Similar Posts
Sam & Moos
Sam komt Moos tegen. Zegt Sam tegen Moos: ‘Hé Moos, wat zie jij er slecht uit.’ Zegt Moos: ‘Ja vind je het gek. Werk in de haven, sjouwen, om vijf uur beginnen, om drie uur weer thuis…’ Vraagt Sam: ‘Goh Moos, hoe lang doe je dat al?’ Zegt Moos: ‘Ik moet maandag beginnen.
Golven
De heilige Johannes is samen met twee anderen aan het golven. Hij heeft de afgelopen 2000 jaar flink geoefend en is dus een echte professional geworden. Hij slaat de bal, een pracht van een slag, in drie slagen heeft hij de bal in de hole gespeeld. “Heel goed, heel goed” zegt Jezus, een van de twee andere golfers. “Nu ik.” Hij slaat de bal .. pats, met een flinke plons komt hij in de vijver terecht. Maar de bal blijft drijven en Jezus loopt zo over het water naar de bal en slaat hem in de hole. “Zo! Twee slagen maar!” zegt de derde persoon. “Nu ik.” Hij haalt uit en slaat de bal super hard. De bal vliegt de lucht in tegen een vliegtuig aan, ketst via een boom over de weg bij een huis naar binnen, door de regenpijp weer naar buiten, tegen een auto en plop bij een kikker in zijn bek. De kikker wordt opgegeten door een ooievaar die op zijn beurt het balletje weer uit spuugt, in de hole. Dan zegt Johannes tegen Jezus: “Kijk, daar heb ik nu zo een hekel aan, als je vader meespeelt!”
Vliegen in een Jumbojet
Op de vlieghaven van Montreal stijgt een Jumbo Jet op naar Frankrijk. De hoofdpiloot neemt de micro en zegt: “Ik verwelkom iedereen aan boord voor de vlucht naar de vlieghaven Charles De Gaulle in Parijs. De vlucht zal verlopen zonder incidenten en ik raad de passagiers aan om na de film even de ogen te sluiten om…..” Plots wordt de verbinding enkele seconden verbroken en dan horen de passagiers een verschrikkelijke gil en de kapitein die roept :
“Oei oei oei ! ! ! ! Oh mijn God !” Daarna is alles stil.
De passagiers bekijken elkaar angstig. De hostesses lopen heen en weer. Toch blijft het vliegtuig nog op dezelfde hoogte. Plots horen ze wat gekraak uit de luidsprekers en daarna horen ze de kapitein weer. “Dames en Heren, mijn oprechte verontschuldigingen. Maar een hostess heeft een kop hete koffie op mijn schoot laten vallen. Je moet de voorkant van mijn broek eens zien !”
“Dat is niks !”, schreeuwt een passagier. “Je moet die van mij van achter eens zien !
Naar de hemel?
Peterke vind in de tuin een dode mus, hij loopt ermee naar zijn vader en vraagt of hij een lege sigarenkistje heeft, want hij zou het musje graag begraven. Vader zoekt eens tussen zijn spullen en vind er een leeg kistje. Peterke bekleed het kistje met wat wc papier en legt het musje erin. Dan gaat het achteraan in de tuin begraven. Wanneer het vogeltje begraven is, vraagt Peterke aan zin vader: ‘Papa, gaan dode vogeltjes ook naar de hemel?’ ‘Natuurlijk’ zegt papa. Peterke begint ineens te schaterlachen. Vader kijkt verbaasd naar zijn zoon en vraagt: ‘Peterke, vind je dat nu echt om te lachen?’
‘Nee’, zegt Peterke, ‘Maar ik zou graag het gezicht van St-Pieter eens willen zien.
Hij denkt waarschijnlijk dat hij een kistje sigaren krijgt en word blij gemaakt met een dode mus!
Kibbelen
Twee blondjes lopen op straat. Plots wijst de ene naar iets en roept:
_ Kijk daar, de zon!
_ Maar nee, dat is de maan, zegt de andere.
Ze lopen kibbelend verder.
Even later zegt de eerste:
_ Weet je wat, we zullen eens ergens aanbellen en vragen wie er nu gelijk heeft.
Ze bellen aan bij het eerste huis dat ze tegenkomen en het toeval wil dat er een blondje opendoet.
De twee dames wijzen naar de lucht en vragen:
_ Mevrouw, dat ding daar in de lucht, is dat nu de zon of de maan?
_ Ik zou het niet weten. Ik woon hier nog maar pas.
De Moraal
Kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze dat verhaal vertellen.
Mieke vertelt:
“Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken”.
De moraal luidt: “Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen”.
Elsje vertelt:
“Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen”.
De moraal luidt: “Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen”.
Dan vraagt de juf aan Ellen:”En hebben jouw ouders ook een verhaal verteld?”
“Ja”, antwoordt Ellen, mijn papa heeft ons verteld over zijn zus, tante Annie.
Onze tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Irak. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij zich had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die alvast kwijt.
Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer, toen waren haar kogels op.
Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af.
De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
De juf kijkt Ellen ontdaan aan en vraagt na enige stilte: “En heeft je papa je ook een moraal bij dat verhaal verteld?”
Ellen antwoordt: “Jazeker, je kunt beter uit de buurt van tante Annie blijven als ze gezopen heeft.



