Te Laat
De meester zegt tegen Pietje: ‘Je bent veel te laat op school! Hoe komt dat?’ Antwoordt Pietje: ‘Maar gisteren zei u nog dat het nooit te laat is om te leren!’
De meester zegt tegen Pietje: ‘Je bent veel te laat op school! Hoe komt dat?’ Antwoordt Pietje: ‘Maar gisteren zei u nog dat het nooit te laat is om te leren!’
Kleine Teun, een slim manneke, gaat met zijn vader buitenaf wandelen. Als ze net een grote boerderij zijn gepasseerd komen ze voorbij een enorme braamstruik waar honderden rode bessen de komst van een vruchtbare oogst aankondigen.,. Vraagt de kleine aan zijn pa:
– Pa, die rode bessen wat zijn dat. ?
– Dat zijn zwarte braambessen, antwoordt zijn pa.
– Ja maar pa ze zijn rood !
– Ha ja, antwoordt pa, die zwarte braambessen zijn nu nog rood omdat ze nog groen zijn.
Hoe langer je bij dezelfde vrouw bent, des te meer ze van je gaat houden:
Als je verkering krijgt zegt ze: “Ik hou van je.”
Tijdens de verloving zegt ze: “Ik hou heel veel van je.”
Op je trouwdag zegt ze: “Ik hou steeds meer van je.”
Met de scheiding zegt ze: “Ik hou alles van je.”
Thijs zegt tegen zijn opa: Is er wel eens een jeugddroom van u in vervulling gegaan?
Opa: – Ja een. Toen de onderwijzer me vroeger altijd aan mijn haren trok wenste ik dat ik kaal was
Een handelsvertegenwoordiger, doodmoe, komt aan in een kleine gemeente waar er maar één hotelletje is. Tot overmaat van ramp, alle kamers zijn bezet. Hij smeekt de baas: “Leg me te slapen, eender waar, maar ik moet absoluut kunnen uitrusten.” “Wel”, zegt de hotelier, “ik heb hier een twee persoonskamer waar er maar één bed beslapen is. Als je met die man op een akkoord komt om de kamer en de prijs ervan te delen is dat voor mij goed. Maar, ik verwittig je, hij snurkt geweldig. Het is zelfs zo erg dat alle gasten ‘s morgens hun beklag erover maken.” “Maakt niks uit”, antwoordt de vertegenwoordiger, “ik ben veel te moe.” …De twee mannen komen tot een akkoord en nemen het avondmaal aan dezelfde tafel. ‘s Morgens komt de handelsvertegenwoordiger als eerste de trap af om naar het ontbijtzaal te gaan. Vrolijk fluitend en welgemutst de hotelbaas groetend. “Nou”, zegt deze, “zo welgezind? Heb je goed geslapen? Heeft hij niet gesnurkt?” “Zeker niet”, zegt de vertegenwoordiger, “geen enkel moment.” “Hoe is dat in Godsnaam mogelijk”, zegt de hotelbaas.
“Heel eenvoudig”, zegt de vertegenwoordiger.
“Ik kwam een beetje later dan hem de kamer binnen. Hij lag al op zijn bed. Ik heb hem een kus gegeven op zijn achterwerk en gezegd: Goedenacht, schoonheid. En die kerel heeft de hele nacht recht gezeten in zijn bed om me in de gaten te houden.”
De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”
De nieuwe inspecteur staat wat hulpeloos bij de papierversnipperaar. ‘Kan ik helpen?’ vraagt een secretaresse. ‘Ja,’ zegt hij. ‘Hoe werkt dat ding?’ ‘Heel simpel,’ zei ze, pakte het dikke dossier en stopte hem in de versnipperaar.
‘Bedankt, maar waar komen de kopieën er nu uit?’