Vakantie
Herman komt Bart tegen in een café waar hij anders nooit komt.
Herman vraagt verwonderd “Hoe komt het dat je niet in je stamkroeg zit te drinken?”
“Ach ja” antwoord Bart “Ik ben met vakantie”.
Herman komt Bart tegen in een café waar hij anders nooit komt.
Herman vraagt verwonderd “Hoe komt het dat je niet in je stamkroeg zit te drinken?”
“Ach ja” antwoord Bart “Ik ben met vakantie”.
Een jong katholiek stel raakt op weg om te trouwen betrokken bij een dodelijk auto-ongeluk. Het stel zat buiten de Hemelse Poort te wachten tot Petrus hen naar de hemel zou brengen. Terwijl ze wachtten, begonnen ze zich af te vragen: zouden ze ooit in de hemel kunnen trouwen? Toen Petrus verscheen, vroegen ze het hem. Petrus zei: “Ik weet het niet. Dit is de eerste keer dat iemand het vraagt. Laat me het gaan uitzoeken'”, en hij vertrok. Het paar zat en wachtte en wachtte. Twee maanden gingen voorbij en het paar wachtte nog steeds. Tijdens het wachten begonnen ze zich af te vragen wat er zou gebeuren als het niet zou lukken; kun je in de hemel scheiden? Na weer een maand kwam Petrus eindelijk terug, een beetje verfomfaaid. ‘Ja’, zei hij tegen het paar, ‘je kunt trouwen in de hemel.’ “Geweldig!” zei het paar, “Maar we vroegen ons gewoon af, wat als het niet lukt? Kunnen we ook in de hemel scheiden?” Petrus, met een rood gezicht van woede, sloeg met zijn klembord op de grond. “Wat is er mis?” vroeg het bange paar. “OH, KOM OP!” riep Petrus, “Het kostte me drie maanden om hier een priester te vinden! Heb je enig idee hoe lang het duurt voordat ik een advocaat vind?”
Politieagent: ‘wat heeft u gedronken?’
bestuurder: ‘schrijf maar op een krat bier; champagne kun je toch niet schrijven … ‘
Politieagent: ‘uw naam?’
bestuurder: ‘Zscherboinsky-Crzcypierzak’
Politieagent: ‘hoe schrijf je dat?’
bestuurder: ‘met een liggend streepje’
Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”
In de klas is het tijd voor het kringgesprek. De juf zegt: Vandaag gaan we raadsels aan elkaar vertellen. Jantje begin jij maar. O.K zegt Jantje. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan. Rara wat is dat? Ga jij maar even in de gang staan, zegt juf boos. Op de gang komt Jantje de directeur tegen. De directeur vraagt Jantje, waarom sta jij hier op de gang? Nou, zegt Jantje we gingen raadsels vertellen en ik ben er uitgestuurd. Wat was je raadsel dan? Vraagt de directeur. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan. Ga jij maar naar huis Jantje zegt de directeur. Bij thuiskomst vraagt moeder aan Jantje waarom ben jij zo vroeg? Wij gingen raadsels vertellen en ik ben er uit gestuurd. Wat was je raadsel dan? Vraagt moeder. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan. Ga jij maar naar je kamer commandeert moeder.
Als Jantje op zijn bed zit mompelt hij beteuterd in zichzelf: Al die ellende om een theezakje