Een aap in een café

In een geheel leeg café stapt een aap naar binnen en gaat aan de bar zitten en besteld een biertje. De barkeeper denkt, “ik kan wel wat verdienen aan die aap”, het café liep toch al slecht. Hij brengt het biertje en zegt: “Da’s dan 25 gulden.” De aap trekt ergens uit z’n vacht een briefje van 25. Vervolgens besteld de aap nog een pilsje en de barkeeper zegt: “Da’s weer 25 gulden.” Zo gaat dat een tijdje door tot de aap 5 biertjes heeft gedronken. De barkeeper wil nu toch wel eens een praatje met de aap maken. Hij stapt op hem toe en zegt: “Dat gebeurt niet vaak, dat een aap in dit café komt”. “Nee” zegt de aap, “vind je het gek als je 25 gulden voor een biertje moet betalen.”

Similar Posts

  • Ook uit Japan

    Een japanner en een Belg zitten in een café te praten over cultuurverschillen Op een gegeven moment geeft die japanner die Belg een onwijze klap in zijn nek.

    Na een minuutje of vijf staat die weer en vraagt wat dit  in godsnaam moet voorstellen. “Dat is karate” zegt de japanner, “dat komt uit Japan”. Boos gaat de Belg weer zitten aan de bar. Een tijdje later geeft die japanner hem een enorme heupzwaai. Kreunend en nu nog bozer staat de man weer op en vraagt wat dit dan wel niet moet voorstellen “Dat is Judo, komt uit Japan”. De Belg heeft het nu behoorlijk gehad en loopt naar buiten. Een tijdje later komt hij terug met een ijzeren voorwerp in zijn hand. Hij ziet de japanner nog aan de bar zitten en geeft hem een enorme klap met het voorwerp.  Na een half uurtje komt de Japanner weer een beetje bij en vraagt wat was dat?

    “Dat was de krik uit mijn Toyota” zegt de Belg

    “komt ook uit Japan”

  • Advocaat

    Op weg naar hun bruiloft verongelukt het jonge katholieke koppel bij een auto ongeluk. Het volgende moment staan ze voor de hemelpoort waar ze wachten op Petrus. Ze vragen Petrus of ze in de Hemel kunnen trouwen. Petrus zegt: “Ik weet het niet, dit is de eerste keer dat iemand dat vraagt. Ik ga het uitzoeken.” Het koppel wacht, en wacht en wacht. Twee maanden gaan voorbij en het koppel wacht nog steeds. “Hoe is het om voor eeuwig getrouwd te zijn, en wat als het niet werkt?” vroegen ze zich af, “zitten we dan voor eeuwig aan elkaar vast?” Na 4 maand keert Petrus eindelijk terug. “Ja”, zegt hij, “jullie kunnen trouwen in de hemel.” “Dat is geweldig!” zegt het koppel, “…..maar we vroegen ons af, wat als het ons huwelijk niet werkt? Kunnen we dan ook een scheiding aanvragen in de Hemel?” Petrus wordt woedend en gooit zijn papieren op de grond. “Wat is er?” vraagt het koppel angstig.

    “Kom”….., schreeuwt Petrus, “het kostte mij vier maanden om één priester te vinden in de hemel ! Heb je enig idee hoe lang het zal duren voor ik hier één advocaat vind ?”

  • Gelukkig

    Een dokter komt tijdens zijn ochtendwandeling een oudere gerimpelde vrouw tegen,
    ze zit voor haar huis een sigaar te roken, dus hij loopt naar haar toe en vraagt,
    “Ik kan het niet helpen, maar het viel me op hoe gelukkig u er uit ziet! Wat is uw geheim”
    “Ik rook elke dag 10 sigaren,” zei ze. “Voor ik naar bed ga, rook ik een grote lekkere joint.
    Afgezien daarvan, drink ik een hele fles Jack Daniels iedere week, en ik eet alleen maar junk food.
    In de weekends, gebruik ik veel pillen, heb ik veel onveilige wisselende seksuele contacten, en ik doe nooit aan welke vorm van sport dan ook.”
    “Dat is pas onvoorstelbaar! Hoe oud bent u?”
    “Vierendertig”

  • Een Belg op de fiets

    Er komt een man op een fiets aangereden, vanuit België, Nederland binnen. Op de bagagedrager een zak met zand. Nederlandse douanebeambte: “Heeft u iets aan te geven?” Zegt de Belg: “Nee.” Douane: “Een Belg die niets smokkelt, asjemenou, wat heeft u dan in die zak?” Zegt de Belg: “Zand.” Tijdens de controle blijkt dat het inderdaad om zand gaat. Een week lang komt de man elke dag met zijn fiets bij de grens met een zak op de bagagedrager. Op de 8e dag wordt de douanebeambte toch wantrouwend. Douane: “Wat vervoert u in die zak?” Zegt de Belg: “Zand.” Douane: “Mmmmm, even kijken.” Deze keer wordt het zand gezeefd. Uitslag: alleen maar zand. Elke dag passeert de man met zijn fiets en een zak de grens. Na twee weken wordt het de douanier toch te bont en hij stuurt het zand naar een laboratorium voor nader onderzoek. Resultaat: het is alleen maar zand! Na twee verdere maanden van zandtransport houdt de douaneman het niet meer uit en hij zweert: “Ik geef u zwart op wit dat ik u niet zal aangeven, maar ik voel aan mijn klompen dat u iets smokkelt. Wat is het?” De man antwoordt: “Zoals u ziet, ik vervoer slechts een kleine hoeveelheid zand.”. De Nederlander is gefrustreerd en woedend en laat zich overplaatsen naar een andere grensovergang, specialiseert zich in zandsoorten en smokkeltrucs en het leven gaat verder. Na vijftien jaar wordt hij gepensioneerd en de dag nadien gaat hij de fietsende Belg bezoeken. “Nou zeg, luister eens. Jij hebt m’n leven grondig vergald, ik ben nu met pensioen, jij hebt gewonnen. Wil je me nou is precies vertellen wat jij eigenlijk smokkelde?!” 

    De Belg: “Fietsen!”

  • Een zatlap

    Een zatlap loopt ‘s nachts over straat en belt om 4 uur ‘s morgens aan bij mensen. De man des huizes staat woedend op en vraagt: “Wat is dat hier, wat scheelt er?” De zatlap: “Kom me duwen! Je moet me komen duwen!” Razend zegt de bewoner: “Ik ken je niet eens, het is 4 uur in de morgen, en jij vraagt me om je te komen duwen. Bol het af jong…” Terug in de slaapkamer, legt hij zich terug in bed, maar zijn vrouw speelt hem de les: “Nu heb je toch overdreven. Het is jou toch ook al overkomen dat je in panne staat met de wagen. Je had die sukkelaar toch wel even kunnen helpen duwen.” Man: “Ja, maar die kerel was strontzat.” Vrouw: “Reden te meer om hem te helpen, het gaat hem nooit alleen lukken. Nee, zo ken ik je helemaal niet, ik ben zeer teleurgesteld in je.” Haar man, helemaal ontdaan, kleedt zich toch maar weer aan en gaat naar beneden. ! Hij opent de deur en roept: “He kerel, ik kom je duwen, waar zit je?”

    Zatlap: “Hier in de tuin, op de schommel”

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *