Humor uit het Klooster

Moeder Overste van het klooster is wakker geworden in een opperbeste stemming, en beslist de ronde van de kloostercellen te doen.     
– Goeie morgen, Zuster Marie-Josephe, ik vind je deze morgen zeer knap, en wat je draagt staat je beeldig!       
– Ook goeie morgen, Moeder Overste, maar ik heb de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!           
Het antwoord beviel haar niet erg, maar toch besliste ze haar cellenrondgang voort te zetten.        
– Goeie morgen Zuster Maria, ik vind je zeer goed deze morgen en wat je draagt staat je uitstekend!       
– Dank je Moeder Overste, ik vind je ook netjes, maar ik heb toch de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!        
De overste bijt zich op de lippen en vervolgt haar rondgang, maar van alle nonnen krijgt ze hetzelfde antwoord.       
Als ze  bij de vijftiende non arriveert, staan haar zenuwen op springen en met de tanden op elkaar zegt ze:        
Dag Zuster Noëlla, wees eens vriendelijk en …  vind jij ook dat ik deze morgen de verkeerde kant uit bed ben gestapt?        
– Ja, Moeder Overste …  
– En waarop baseer je je???      
– Je draagt de sandalen van Pater Emile!! 

Similar Posts

  • Getuige voor de rechtbank

    In een rechtbank in een kleine provinciestad had de openbare klager een oude dame als getuige opgeroepen. Hij vraagt haar: “Mevrouw Heinrich, kent u mij?”

    Ze antwoordt: “Uiteraard! Ik ken u al van kleins af aan. En eerlijk gezegd, was u toen al een totale ramp. U hebt gelogen, mensen gemanipuleerd en uw vrouw bedrogen. U denkt dat u heel wat bent, maar eigenlijk bent u een complete nul. Ja, ik ken u.”

    De aanklager is sprakeloos. Uit verlegenheid wijst hij met de vinger door de zaal en vraagt: “Mevrouw Heinrich, kent u de advocaat van de verdediging?”

    Ze zegt: “Maar natuurlijk. Ik ken Meester Friedmeier al van toen hij nog een peuter was. Hij is vals, vooringenomen en heeft een alcoholprobleem. Hij kan geen normale relatie met mensen opbouwen en zijn kantoor ruikt muf. Niet te vergeten dat hij zijn vrouw driemaal bedrogen heeft. Een daarvan was overigens uw vrouw. Oh ja, ook hem ken ik.”

    De advocaat van de verdediging zakt in de grond van schaamte. De rechter roept beide heren bij zich en fluistert: “Als iemand van jullie idioten op het idee komt om te vragen of ze mij kent, kom  je hier 10 jaar niet meer binnen!

  • Vorige week had ik alles nog…

    Vanmorgen zat ik op de bank in het park naast een arme zwerver: “Vorige week had ik alles nog”, zei hij, “een kok maakte mijn eten klaar, mijn kamer werd schoongemaakt, mijn kleren werden gewassen en ik had een dak boven mijn hoofd. Ik had toegang tot het internet, beschikte over een fitnessruimte en kon af en toe wel eens een stapje in de wereld zetten. Als ik eens een dagje lekker wou niksen, dan deed ik dat gewoon”. “Maar wat is er dan wel gebeurd”? vroeg ik. Drugs? Vrouwen? Gokschulden?

    “Neen, antwoordde hij, ik werd ontslagen uit de gevangenis”.

  • Ultieme test

    Kees gaat naar de dokter omdat hij het niet goed heeft in zijn hoofd. De dokter twijfelt of hij hem moet laten opnemen in een psychiatrische instelling, dus hij onderwerpt Kees aan de ultieme test. “Ik vul een bad met water,” zegt de arts tegen Kees. “hier heb je een theelepel en een koffiekopje. Waar zou je het bad mee leegmaken?” “Wat denk je zelf?” zegt Kees. “Met dat kopje natuurlijk!” Daarop klimt de dokter meteen in de telefoon. “Het is zover,” zegt de dokter tegen de centralist van de instelling. “Kom hem maar halen hoor.” “Wat zullen we nou krijgen?” zegt Kees. “Ik ben toch niet gekt!” “O nee?” zegt de dokter. “Ieder weldenkend mens trekt de stop uit het bad!”

  • Controle van een Priester

    Een oudere priester heeft een jongere collega op bezoek. Tijdens het avondeten bemerkt de jonge priester het bevallige figuur van de huishoudster. Hij weet niet wat hij zich bij de relatie van de oudere priester met diens huishoudster moet voorstellen. De oude priester bemerkt de blik in de ogen van de jonge priester en verzekert hem dat er niets gaande is tussen hem en zijn huishoudster.

    Een week later merkt de huishoudster op dat er al een week een sauslepel ontbreekt. De oudere priester schrijft hierop een brief naar zijn jonge collega: “Ik zeg niet dat je de sauslepel hebt meegenomen, maar ik zeg ook niet dat je hem niet hebt meegenomen; een feit is wel dat hij nu al een week ontbreekt.”

    Enkele dagen later ontvangt de oudere priester een antwoord: “Ik zeg niet dat je met je huishoudster slaapt en ik zeg ook niet dat je niet met haar slaapt, maar feit is wel dat als je in je eigen bed sliep, je hem nu al wel gevonden zou hebben.”

  • Doen of we getrouwd zijn

    Een man en een vrouw die elkaar niet kennen, staan voor het treinloket. Allebei willen ze met de nachttrein naar Rome. De NMBS-medewerker vertelt dat er nog maar één tweepersoonsbed beschikbaar is en dat ze onder elkaar maar moeten uitvechten wie het krijgt. Zowel de man als de vrouw moeten echt de volgende dag in Rome zijn., dus na enig overleg besluiten ze om het bed te delen. Ze kleden zich om en gaan ieder aan één kant van het bed liggen. Na ongeveer een halfuurtje vraagt de man : “Kan je wel in slaap raken.?”. Waarop de vrouw antwoordt dat ze het toch maar een beetje koud vindt. “Daar kunnen we maar twee dingen aan doen.” zegt de man. “Ofwel ga ik voor jou een dekentje halen, ofwel doen we alsof we gehuwd zijn.” “Goed” zegt de vrouw na enige tijd nadenken, “laten we dan maar doen alsof we gehuwd zijn.” Waarop de man zegt : “Oké, ga dan zelf maar het dekentje halen.”

  • Frans

    Pietje vraagt aan Sandra: ken jij Frans??

    Sandra: ja dat is mijn oom.

    Pietje: nee ik bedoel spreek jij Frans??

    Sandra: ja hij komt zondag bij ons.

    Pietje: versta jij Frans ??

    Sandra: ja als hij Nederlands spreekt wel.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *