Wandelaars

Een parkwachter gaf instructies aan een groep wandelaars. Hij waarschuwde: “Het is niet uitgesloten dat u een grizzlybeer tegen komt. Maar grizzly’s gaan mensen meestal uit de weg, en daarom is het goed als u een aantal belletjes aan uw rugzak bevestigt. Dan horen ze u aankomen en krijgen ze de kans om te vluchten. In de kampwinkel kunt u belletjes kopen voor twee Euro per stuk. Als u uitwerpselen van een grizzlybeer op uw pad vindt, kunt u maar beter maken dat u wegkomt!” “Maar hoe weten we of het de poep van een grizzly is?” vroeg een van de wandelaars. “Oh, geen probleem. Dat ziet u meteen. Uitwerpselen van de grizzly’s zitten namelijk vol met belletjes”.

Similar Posts

  • Lotto geluk

    Een man vraagt aan zijn vrouw: “Wat zou je doen als ik een prijs in de Staatsloterij gewonnen had?” Antwoordt ze: “Ik zou de helft opeisen en je dan verlaten, want ik ben je meer dan zat.”
    “Fantastisch,” zegt hij, “ik heb 12 euro gewonnen, hier is 6 euro – En nou opgeflikkerd!!!!”

  • Problemen

    Sam en Moos zijn op zoek naar een baan.
    Ze leggen al hun spaargeld bij elkaar en van dat geld kopen ze 6 motorbootjes.
    Die motorbootjes gaan ze verhuren op een meer.
    Maar de mensen die de bootjes huren kunnen niet goed varen, dus kopen Sam en Moos ook 2 megafoons.
    Dus daar staan ze dan: “Bootje 3 niet te dicht langs de kant,
    bootje 1 wat langzamer,
    bootje 9 doe niet zo gevaarlijk”, zegt Moos.
    “Bootje 9?, We hebben maar 6 bootjes”, zegt Sam.
    “Oh, bootje 6 heeft u problemen”

  • Zwijgzaam

    Een man zit te somberen aan de bar.
    “Problemen, meneer?” vraagt de barman.
    “Ach, mijn vrouw heeft me laten weten dat ze een maand niet meer met me wilde praten.”
    “Tja, dan zal ze wel flink boos op je zijn. Maar”, zegt de barman om zijn klant een beetje op te vrolijken, “aan die maand komt toch ook vanzelf wel weer een einde.”
    Antwoordt de klant snikkend:
    “Ja dat weet ik en vandaag is het alweer de laatste dag van die maand.”

  • Waterput

    Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

  • Oudste Beroep

    Een timmerman, metselaar en een elektricien zitten tegen elkaar op te snijden over wie het oudste beroep heeft. De timmerman: “Weet je nog: Jezus. Die lag in een stalletje, en dat stalletje is gebouwd door, jawel, een timmerman.” Zegt de metselaar: “Nou en, de piramiden stonden er toen al eeuwen en die zijn toch gemetseld.” Zegt die elektricien: “Jullie moeten niet zo ruziën want wij hebben toch het oudste beroep.” “Op de eerste dag zei god: ‘er was licht!’ en toen hadden wij de leidingen al liggen.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *