Moos

Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
Dat had hij beter niet kunnen doen.
Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
“Het Rode Kruis,” roept men van boven.
Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

Similar Posts

  • Vieze voeten

    Klaas komt op een feestje. Hij vraagt netjes of binnen mag komen. “Natuurlijk,”zegt de jarige, “maar ik heb vuile voeten,” zegt Klaas. “Geeft niet,” zegt de jarige. “Je hebt toch schoenen aan?”

  • Vies

    Jantje en oma lopen door het bos. Dan ziet Jantje een euro liggen en hij raapt hem op. “Niets van de grond pakken Jantje, dat is vies!” zegt oma tegen Jantje en ze lopen verder. Dan ziet Jantje 2 euro liggen en hij raapt hem op. “Niets van de grond pakken Jantje, dat is vies!” zegt oma en ze lopen verder. Dan glijdt oma uit over een bananenschil en ze valt op haar kont. “Kun je me omhoog helpen Jantje?”, vraagt oma. “Ik mag niets van de grond pakken oma, dat is vies!” zegt Jantje.

  • Moeder

    Een moeder stond in de keuken toen ze haar vijfjarige zoontje met zijn treintjes in de huiskamer hoorde spelen. Ze hoorde de trein stoppen en haar zoontje zeggen: Al de imbecielen die nu willen uitstappen moeten godverdomme maken dat ze zo snel mogelijk de trein uit zijn, want dit is de laatste halte! En al die klootzakken die willen instappen moeten maken dat ze met hun luie reet op de bank gaan zitten want wij gaan nu vertrekken! 
    De verbaasde moeder stapt de huiskamer in en zegt tegen haar zoontje: Zulke taal gebruiken wij niet in dit huis, maak dat je naar je kamer komt en blijf daar 2 uur! Als je daarna weer met je trein gaat spelen, wil ik zulke woorden niet meer horen! Twee uur later zit het zoontje weer in de huiskamer met zijn treintjes te spelen en hoort moeder haar zoontje zeggen: Aan alle passagiers, vergeet aub uw bagage niet mee te nemen. Wij danken u en zien u graag een volgende keer terug. We hopen dat het een aangename reis was. Ze hoort haar kleine bengel verder zeggen: Voor al degenen die juist zijn ingestapt, gelieve niet in de trein te roken aub. Wij hopen dat u vandaag een aangename en ontspannende reis met ons zult maken. 
    Op het moment dat de moeder begint te glimlachen, hoort ze haar zoontje zeggen: En voor al diegenen die pisnijdig zijn vanwege de twee uren vertraging u moet bij die trut in de keuken zijn!

  • Glazen oog

    Een man komt in een kroeg een paar biertjes drinken. Dan pakt hij opeens zijn oog uit z’n kas en gooit deze via de vloer, het plafond tegen het raam en z’n oog komt weer terug in z’n hand. De man naast hem kijkt ervan op maar zegt er niks van. Vijf minuten later pakt die man weer zijn oog en gooit hem al ketsend door de kroeg weer tegen het raam en weer terug in z’n hand. Weer wordt er niks gezegd. Na de derde keer vraagt de man naast hem aan de bar: Waarom gooi je zo met je oog tegen het raam? Zegt de man: Ik kijk of m’n fiets nog buiten staat.

  • Een Non

    Een non neemt een taxi naar Brussel en merkt dat de knappe chauffeur haar voortdurend in ‘t oog heeft.
    Ze vraagt hem waarom hij haar constant zo intens bekijkt.
    Hij antwoordt: “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet in verlegenheid brengen”.
    Ze stelt hem gerust: “Mijn zoon, ge kunt me niet kwetsen, als je non was en zo oud als ik heb je zo goed als alles al gezien en gehoord.

    Ik weet zeker dat je me niets kan zeggen of vragen dat voor mij beledigend of kwetsend kan zijn”.
    Hij: “Wel, ik droom altijd opnieuw dat een kloosterlinge me heel passioneel kust”.
    De non: “Wel, dan kijken we wat daaraan kan gedaan worden. Eerst en vooral moet je vrijgezel zijn en daarnaast ook katholiek”.
    De taxichauffeur, al helemaal opgegeild, antwoordt: “Jaja, ik ben vrijgezel én katholiek!”
    “Oké”, zegt de non, “sla maar de eerstvolgende landweg in”.
    Daar voldoet ze aan zijn fantasie met een overtuiging die de meest geroutineerde straatmadelief zou doen blozen.
    Als ze de weg voortzetten begint de chauffeur te huilen.
    “Mijn kind”, zegt de non, “waarom huil je nu toch?”.
    “Vergeef me dat ik gezondigd heb. Ik moet bekennen dat ik gelogen heb: ik ben getrouwd en ben een jood”.
    De non antwoordt: “Trek het je niet aan. Ik heet Dirk, ben homo en ik ben op weg naar ‘t carnaval in Aalst “.

  • Een zatlap

    Een zatlap loopt ‘s nachts over straat en belt om 4 uur ‘s morgens aan bij mensen. De man des huizes staat woedend op en vraagt: “Wat is dat hier, wat scheelt er?” De zatlap: “Kom me duwen! Je moet me komen duwen!” Razend zegt de bewoner: “Ik ken je niet eens, het is 4 uur in de morgen, en jij vraagt me om je te komen duwen. Bol het af jong…” Terug in de slaapkamer, legt hij zich terug in bed, maar zijn vrouw speelt hem de les: “Nu heb je toch overdreven. Het is jou toch ook al overkomen dat je in panne staat met de wagen. Je had die sukkelaar toch wel even kunnen helpen duwen.” Man: “Ja, maar die kerel was strontzat.” Vrouw: “Reden te meer om hem te helpen, het gaat hem nooit alleen lukken. Nee, zo ken ik je helemaal niet, ik ben zeer teleurgesteld in je.” Haar man, helemaal ontdaan, kleedt zich toch maar weer aan en gaat naar beneden. ! Hij opent de deur en roept: “He kerel, ik kom je duwen, waar zit je?”

    Zatlap: “Hier in de tuin, op de schommel”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *