Vragen

Een man wordt aangesteld om het gras bij de kerk te maaien. De tuinman die er al enkele jaren werkt komt naar hem toe en zegt: straks komt de pastoor langs en hij stelt jou enkele vragen. Zoals? Vraagt de man. Bijvoorbeeld: Waar werd jezus geboren? Ik zou het niet weten zegt de man. Dat was in Bethlehem. Bethlehem, ik zal het onthouden zegt de man. Nog een vraag die hij kan stellen is wie scheidde de zee? Dat weet ik ook niet zegt de man. Dat was Mozes zegt de tuinman. Oh ja zegt de man? Maar dit kan ik moeilijk onthouden allemaal. Dat is geen probleem zegt de tuinman, je schrijft het gewoon op je grasmaaier. Even later komt de pastoor er aan en zegt: Goeiedag beste man, voordat je begint wil ik je eerst een paar vragen stellen. “Oké” zegt de man. Waar werd jezus geboren? De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt: in Bethlehem, pastoor. Dat is goed en nu de 2de vraag: wie scheidde de zee? De man kijkt weer op zijn grasmaaier en zegt: Mozes, pastoor. Dat is ook goed zei de pastoor en nu de laatste vraag: wie waren de eerste 2 mensen op aarde?

De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt; BLACK & DECKER!

Similar Posts

  • Pinda’s

    Een buschauffeur van een touringcar is onderweg met een bus vol oudere dames, als hij na een kwartier op zijn schouder wordt getikt, waarna hem door een van de dames een handje pinda’s wordt aangeboden. Na een bedankje peuzelt hij deze op.

    Na weer een kwartier staat er een andere dame achter hem met een handje pinda’s. Dit gaat door tot hij acht keer een handje pinda’s in ontvangst heeft genomen, en opgepeuzeld.

    Bij de negende dame vraagt hij: waarom eten jullie de pinda’s niet
    zelf op?” Waarop de dame zegt dat dat niet kan in verband met hun tanden. Vraagt de buschauffeur: ” waarom kopen jullie ze dan.” Waarop de dame antwoordt: “we vinden de chocolade er omheen zo lekker.”

  • Hoe laat?

    Een zakenman die op weg is huis wordt onderweg door slaap overvallen en om geen brokken te maken besluit hij zijn bolide langs de kant van de weg te zetten om even een tukje te doen. Hij vindt een rustig landweggetje en valt al na vijf minuten in een diepe slaap. Plotsklaps wordt hij opgeschrikt door getik tegen de autoruit. Hij draait het raampje open en een oud vrouwtje vraagt aan hem hoe laat het is. “Vijf voor twee,” bromt de zakenman. De vrouw bedankt hem en loopt verder. De zakenman draait zich om en gaat verder waar hij gebleven was. Lang kan hij er niet van genieten want tien minuten later wordt hij weer gewekt door getik tegen het raam. Geërgerd draait hij het autoraam open en ditmaal is het een jogger die de tijd wil weten. “Vijf over twee,” buldert de zakenman. De jogger bedankt hem en jogt verder. De zakenman beseft dat hij op zo’n manier nooit aan zijn slaap komt en pakt een stuk papier en schrijft daar met koeienletters op: IK WEET NIET HOE LAAT HET IS! en plakt dit achter zijn ruit. Tevreden over zijn eigen vindingrijkheid valt hij voor de derde maal in diepe slaap. Nauwelijks aangekomen in dromenland word zijn rust weer verstoord door getik tegen de ruit. Met een welgemeende “Godgloeiende…,” draait de zakenman zijn autoraam open en kijkt in het gezicht van een jonge scholier. Deze werpt een blik op zijn horloge en zegt: “Het is tien voor half drie meneer.”

  • Bejaarden

    Er zitten twee mannen in een bejaardenhuis.
    Zegt de één tegen de ander:
    Ik voel me weer zo jong;
    ik heb wel 50 rondjes om het huis gelopen.”
    Zegt de ander:
    “Ik voel me ook weer zo jong;
    ik heb weer in m’n broek geplast!

  • Opscheppen

    Op de speelplaats wordt opgeschept.

    ‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’

    ‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’

    ‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’

  • Veertien Kinderen

    Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
    De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    De volgende komt binnen.
    Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
    De oudste komt binnen (14 jaar). 
    Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
    Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
    Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op, 
    als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten, 
    als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
    Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
    Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *