Frans
Pietje vraagt aan Sandra: ken jij Frans??
Sandra: ja dat is mijn oom.
Pietje: nee ik bedoel spreek jij Frans??
Sandra: ja hij komt zondag bij ons.
Pietje: versta jij Frans ??
Sandra: ja als hij Nederlands spreekt wel.
Pietje vraagt aan Sandra: ken jij Frans??
Sandra: ja dat is mijn oom.
Pietje: nee ik bedoel spreek jij Frans??
Sandra: ja hij komt zondag bij ons.
Pietje: versta jij Frans ??
Sandra: ja als hij Nederlands spreekt wel.
Een dorpspastoor kreeg bezoek van een jongere collega. Tijdens het eten merkt de jonge pastoor op dat de oude pastoor veel zat te kijken naar zijn huishoudster. De jonge pastoor zei dit en de oude pastoor verzekerde dat er niks tussen hem en zijn huishouder was. Een week later vertelde de huishoudster dat er een lepel ontbrak. De oude pastoor belt naar de jonge collega en zegt: “Ik zeg niet dat je die lepel hebt, maar heb je hem, ja of nee?” Het antwoord van de jonge pastoor was: “Als je in je eigen bed sliep, meneer pastoor, had je hem allang gevonden!”
De meester vertelt dat er menseneters hebben bestaan. Vraagt hij: “In welke streken kwamen die voor?” “In Volendam.” beweert Marieke.
“Hoe kom je daar nu bij?” vraagt de meester hoogst verbaasd.
“Dat staat in het aardrijkskundeboek.” antwoordt Marieke.
“Daar staat dat de bewoners daar leven van de toeristen!”
De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
‘Swen Snippers, meneer.’
Een automonteur komt van de dokter vandaan en denkt: “Dat kan ik ook.” De monteur begint zijn eigen dokterspraktijk. Hij maakt reclame met: “Als ik je probleem kan oplossen kost het je 500 euro. Als ik geen oplossing voor je heb krijg je van mij 1000 euro.” Een advocaat ziet de advertentie en denkt dat hij daar gemakkelijk geld mee kan verdienen. Hij gaat naar de praktijk toe van de monteur. “Ik ben mijn smaak kwijt”, zegt de advocaat. “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.” Hij loopt naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een potje waar benzine in zit. Hij giet het goedje in de mond van de advocaat. Terwijl hij het uitspuugt zegt de advocaat: “Gadver, dat is benzine. Wat doe je?!” “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw smaak terug. Dat is dan 500 euro.” De advocaat betaald en loopt boos weg. De volgende dag, nog steeds verontwaardigd over zijn vorige bezoek bedenkt de advocaat een nieuw probleem en gaat opnieuw naar de dokterspraktijk van de monteur. De advocaat zegt: “Ik denk dat ik mijn geheugen kwijt ben. Ik kan me niets meer herinneren.” “Gaat u maar zitten”, zei de monteur, “daar heb ik wel een drankje voor.” Hij loopt weer naar de kast, doet de 3e la van linksboven open en pakt een drankje. “Nee, niet die, dat is benzine!” zeg de advocaat. “Ah”, zegt de monteur, “u heeft uw geheugen terug. Dat is dan 500 euro.” De advocaat betaald en loopt nog bozer weg. De derde dag gaat de advocaat een laatste poging doen om die 1000 euro te verdienen. Hij bedenkt een weer een probleem en gaat naar de praktijk toe. “Dokter”, zeg de advocaat, “ik kan bijna niets meer zien. Mijn zich gaat enorm achteruit.” De monteur denkt eens goed na en na een tijdje zegt hij: “Nee sorry, daar heb ik geen oplossing voor.” De monteur reikt naar zijn portemonnee. Hij overhandigt het geld en zegt: “Hier heeft u uw 1000 euro.” Terwijl hij in werkelijkheid een briefje van 200 euro overhandigd. “Heee!” zegt de advocaat, “dit is maar 200 euro.”
De monteur zegt: “U heeft uw zicht terug, wat geweldig. Dat wordt dan 500 euro.”