Opscheppen
Op de speelplaats wordt opgeschept.
‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’
‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’
‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’
Op de speelplaats wordt opgeschept.
‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’
‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’
‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’
Een blondje krijgt een ongeluk en haar auto zit daarna helemaal onder de deuken. De volgende dag gaat ze met haar wagen naar de garage. De monteur ziet dat ze blond is en besluit een beetje lol te trappen. Hij zegt haar dat ze gewoon naar huis moet gaan en in de uitlaatpijp moet blazen, heel hard, en de deuken er zo automatisch uit zullen worden geduwd. Het blondje rijdt dus terug naar huis, stapt uit de wagen, gaat op haar knieën zitten en begint op de uitlaatpijp te blazen. Er gebeurt niets. Dus begint ze wat harder te blazen, maar nog altijd gebeurt er niets. Intussen komt haar vriendin (ook een blondje) langs en vraagt: “Wat ben jij aan het doen?!” Het eerste blondje vertelt haar hoe de monteur haar had aangeraden in de uitlaatpijp te blazen om alle deuken uit de wagen te krijgen. De blonde vriendin draait met haar ogen en roept uit
“Ja..Halloooooooo?!?..zou je dan eerst niet de ramen dichtdoen!?
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Nou dus die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag:
“Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?”
Waarop de student antwoordt:
“Een telescoop.”
“Goed,” zegt professor, “en om naar bacterien te kijken?”
“Een microscoop.”
“Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?”
Waarop de student vraagt:
“Kan dat dan?”
“Ja,” zegt de professor.
“Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”
De kastelein vraag aan de man aan de bar wat hij wenst te drinken. ”Geeft u mij een pilsje”, zegt de man ”en geef die man met die pet op aan het tafeltje er ook een van mij.”
Zo gezegd, zo gedaan. Als de man aan de bar zijn pilsje leeg drinkt zegt hij tegen de kastelein: “geeft u mij nog een pilsje en die man met de pet op geeft u ook nog een van mij”. Dat tafereel speelt zich zo nog vijf keer af, waarop de vriend van de man met de pet zegt: “geef mij jouw pet eens even, dan krijg ik ook eens iets van die kerel te drinken”. ”Oké” zegt de pettenman en geeft zijn vriend zijn pet.
Vervolgens zegt de man aan de bar tegen de kastelein: “mag ik nog een pilsje van u en geef de man tegenover die met de pet op ook eens een van mij, want die ander heeft er al genoeg van mij gehad !”
Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: ‘Meneer Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.’ Roept Moos terug: ‘Ik heb vorige week al gegeven.’
Co Adriaanse, Guus Hiddink en Johan Cruyff gaan alledrie op de zelfde dag dood. Op het moment dat ze in de hemel aankomen staat God op hen te wachten. Hij zegt “Jongens, als jullie kunnen zeggen wat voor goeds jullie hebben gedaan in je carriere, zal ik jullie een plaats aan mijn zijde geven.”
Co Adriaanse zegt meteen “Ik heb AZ een topclub gemaakt”, en hij mag links van god gaan staan. Guus Hiddink zegt “Ik heb PSV naar de kwart finale van de champions league gebracht, en ook nog eens goed werk verricht met Zuid-Korea” en hij mag rechts naast god gaan staand.
“Helaas Johan Cruyff, maar beide plaatsen zijn nu bezet” zegt God, waarop Johan antwoord “Helaas? Ik denk dat jij op mijn plek staat!”
Een heer vergezeld van een bloedmooie vrouw stapt in Brussel Nieuwstraat een juwelierszaak in. Ze kiezen een juweel van 50.000€ Op het moment dat er moet betaald worden haalt de man zijn chequeboekje te voorschijn en begint te schrijven. De verkoper trekt een beetje een vervelend gezicht omdat hij de man nog nooit voorheen heeft gezien en er niet gerust in is of de cheque wel gedekt zal zijn.
De man merkt dit gelaatstrekje bij de verkoper en zegt:
“Je bent er precies niet echt gerust in of er wel voldoende geld op mijn rekening staat”.
De verkoper: “Wel, euh”.
De man: ” Kijk, geen probleem, we spreken het volgende af. Omdat het nu zaterdagnamiddag is en mijn bank gesloten is, laat ik de cheque en het juweel hier tot maandag. Pas nadat je het geld geïnd hebt bij de bank laat je het juweel bezorgen bij deze lieve dame. Akkoord”?
De verkoper, zelfverzekerd, geeft zonder twijfel zijn goedkeuring aan deze oplossing en de man vertrekt met zijn beeldmooie vrouw. De maandagochtend gaat de verkoper naar de bank. En wat raadt U? Jawel, de cheque blijkt ongedekt te zijn.
De bankrekening van de man beschikt niet over voldoende provisie. De verkoper belt de man op en legt beleefd uit wat er bij de bank gebeurd is, waarop de man antwoordt:
“Ja maar dat is niet erg. Het juweel is nog altijd in uw bezit, dus het heeft U niets gekost. En ondertussen heb ik een heerlijk weekend gehad! Bedankt voor uw medewerking en tot nog eens”