Aan de hemelpoort

Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’

De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’

‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
Dan smokkel ik jou de hemel in !’
Zo gezegd, zo gedaan.

De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!

˜OK, loop maar door!

Similar Posts

  • Manier van denken

    Jantje zit op school vraagt de lerares aan hem. Jantje er zitten vier vogels op een hekje. Komt er een jager aan en die schiet er één vogel af. Hoeveel vogels zitten er daarna nog op het hekje? Geen één zegt jantje. Hoezo dat dan vraagt de lerares. Nou zegt jantje; Als je er een af schiet vliegen de andere drie weg. “Nee”, zegt de lerares het antwoord is drie maar de manier waarop je denkt vind ik leuk. Nou zegt jantje dan heb ik ook nog een vraag. Er zitten drie vrouwen op een bankje. De eerste likt aan een ijsje, de tweede bijt in een ijsje, en de derde zuigt aan een ijsje. Wie van de drie is getrouwd? De lerares denkt diep na… ik denk dat het degene is die aan het ijsje zuigt. Nee, zegt jantje degene met de trouwring om haar vinger. Maar de manier waarop je denkt vind ik leuk

  • Een Held

    Een Belg komt bij Petrus aan de hemelpoort. Petrus vraagt hem of hij tijdens zijn leven op aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.
    “Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de Belg. “Ik passeerde een parkeerplaats langs de autosnelweg waar een groep Hell’s Angels bezig waren een paar vrouwen lastig te vallen. Ik riep dus dat ze daarmee moesten ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste Hell’s Angel toegestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een slag op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing uitgetrokken. Ik heb zijn helm afgetrokken, vol geplast, terug op zijn kop gezet en gezegd dat hij een grote zeiker was. Toen heb ik zijn motor omvergeduwd en ben erop beginnen springen tot die helemaal ingedeukt was en naar de andere Hell’s Angels geroepen: ‘En nu oprotten jullie!'”
    Petrus was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”
    Antwoordt de Belg: “Een paar minuten geleden, denk ik.”

  • Niet vaak gezien

    Een muntstukje van 20 cent sterft en gaat naar de hemel. Daar aangekomen verbaast ze zich over de feestelijke ontvangst die haar te beurt valt. Alle engelen en Sint-Pieter begroeten haar met een hartelijke handdruk en drie dikke kussen en ze krijgt de beste plaats op de mooiste VIP-wolk. Ze krijgt daarbovenop ook nog eens twee persoonlijke butlers die haar bedienen als een koningin, en haar op haar wenken bedienen. Weinig later sterft een biljet van 500 euro en komt ook aan in de hemel. Maar het onthaal is duidelijk veel minder warm. Een van de engelen kijkt even op van zijn schrijfwerk en wijst dan het biljet van 500 koeltjes een plaats op een klein oncomfortabel grijs wolkje. Iedereen laat hem links liggen en niemand spreekt tegen hem. En dat terwijl iedereen zich de benen van onder het lijf loopt voor het muntje van 20 cent. Na een tijdje stelt het 500 euro-biljet toch de vraag aan Sint-Pieter: “Sint-Pieter, hoe komt het dat het stuk van 20 cent een vorstelijke behandeling krijgt en ik, het biljet van 500 euro, zo stiefmoederlijk behandeld word?” Sint-Pieter antwoordt droogjes :”Tja… we hebben U ook niet vaak gezien tijdens de mis.”

  • Ook uit Japan

    Een japanner en een Belg zitten in een café te praten over cultuurverschillen Op een gegeven moment geeft die japanner die Belg een onwijze klap in zijn nek.

    Na een minuutje of vijf staat die weer en vraagt wat dit  in godsnaam moet voorstellen. “Dat is karate” zegt de japanner, “dat komt uit Japan”. Boos gaat de Belg weer zitten aan de bar. Een tijdje later geeft die japanner hem een enorme heupzwaai. Kreunend en nu nog bozer staat de man weer op en vraagt wat dit dan wel niet moet voorstellen “Dat is Judo, komt uit Japan”. De Belg heeft het nu behoorlijk gehad en loopt naar buiten. Een tijdje later komt hij terug met een ijzeren voorwerp in zijn hand. Hij ziet de japanner nog aan de bar zitten en geeft hem een enorme klap met het voorwerp.  Na een half uurtje komt de Japanner weer een beetje bij en vraagt wat was dat?

    “Dat was de krik uit mijn Toyota” zegt de Belg

    “komt ook uit Japan”

  • Belasting

    Nadat hun vliegtuig is neergestort op een vlucht naar het zuiden, kan een koppel zich redden op een onbewoond eiland. Niets wijst erop dat ze nog zullen gevonden worden. De man vraagt zijn vrouw (blijkbaar is zij degene die de financiën beheert): ‘Lieverd, heb je onze inkomstenbelastingen betaald voordat je vertrok?’ Zij antwoordt: “Nee”. Hij vraagt haar ook: “Heb je onze onroerend goed betaald voor vertrek?” Zij antwoordt: “Nee”. Hij vraagt haar ook nog: “En heb je onze wegenbelasting betaald voordat je wegging?” Zij antwoordt andermaal: “Nee”. Dan springt de man recht, omhelst haar en kust haar uitzinnig. Ze vraagt hem waarom hij zo blij is.

    Hij antwoordt: “Dan zullen ze ons zeker vinden!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *