Goochelaar

Een goochelaar zat op een cruiseschip en deed allerlei trucjes. Jante keek toe met arendsogen en doorzag iedere truc van de goochelaar, hij zei dan ook steeds hoe de truc in elkaar stak, het ging ongeveer zo: “De kaart zit in je broekzak!” of “Dat konijn kwam uit die doos!” … Die goochelaar was het na een tijdje helemaal zat dat Jantje de hele tijd zei hoe zijn trucs in elkaar zaten, dus stopte hij maar mee.  De dag erop verging het schip en alleen de goochelaar en Jantje konden zich redden door te dobberen op een stuk drijvend hout.  Na een uur of 3 uur zei Jantje: “Ok, ik geef het op, waar heb je het schip gelaten?”

Similar Posts

  • NA 30 JAAR WEER BIECHTEN

    Een man besluit na 30 jaar dan toch maar weer eens te gaan biechten. Hij doet het gordijn opzij, gaat naar binnen en ziet tot zijn verbazing een goed gevulde minibar, een fles bubbels in een ijsemmer, een schaal gebrande amandelen, een schaaltje met Mon Cherie bonbons en foto’s van lekkere topless meiden aan de muren. Dan hoort hij ernaast de priester binnenkomen en zegt: “Eerwaarde, vergeef mij, het is al heel lang geleden dat ik voor het laatst in de kerk ben geweest, maar ik moet zeggen: er is een boel veranderd!” Waarop de priester antwoord: “Eruit, je zit aan mijn kant!”

  • Geld

    Hendrik schrikt zich een bult als er midden in de nacht bij hem wordt ingebroken. De dief haalt de slaapkamer ondersteboven en schreeuwt:

    “Ik zoek géld! Ik heb geld nodig!”

    Hendrik springt uit z’n bed, en zegt: ‘k Heb ook geld nodig,

    ik ga helpen zoeken”.

  • Waterput

    Twee mannen lopen over een heide en zien een waterput. Ze lopen er naartoe en vragen zich af hoe diep die put eigenlijk is. Ze pakken een steentje, gooien het in de put, maar horen het niet de bodem raken. “Vreemd”, zegt de een. “Zou ‘ie zó diep zijn?” Ze gaan een grotere steen zoeken en gooien die ook in de put. Ze buigen voorover om te horen wanneer de steen de bodem raakt. Wéér geen geluid. Nu zien ze een hele grote zware steen, een grote rots, liggen en pakken die met z’n tweeën op. Ze strompelen naar de put en weten de rots over de rand te kieperen. Ze luisteren vol spanning en horen ineens hoefgetrappel achter zich. Ze draaien zich om en zien een geit keihard aan komen rennen en die duikt zo de put in. Stomverbaasd kijken ze elkaar aan. Na een kwartier komt er een herder aanlopen. “Hebben jullie mijn geit gezien?” “Nou”, zegt de een, “er dook hier net wel een geit met een rotgang deze put in.” “Nou”, zegt de herder, “dat kan niet want die zat aan een rots vast.”

  • Gezeik

    Ik was laatst in een café en zeg tegen de barman: “Zou ik 2 bier en een witte wijn mogen voor dat het gezeik begint” Ik drink snel mijn drankjes op en bestel gelijk nog een keer hetzelfde. Deze keer drink ik nog sneller mijn drankjes op en zeg ik opnieuw tegen de barman: “Zou ik 2 bier en een witte wijn mogen voor dat het gezeik begint” De barman vraagt: “Heb je wel geld bij je?” Waarop ik zeg: “Kijk, daar begint het gezeik al!”

  • Hoe oud ben ik?

    Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
    Zegt Jantje: “58.”
    “Mis.”
    Zegt Marietje: “49.”
    “Ook mis.”
    Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
    “Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
    “Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *