Je blijft lachen

Ik zat achter in bus 21 toen er een jonge vrouw instapte, die in verwachting was. Zij ging zitten, wat bij mij een glimlach opwekte. De jonge vrouw voelde dat ik om haar lachte. Ze ging ergens anders zitten, waarop ze me weer hoorde lachen. Zij verwisselde een tweede, derde en zelfs een vierde maal en steeds begon ik harder te lachen. De jonge vrouw was zwaar beledigd, belde de Politie en liet een proces-verbaal opmaken… Toen de zaak voor de rechter kwam, vroeg hij mij om mijn eigenaardig gedrag te verklaren. Ik zei: ‘Edelachtbare, toen de jonge vrouw in de bus stapte, zag ik in wat voor positie zij verkeerde. Ze ging zitten onder de reclame: ‘Verwijder iedere verdikking.’ Ik moest lachen en de vrouw verwisselde van plaats maar ging nu zitten onder de bioscoopreclame: ‘Binnenkort verwacht.’ Ik moest weer lachen en de vrouw verwisselde terug van plaats. Nu onder een reclame van UNOX die als tekst had: ‘Ik weet een worstje te waarderen.’ Toen kon ik niet meer, maar het werd nog erger : want zij wisselde voor de laatste maal van plaats en kwam toen onder de reclame van DUNLOP autobanden te zitten. Hierop stond: ‘DUNLOP’s rubberartikelen hadden dit ongeluk kunnen  voorkomen…

IK WERD VRIJGESPROKEN…

Similar Posts

  • Moeilijke onderwerpen.

    Op de vlucht van Amsterdam naar Sydney zit een man naast een veel jongere en beeldschone meid.

    Ze is een boek aan het lezen en wanneer hij haar plots aanspreekt.  “Juffrouw, naar het schijnt gaat de tijd vlugger voorbij als je met iemand van gedachten wisselt over een bepaald onderwerp”. “Ja, dat zou kunnen” antwoordt de mooie meid  “Wat had je in gedachte?”  “Wel zegt de man “Wat zijn volgens jou de voor- en nadelen aangaande de uitstap van kernenergie wetende dat binnen 3 jaar de e-auto zal ingeburgerd zijn en we met een acuut stroomtekort gaan te kampen krijgen?”  Het meisje fronst even de wenkbrauwen en vraagt dan aan de man: “Weet jij hoe het komt dat een koe, een paard en een geit, die in dezelfde wei staan en hetzelfde eten, een platte vlaai, knollen en bolletjes schijten?  “Neen ” antwoordt de man. “Wel, meneer hoe wil je nu over ingewikkelde dingen praten als je nog geen verstand hebt van stront?”

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

  • Vraag aan de chauffeur

    De passagier zit al een tijdje achterin de taxi wil de chauffeur wat vragen, dus tikt hij de man even op z’n schouder om zijn aandacht te trekken. De taxichauffeur geeft een geweldige schreeuw en verliest de macht over het stuur. Het voertuig mist op een haartje na de tram, ramt bijna de voorpui van een monumentaal bordeel, alvorens op het trottoir tussen tientallen driftig fotograferende Japanners tot stilstand te komen. Het is even stil in de taxi. Dan zegt de chauffeur: “Meneer, wilt u dat nóóit meer doen. Ik ben me dood geschrokken.” De passagier zegt dat hij niet had geweten dat de chauffeur zo zou schrikken van een klein tikje op z’n schouder. Waarop de bestuurder zegt: “Het is uw schuld niet hoor. Maar vandaag is mijn eerste dag als taxichauffeur. Hiervoor heb ik 25 jaar lijkwagens gereden.”

  • Muizenplaag

    Een pastoor had erg veel last van muizen in de kerk.

    Die beesten renden zelfs tijdens de mis door de kerk.

    De pastoor strooide gif, zette klemmen, liet een paar katten los in de kerk, maar het hielp niets.

    Altijd liepen er wel weer muizen.

    Op een zondag, voordat hij met de preek zou beginnen, vroeg hij hulp van de beminde gelovigen, wie van hen een oplossing had tegen de muizenplaag.

    Een wat oudere vrouw staat op en zegt: “Pastoor u moet die muizen dopen”.

    “Dopen? mijn dochter.

    Hoe zo helpt dat dan?” vroeg de pastoor.

    “Jawel, meneer pastoor. Ik heb 11 kinderen, allemaal gedoopt en er komt er geen een meer in de kerk”.

  • Controle van een Priester

    Een oudere priester heeft een jongere collega op bezoek. Tijdens het avondeten bemerkt de jonge priester het bevallige figuur van de huishoudster. Hij weet niet wat hij zich bij de relatie van de oudere priester met diens huishoudster moet voorstellen. De oude priester bemerkt de blik in de ogen van de jonge priester en verzekert hem dat er niets gaande is tussen hem en zijn huishoudster.

    Een week later merkt de huishoudster op dat er al een week een sauslepel ontbreekt. De oudere priester schrijft hierop een brief naar zijn jonge collega: “Ik zeg niet dat je de sauslepel hebt meegenomen, maar ik zeg ook niet dat je hem niet hebt meegenomen; een feit is wel dat hij nu al een week ontbreekt.”

    Enkele dagen later ontvangt de oudere priester een antwoord: “Ik zeg niet dat je met je huishoudster slaapt en ik zeg ook niet dat je niet met haar slaapt, maar feit is wel dat als je in je eigen bed sliep, je hem nu al wel gevonden zou hebben.”

  • Erge dorst

    Ligt er een man in het ziekenhuis en is aan zijn mond geopereerd, en heeft hele erge dorst. Dus roept hij de zuster en zegt: “Ik heb dorst!” tussen zijn lippen door.
    Zegt de zuster terug: ”Maar je kan niet drinken je mond zit dicht” Zegt de man terug:” Giet het maar via m’n kont binnen! ” Zegt de zuster tegen de patiënt:” Oké, wat u wilt, wat wilt uw ? Koffie of thee ?
    ”Thee” antwoord de Patiënt. De zuster gaat weg om te overleggen met de andere dokters en zusters en komt terug met een trechtertje en een thee gietertje.
    Zegt ze tegen de patiënt:” Draai maar om en trek uw broek omlaag” De patiënt doet dat en ligt klaar en zegt:”Oké ik ben er klaar voor”
    De zuster zet de trechter in de kont van de patiënt en giet de thee naar binnen, en op een geven moment laat de patiënt een enorme scheet.
    Zegt de Zuster tegen de patiënt:” Wat doet u nu ? ” Zegt de patiënt tegen de Zuster: ” Je moet toch blazen als het warm is?”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *