30 december 2005, in 7 Tage, 7 Köpfe, vond dan ook plaats zonder dat hij een woord zei.
Rudi Carrell overleed uiteindelijk ook aan de gevolgen van die longkanker. Hij werd 71 jaar oud.
Bron: Wikipedia
![]()
De band Les Scalas uit Apeldoorn deze week op de voorpagina.
| Les Scalas | Apeldoorn | Nol | van der Meer | Trompet / Zang |
| Les Scalas | Apeldoorn | Gerrit | Overbeek | Gitaar / Zang |
| Les Scalas | Apeldoorn | Jopie | Kersen | Drum / Zang |
| Les Scalas | Apeldoorn | Wim | Jonker | Toetsen / Zang |


A.s. vrijdag 27 april treed tijdens Kingpop Vasse de o.a. de band “The Leftovers” op. Zoals ze zelf schrijven zijn “The Leftovers” een doorstart met de overgebleven bandleden van de Kingpop huisband “Kingsize”. Met een formatie van 5 man; Rob Engbers, Mark Boerrigter, Leo Bossink, Tom Kamphuis en Henk Velthuis verzorgen ze dit optreden. De band speelt muziek van The Rolling Stones, Black Sabbath, Foo Fighters, Blur, The White Stripes, AC/DC, Live en diverse anderen. Kom naar Vasse want het is zeker de moeite waard. 
De Kermisklanten was een Nederlands accordeon duo, dat ook veel succes oogstte in Duitsland (als Die Kirmesmusikanten).
Het duo bestond uit Hendrik Frederik Evert (Henny) van Voskuylen (Bunnik, 23 mei 1941 – Soestdijk, 12 januari 2010) en Coby Mol (Amersfoort, 22 juli 1944). Zij leerden elkaar kennen tijdens een afzonderlijk optreden op de bühne en besloten als duo verder te gaan. Ook privé klikte het goed en op 15 mei 1964 traden zij met elkaar in het huwelijk.
Op 18 juni 1962 maakten Henny en Coby van Voskuylen hun televisiedebuut in het AVRO-programma Nieuwe Oogst, toen nog als Las Estrellas. Vanaf 1969 traden ze op als De Kermisklanten. Op 16 oktober 1969 kwam hun eerste elpee uit: ‘Kermisklanken met de Kermisklanten’ waarop o.a. ook de hit ‘Zigeunertango’ staat. In de periode van 1969 tot 2005 kwamen – naast de vele singles- ettelijke lp’s en cd’s van hen uit. Het repertoire omvat niet alleen volksmuziek, evergreens en operamelodieën, maar ook nieuwe, door Henny geschreven stukken.
In de jaren ’70 en ’80 trad het duo diverse malen op in de TROS-televisieprogramma’s Op Losse Groeven en Op volle toeren. Op 5 april 1975 namen ze voor het eerst deel aan een tv-show in Duitsland (ZDF) vanuit de Westfalenhallen in Dortmund. in november 1976 volgde hun eerste grote Duitse tournee met ‘Maria Hellwig Kommt’. Ze hebben vele prijzen en onderscheidingen ontvangen in Duitsland.
In oktober 1997 volgde een tournee door Zuid-Duitsland, waarbij een klein probleem wordt geconstateerd: bij Henny weigerde één vinger van zijn rechterhand regelmatig dienst. Pas later zal blijken dat dit het gevolg is van een neurologische ziekte. Op 10 januari 1998 vond in Chemnitz de live-uitzending plaats van het ARD-programma ‘Die Gala der Preisträger 1997’. Die Kirmesmusikanten behaalden hier een tweede plaats met het nummer ‘Die Zillertaler Hochzeitsmarsch’. Het zou het laatste tv-optreden als accordeonduo zijn.
In juli van hetzelfde jaar stelde professor dr. J.H.J. Wokke van het Academisch Ziekenhuis Utrecht vast dat Henny de progressieve ziekte psma had. Een ziekte die te vergelijken is met ALS (amyotrofe laterale sclerose). Kort daarna worden De Kermisklanten genoodzaakt te stoppen met optredens. Op 29 april 1999 werd het duo tijdens de jaarlijkse lintjesregen op het Gemeentehuis van Soest benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Naar aanleiding hiervan volgde een uitnodiging voor het VARA-programma Laat de Leeuw van Paul de Leeuw op 4 mei. Omdat Henny niet meer kon spelen, pakte Paul de accordeon en speelde ‘De Zigeunertango’. Op 14 mei 2000 nodigde presentatrice Carolin Reiber Die Kirmesmusikanten uit in haar live-programma “Volkstümliche Hitparade” uit om afscheid te nemen van het Duitse publiek. Op 3 februari 2002 waren de Kermisklanten te zien in De Stoel van Rik Felderhof. Augustus 2005 verscheen het boek ‘Maskerade van een accordeonduo’, een autobiografie van Henny van Voskuylen. In 2001, drie jaar nadat bij hem de zenuwziekte werd geconstateerd, ontstond bij hem het idee om een boek te schrijven over zijn leven. Hij realiseerde dit met de enige vinger die nog functioneerde. Op 17 juli 2007 bezocht het programma Vinger aan de Pols (AVRO) de Kermisklanten thuis voor een gesprek over het leven met een slopende ziekte. In dit programma gaf Coby aan dat sinds haar man geen accordeon meer kon spelen, ook zij het instrument niet meer had aangeraakt. “We zijn een duo”, zei ze, “zonder hem kan ik niet verder spelen”. Op 12 januari 2010 overleed Henny thuis in Soest op 68-jarige leeftijd.
Meer informatie kunt u vinden op www.wikipedia.nl
