Frans
Pietje vraagt aan Sandra: ken jij Frans??
Sandra: ja dat is mijn oom.
Pietje: nee ik bedoel spreek jij Frans??
Sandra: ja hij komt zondag bij ons.
Pietje: versta jij Frans ??
Sandra: ja als hij Nederlands spreekt wel.
Pietje vraagt aan Sandra: ken jij Frans??
Sandra: ja dat is mijn oom.
Pietje: nee ik bedoel spreek jij Frans??
Sandra: ja hij komt zondag bij ons.
Pietje: versta jij Frans ??
Sandra: ja als hij Nederlands spreekt wel.
Een Belg zegt tegen zijn Hollandse vriend: “Ik ken een trucje om gratis te gaan eten.” “Fantastisch zeg”, zegt de Hollander, “hoe doe je dat?” “Ik ga naar een restaurant, zet mij neer en ik bestel een voorgerecht, een hoofdschotel en een dessertje, dan neem ik mijn tijd met een koffie en een cognac. Vervolgens wacht ik tot sluitingstijd. Als bijna alle stoelen op de tafels staan komt natuurlijk de ober vragen of ik wil afrekenen. Dan zeg ik hem: ‘Maar ik heb al afgerekend bij uw collega die reeds vertrokken is.’ En klaar is Kees.” “Geweldig, gaan we dat dan morgen eens uitproberen?” zegt de Hollandse vriend. Zoals afgesproken gaan ze de andere dag naar het restaurant en alles verloopt zoals verwacht. Tegen het sluitingsuur komt de ober en vraagt of ze willen afrekenen. De Belg antwoordt: “Excuseer, maar wij hebben al betaald aan uw collega die reeds vertrokken is.” Waar de Hollander aan toevoegt: “En we wachten nog altijd op ons wisselgeld!”
Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: ‘Meneer Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.’ Roept Moos terug: ‘Ik heb vorige week al gegeven.’
Er komt een Belg bij de bioscoop en vraagt aan de mevrouw 1 kaartje voor de film.
“Dat word dan 7,50″, zegt de mevrouw.
De Belg betaalt, neemt het kaartje aan en gaat naar de filmzaal.
Even later loopt de Belg terug naar de vrouw en vraagt nog een kaartje. De vrouw begrijpt het niet maar vraagt er niet naar. De man loopt weer naar de bioscoopzaal. Even later loopt de Belg weer terug naar de vrouw en vraagt weer een kaartje. Dit doet de man zo nog 6 keer.
“Waarom ga je niet naar de film meneer?” Vraagt de mevrouw.
“Bij de ingang van de bioscoopzaal scheurt iemand heel de tijd mijn kaartje kapot”, antwoordt de Belg treurig.
Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”
Een goochelaar zat op een cruiseschip en deed allerlei trucjes. Jante keek toe met arendsogen en doorzag iedere truc van de goochelaar, hij zei dan ook steeds hoe de truc in elkaar stak, het ging ongeveer zo: “De kaart zit in je broekzak!” of “Dat konijn kwam uit die doos!” … Die goochelaar was het na een tijdje helemaal zat dat Jantje de hele tijd zei hoe zijn trucs in elkaar zaten, dus stopte hij maar mee. De dag erop verging het schip en alleen de goochelaar en Jantje konden zich redden door te dobberen op een stuk drijvend hout. Na een uur of 3 uur zei Jantje: “Ok, ik geef het op, waar heb je het schip gelaten?”