Moos

Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
Dat had hij beter niet kunnen doen.
Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
“Het Rode Kruis,” roept men van boven.
Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

Similar Posts

  • Kangeroe over de vloer

    Een kangoeroe wandelt een café binnen, gaat aan de bar zitten en bestelt een biertje. “Dat is dan vijfentwintig euro,” zegt de barman. De kangoeroe vindt dat wel een beetje duur, maar legt toch vijfentwintig euro op de toog, krijgt een versgetapt biertje voorgezet en begint er op zijn gemak van te drinken. Na een tijdje krijgt hij in de gaten dat het hele café naar hem aan het staren is. “Tjonge,” zegt hij tegen de barman, “de hele zaak is hier naar mij aan het kijken. Wel een beetje onbeleefd, vindt u ook niet?” “Je moet dat begrijpen,” zegt de barman, “wij krijgen hier niet vaak kangoeroes over de vloer.” “Nee, dat snap ik,” zegt de kangoeroe, “als je vijfentwintig euro voor een biertje vraagt…”

  • Op scheppen

    Drie jongens zitten aan tafel op te scheppen over hun vaders.
    “Mijn vader is rechter en iedereen moet hem aanspreken met Uwe Excellentie.”
    “Dat is nog niets, mijn vader is koning en iedereen moet hem aanspreken
    met Uwe Majesteit.”

    “Mijn vader weegt 150 kilo en als de mensen mijn vader zien, zeggen ze:
    Oh Grote God.”

  • Blind en Blond

    Een blinde man gaat een vrouwenbar binnen. Hij loopt naar de bar en bestelt iets te drinken.
    Nadat hij een tijdje heeft gezeten, roept hij naar de persoon aan de tap:
    ‘Hé, wil jij een blondjesmop horen?’
    De hele bar wordt in een klap muisstil. Met een diepe, dreigende stem zegt de vrouw naast hem:
    ‘Voor u die mop vertelt, meneer, moet u vijf dingen weten:

    Eén: De persoon achter de tap is een blonde vrouw.
    Twee: De uitsmijter is een blonde vrouw.
    Drie: Ik ben een 1,90m grote, 100 kilo zware blonde vrouw met een zwarte band in karate.
    Vier: De vrouw die naast me zit, is een blonde vrouw en is een professioneel gewichthefster.
    Vijf: De vrouw aan jouw andere kant is een blonde vrouw en doet aan
    worstelen.

    Ik raad u aan om er eens goed over na te denken, meneer. Wilt u die mop nog steeds vertellen?’

    De blinde man denkt enkele seconden na, schudt zijn hoofd en zegt: ‘Nee, niet als ik ‘m vijf keer moet gaan uitleggen.’

  • Vrouwen

    Een vader staat met zijn zoontje bij de bakker als er een vreselijk opgetutte dame binnen komt lopen.
    Het jochie kijkt haar een tijdje aan totdat de vrouw vraagt:”Wat is er knul?”
    “U bent zeker 18?” zegt het jochie.
    Vrouw: “Zeg dat nog eens?”
    Jochie: “U bent zeker 18?”
    De vrouw begint te stralen en roept door de zaak: “Horen jullie dat, hij denkt dat ik 18 ben, leuk hè, maar ik ben 36.”
    Het jochie kijkt haar vertwijfeld aan en zegt dan: “Daar snap ik niks van, u komt gelijk na ons binnen en wij hebben nummer 17 dan moet u toch 18 zijn?”
  • Bij Petrus

    Een pastoor kwam te overlijden en stond voor de hemelpoort te wachten om binnengelaten te worden . Voor hem stond een man in jeans , met een leren vest en een zonnebril op  . Petrus vroeg aan deze man : “wie bent U”?

    “Ah. Ik ben John uit Amsterdam en ik ben heel mijn leven taxichauffeur geweest”!

    Petrus kijkt in zijn dik boek en zegt : “Oké, hier staat uw naam, neem deze zijden mantel en deze gouden staf en treedt binnen in het hemelse rijk”!

    Daarna vroeg Petrus de naam van onze pastoor.

    Ik ben pastoor Johannes van de grote kerk, en ik heb 45 jaar uw woord gepredikt !

    Petrus kijkt weer in zijn boek en zegt: “Ah ja, hier staat het, neem dit katoenen hemd en deze houten staf en treedt binnen”!

    “Hela”, zegt onze pastoor, “hoe kan dat, ik krijg katoenen hemd en een houten staf, en die taxichauffeur goud en zijde? Iets klopt er niet he”!

    “Jawel” zegt Petrus, “wij bekijken het resultaat, tijdens uw werk en gebeden sliep iedereen, en bij zijn werk, met de taxi rijden, was iedereen aan het bidden”!!!

  • Lezen

    Lees de zinnen achter elkaar hardop voor.

    ik zo kat
    ik hou kat
    ik je kat
    ik een kat
    ik sukkel kat
    ik ongeveer kat
    ik veertig kat
    ik seconde kat
    ik van kat
    ik zijn kat
    ik werk kat
    ik af kat

    dit slaat nergens op die zinnetjes.

    Lees nu van de zinnen de middelste woorden achter elkaar op.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *