Moos

Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
Dat had hij beter niet kunnen doen.
Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
“Het Rode Kruis,” roept men van boven.
Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

Similar Posts

  • Bidden

    In een katholiek schooltje waar mijnheer pastoor nog les geeft gaat het over godsdienst. Vraagt mijnheer pastoor: “En kindjes wordt er bij jullie een gebedje opgezegd voor jullie gaan eten?”

    Fransje? – Ja, mijnheer pastoor.

    Louise? – Ja, mijnheer pastoor.

    Jantje? – Nee nee, mijnheer pastoor, ons moeder kan nog goed koken!!!!!

  • Trouwen in de hemel

    Een jong katholiek stel raakt op weg om te trouwen betrokken bij een dodelijk auto-ongeluk. Het stel zat buiten de Hemelse Poort te wachten tot Petrus hen naar de hemel zou brengen. Terwijl ze wachtten, begonnen ze zich af te vragen: zouden ze ooit in de hemel kunnen trouwen? Toen Petrus verscheen, vroegen ze het hem. Petrus zei: “Ik weet het niet. Dit is de eerste keer dat iemand het vraagt. Laat me het gaan uitzoeken'”, en hij vertrok. Het paar zat en wachtte en wachtte. Twee maanden gingen voorbij en het paar wachtte nog steeds. Tijdens het wachten begonnen ze zich af te vragen wat er zou gebeuren als het niet zou lukken; kun je in de hemel scheiden? Na weer een maand kwam Petrus eindelijk terug, een beetje verfomfaaid. ‘Ja’, zei hij tegen het paar, ‘je kunt trouwen in de hemel.’ “Geweldig!” zei het paar, “Maar we vroegen ons gewoon af, wat als het niet lukt? Kunnen we ook in de hemel scheiden?” Petrus, met een rood gezicht van woede, sloeg met zijn klembord op de grond. “Wat is er mis?” vroeg het bange paar. “OH, KOM OP!” riep Petrus, “Het kostte me drie maanden om hier een priester te vinden! Heb je enig idee hoe lang het duurt voordat ik een advocaat vind?”

  • JANTJE MET SCHOOL NAAR DE POLITIE

    Jantje mag met de klas naar het politiebureau voor een praktijk klas. Op een bord ziet hij foto’s van de 10 meest gezochte criminelen. Een van de kinderen stopt bij een bepaalde foto en vraagt of dat werkelijk de afbeelding was van de gezochte persoon. “Ja”, zegt een agent, “we zijn erg hard naar hem aan het zoeken”. Jantje vraagt: “Waarom hield je hem dan niet vast toen je de foto maakte?”

  • Zatlappen

    Zitten 2 zatlappen aan de bar
    zegt de ene tegen de andere: Je krijgt de groeten van Connie
    zegt de ander: welke Connie? Ik ken geen Connie.
    de ander: Ja die met die groene haren..
    de ander: Nee sorry die ken ik echt niet..
    de ander: Jawel ken je wel
    de ander: Welke dan?
    de ander: ja Connie Feer

  • Hoe laat?

    Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *