Similar Posts

  • Ziektewet

    Een Duitser, een Engelsman en een iemand uit Afrika zitten in een restaurant. Aan de overkant zit een man te eten die sterk op Jezus lijkt ; De Duitser kan het niet laten te zeggen dat hij écht wel sterk op Jezus lijkt.. “Ik ben Jezus”, zegt de man. Dat treft, zegt de Duitser, ik ben een goed katholiek en misschien kun je mij van mijn migraine afhelpen… Jezus raakt zijn voorhoofd aan en meteen houdt de pijn op. De Duitser vertelt het verhaal aan zijn tafelgenoten en de Engelsman gaat nu op Jezus af: Ik heb een ongeneeslijke reuma, met uw genade zal ik genezen. Jezus raakt de schouder van de Engelsman aan en hij is meteen van z’n kwaal verlost. De Engelsman vertelt zijn verhaal, maar de Marokkaan geeft geen krimp. Na een poosje komt Jezus aan de tafel en vraagt aan de Afrikaan : Zeg vriend, heb jij geen enkele ziekte of pijn? Waarop de Afrikaan zegt : waag het niet om mij aan te raken, ik ben in de ziektewet!

  • Twee tachtigers

    • Twee tachtigers Louis en Simon zitten op een bank in het park.
      Zegt Louis opeens: Ik heb zin in een ijsje!
      Simon: ” Ik zal ze gaan halen, wat wil je van smaak?”
      -“2 bollen chocolade en jij?”
      – “Voor mij twee vanille?”
      Antwoordt Louis: ” Je kunt het beter opschrijven, want je gaat dat zeker vergeten!” 
      -“Maar nee: de ijskar staat hier vlak voor ons”!
      -“Schrijf het op, want je gaat het vergeten, zeg ik u!”
      -“Nee, nee ik ga niks vergeten!”
      Simon staat grommelend recht:
      “Twee chocolat, twee vanille… twee ch?” 
      Na een lang kwartier komt Simon terug met twee braadworsten en twee zakjes frites.
      Zegt Louis “En waar is de mosterd ? ” “Gedoeme, vergeten !” “Zie wel dat je dat moest opschrijven !”
  • Vroeg of laat

    Iemand moet voor de rechter verschijnen en de rechter vraagt: “Wat doet u voor werk meneer?”De beklaagde antwoordt: “dit en dat.”Rechter: “Waar werkt u?”Beklaagde: “Hier en daar.”Rechter: “Wanneer werkt u?”Beklaagde: “Nu en dan.”Rechter: “Hoe is uw verhouding met uw werkgever en uw collega’s?”Beklaagde: “Zus en zo.”Rechter: “De rechtbank is van oordeel dat u naar de gevangenis gaat.”Beklaagde: “Naar de gevangenis? En wanneer kom ik weer vrij?”Rechter: “…..Vroeg of laat.”

  • Gesnurk

    Een handelsvertegenwoordiger, doodmoe, komt aan in een kleine gemeente waar er maar één hotelletje is. Tot overmaat van ramp, alle kamers zijn bezet. Hij smeekt de baas: “Leg me te slapen, eender waar, maar ik moet absoluut kunnen uitrusten.” “Wel”, zegt de hotelier, “ik heb hier een twee persoonskamer waar er maar één bed beslapen is. Als je met die man op een akkoord komt om de kamer en de prijs ervan te delen is dat voor mij goed. Maar, ik verwittig je, hij snurkt geweldig. Het is zelfs zo erg dat alle gasten ‘s morgens hun beklag erover maken.” “Maakt niks uit”, antwoordt de vertegenwoordiger, “ik ben veel te moe.” …De twee mannen komen tot een akkoord en nemen het avondmaal aan dezelfde tafel. ‘s Morgens komt de handelsvertegenwoordiger als eerste de trap af om naar het ontbijtzaal te gaan. Vrolijk fluitend en welgemutst de hotelbaas groetend. “Nou”, zegt deze, “zo welgezind? Heb je goed geslapen? Heeft hij niet gesnurkt?” “Zeker niet”, zegt de vertegenwoordiger, “geen enkel moment.” “Hoe is dat in Godsnaam mogelijk”, zegt de hotelbaas.

    “Heel eenvoudig”, zegt de vertegenwoordiger.

    “Ik kwam een beetje later dan hem de kamer binnen. Hij lag al op zijn bed. Ik heb hem een kus gegeven op zijn achterwerk en gezegd: Goedenacht, schoonheid. En die kerel heeft de hele nacht recht gezeten in zijn bed om me in de gaten te houden.”

  • Hoe oud ben ik?

    Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
    Zegt Jantje: “58.”
    “Mis.”
    Zegt Marietje: “49.”
    “Ook mis.”
    Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
    “Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
    “Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”

     

  • Mijnen

    Door het bos lopen twee soldaten. Op een gegeven moment vinden ze drie mijnen en ze besluiten die mee te nemen naar de sergeant. Onderweg terug zegt de een tegen de ander: “Wat doen we nu als er eentje afgaat?”
    Antwoordt de ander: “Dan zeggen gewoon dat we er maar twee gevonden hebben!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *