Mijnen

Door het bos lopen twee soldaten. Op een gegeven moment vinden ze drie mijnen en ze besluiten die mee te nemen naar de sergeant. Onderweg terug zegt de een tegen de ander: “Wat doen we nu als er eentje afgaat?”
Antwoordt de ander: “Dan zeggen gewoon dat we er maar twee gevonden hebben!”

Similar Posts

  • Geel, rood, blauw mannetje

    Een trucker ziet langs de weg een geel mannetje staan dat weent. Hij stopt, gaat ernaar toe en vraagt wat er scheelt. Het mannetje antwoordt: ‘Ik ben geel, kom van Venus, ben homofiel en heb honger’. ‘Tja’ zegt de chauffeur ‘ik kan je een sandwich geven maar verder kan ik je spijtig genoeg niet helpen’. Hij geeft de sandwich en zet de rit verder.

    Even later ziet hij langs de weg een rood mannetje staan wenen. Weer stopt hij en vraagt wat er scheelt. Het mannetje antwoordt: ‘Ik ben rood, kom van Mars, ben homofiel en heb dorst ‘. De trucker zegt: ‘Ik kan je een blikje cola geven maar verder kan ik je niet helpen’. Hij geeft een cola en zet zijn weg verder.

    Even verder ziet hij een blauw mannetje staan. De trucker is deze spelletjes moe, stopt, gaat boos naar het blauwe mannetje toe en zegt: ‘Jij zult ook wel homo zijn en van wat voor een achterlijke planeet kom jij en wat moet jij nu weer hebben?’. Waarop het mannetje antwoordt: ‘Uw identiteitskaart en uw rijbewijs.’

  • Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt: “Dat kan ik ook.”  De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.” Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur. “Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat. “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.” Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat: “Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!”  “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.”  De advocaat betaald en loopt boos weg. De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt: “Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.”  “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.” Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje. “Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat.  “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.” De advocaat betaald en loopt nog bozer weg. De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe. “Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.” De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij:  “Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.” De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt: “Hier heeft u uw 1000 euro.” Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd.  “Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”

    De monteur zegt: “U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”

  • Jezus kijkt naar je!

    Midden in de nacht drong een inbreker een huis binnen. Hij liet zijn zaklantaarn door de huiskamer schijnen, op zoek naar kostbaarheden. Toen hoorde hij een stem in het donker, die zei: “Jezus weet dat je er bent !” De inbreker kreeg zowat een hart verzakking, knipte zijn zaklantaarn uit en bleef stokstijf staan. Toen hij na een tijdje niets meer hoorde, schudde hij zijn hoofd en ging verder met zijn “werk”. Maar nèt toen hij de dvd-speler naar zich toe trok, zodat hij de bedrading los zou kunnen maken, hoorde hij, luid en duidelijk: “Jezus kijkt naar je !” Helemaal overstuur scheen hij met zijn lantaarn om zich heen, op zoek naar de plek waar de stem vandaan kwam. Uiteindelijk kwam de lichtbundel van zijn zaklamp in een hoek van de kamer tot stilstand, gericht op een papegaai. “Was jij dat, die tegen me praatte ?”, siste de dief tegen de papegaai. “Yes”, bekende de papegaai en krijste verder: “Ik wil je alleen maar waarschuwen dat hij naar je kijkt”. De inbreker ontspande zich weer een beetje: “Me waarschuwen, hè? En wie ben jij dan wel ??” “Mozes”, antwoordde de vogel. “Mozes ?”, lachte de inbreker, “wie noemt een vogel nu Mozes ?” “Hihi”, lachte de papegaai, “mensen die een Rottweiler Jezus noemen!”.

  • GAAT SLECHT MET HET NEDERLANDS ELFTAL

    Ronald Koeman belt naar Gert-Jan Verbeek. Hij klaagt: “Het gaat zo slecht met het Nederlands elftal. Nu dreigen we ook op het EK ten onder te gaan… Weet jij daar nou niets op?” “Tja,” zegt Gert-Jan Verbeek, “als mijn jongens eens slecht spelen, als ze al eens slecht spelen, dan laat ik ze een partijtje voetballen tegen een stel etalagepoppen. Dat is goed voor het zelfvertrouwen.” “Dat vindt Ronald een goed idee” en hij gaat meteen een stel etalagepoppen kopen. Een uurtje later belt Ronald weer op naar Gert-Jan: “Gert-Jan,” zegt hij, “we staan met 3-0 achter, wat moet ik nou doen?”

  • Waterput

    Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *