Ik ben een lamp

Een gek is ontslagen uit het gekkenhuis en gaat bij zijn broer op bezoek. De broer is ook niet helemaal honderd procent. De gek is nog geen kwartier bij zijn broer of hij staat al op de tafel te roepen “Ik ben een lamp, ik ben een lamp!”. Zijn broer belt naar het gekkenhuis en klaagt “Mooie boel is dat, mijn broer is nog geen kwartier binnen en hij staat al op de tafel te roepen dat hij een lamp is”. – “Stuur hem maar weer terug” zegt de telefoniste van het gekkenhuis. De broer reageert “Ja daag, dan heb ik geen licht meer!”

Similar Posts

  • Waar ben ik mee bezig?

    Een man heeft een nieuwe Porsche gekocht en gaat op een mooie zomeravond even lekker een stuk rijden. Het dak eraf, de wind glijdt door zijn haar en hij besluit eens te kijken hoe hard zijn wagen nou eigenlijk kan. Net als de kilometerteller een respectabele 180 km/u aangeeft, ziet hij in zijn spiegel twee blauwe zwaailichten.

    “Met geen mogelijkheid dat ze een Porsche kunnen bijhouden,” denkt hij nog en trapt de bolide nog harder op zijn staart. Pijlsnel vliegt hij over de weg : 190, 200, 230 zelfs, maar de politie zit nog steeds vlak achter hem.

     “Waar ben ik godsnaam mee bezig?” denkt hij en hij gaat naar de kant van de weg. De agent loopt naar hem toe, pakt zijn rijbewijs zonder ook maar iets te zeggen, bekijkt zijn rijbewijs en auto aandachtig.

    Ineens zegt hij: “Ik heb een lange zware dag achter de rug en jij bent echt de laatste die ik aan de kant zet vandaag. Ik heb geen zin in nog méér papierwerk dus als je me een heel goed excuus kan geven, ééntje die ik ook nog nooit eerder heb gehoord, waarom je zo hard reed, dan kom je eraf met een waarschuwing!”

    “Afgelopen week is mijn vrouw ervandoor gegaan met een politieagent,” zegt de man, “en ik was bang dat je haar terug wilde geven!” Waarop de agent zegt: “Een prettige avond nog”

  • De waarheid komt uit een kindermond:

    Klein Jefke kijkt gefascineerd toe als zijn moeder hui crème op haar gezicht smeert. “Waarom doe je dat, mammie?”, vraagt hij. “Om mezelf mooi te maken natuurlijk”, zegt moeder en even later begint ze de crème af te vegen met een doekje. Klein Jefke kijkt bezorgd en zegt: ” ‘t helpt niet he mammie ? “

  • MONTEUR EN CARDIOLOOG

    Een monteur demonteerde een cilinderkop van een Harley Davidson toen hij een bekende cardioloog in zijn winkel ontwaarde. De cardioloog stond te wachten totdat de monteur tijd had om even naar zijn motorfiets te kijken. De monteur riep naar de cardioloog dat hij moest komen kijken naar de interne delen van de motor. De cardioloog liep een beetje verbaasd naar de monteur toe. De monteur ging staan, veegde zijn handen aan een doek af zei tegen de cardioloog: “Kijk dokter, ik opende het hart van deze machine, haalde de kleppen er uit, ik heb de schade hersteld en dan zet ik hem weer in elkaar. Als ik dan klaar ben, werkt hij weer als een nieuwe. Hoe komt het dan dat ik per jaar € 39.500,= euro verdien en U € 1.600.000,== terwijl wij in feite hetzelfde werk doen”? De cardioloog wachtte even met antwoorden en begon te glimlachen. Toen zei hij tegen de monteur: “Probeer die reparatie eens uit te voeren met een draaiende motor”

  • Praten

    Gert zegt tegen John “De mijne is de stem kwijt. Geen ene pil die helpt! Ze heeft al 2 dagen niks tegen me gezegd! Ik weet niet wat we nog kunnen doen!”

    “Simpel” zegt John “Probeer vannacht heel laat thuis te komen, dan gaat ze direct weer praten!”

  • Dronken

    Een dronken man loopt de kerk in, neemt plaats in de biechtstoel en zegt verder niets. De pastoor kucht eens om de aandacht van de man te trekken, maar het blijft verder stil. In een laatste poging de man aan het praten te krijgen, bonkt hij op de wand. Daarop antwoordt de man: “‘t Spijt me jongen, maar ik heb ook geen papier”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *