HOND VAN DE SCHEIDSRECHTER
“Hoe heet uw hond?” vraagt de doelman aan de scheidsrechter. “Ik heb helemaal geen hond.” Antwoord de scheidsrechter. Doelman: “Wat verschrikkelijk! Blind en toch geen hond!”
“Hoe heet uw hond?” vraagt de doelman aan de scheidsrechter. “Ik heb helemaal geen hond.” Antwoord de scheidsrechter. Doelman: “Wat verschrikkelijk! Blind en toch geen hond!”
Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Nou dus die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag:
“Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?”
Waarop de student antwoordt:
“Een telescoop.”
“Goed,” zegt professor, “en om naar bacterien te kijken?”
“Een microscoop.”
“Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?”
Waarop de student vraagt:
“Kan dat dan?”
“Ja,” zegt de professor.
“Waarmee dan?” vraagt de student.
“Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”
In een rechtbank in een kleine provinciestad had de openbare klager een oude dame als getuige opgeroepen. Hij vraagt haar: “Mevrouw Heinrich, kent u mij?”
Ze antwoordt: “Uiteraard! Ik ken u al van kleins af aan. En eerlijk gezegd, was u toen al een totale ramp. U hebt gelogen, mensen gemanipuleerd en uw vrouw bedrogen. U denkt dat u heel wat bent, maar eigenlijk bent u een complete nul. Ja, ik ken u.”
De aanklager is sprakeloos. Uit verlegenheid wijst hij met de vinger door de zaal en vraagt: “Mevrouw Heinrich, kent u de advocaat van de verdediging?”
Ze zegt: “Maar natuurlijk. Ik ken Meester Friedmeier al van toen hij nog een peuter was. Hij is vals, vooringenomen en heeft een alcoholprobleem. Hij kan geen normale relatie met mensen opbouwen en zijn kantoor ruikt muf. Niet te vergeten dat hij zijn vrouw driemaal bedrogen heeft. Een daarvan was overigens uw vrouw. Oh ja, ook hem ken ik.”
De advocaat van de verdediging zakt in de grond van schaamte. De rechter roept beide heren bij zich en fluistert: “Als iemand van jullie idioten op het idee komt om te vragen of ze mij kent, kom je hier 10 jaar niet meer binnen!
Een man was zijn gazon aan het maaien toen hij zijn aantrekkelijke blonde buurvrouw naar buiten zag komen en in snel tempo naar haar brievenbus liep. Ze opende de bus, sloeg deze weer dicht en stormde terug naar binnen. Even later kwam ze weer naar buiten, ging weer naar de brievenbus, opende deze en sloeg deze weer brutaal dicht. Duidelijk boos liep ze terug naar binnen.. Toen de man zich klaarmaakte om de kantjes te maaien kwam het blondje voor de derde keer naar buiten, liep weer naar haar bus, opende deze en sloeg deze nog harder dicht dan hier ervoor. “Is er iets mis?” vroeg de man verbaasd. “Zeer zeker is er iets mis. Mijn stomme computer blijft maar melden:
“ER IS POST VOOR U!!!”
“Deze trein is erg traag”, merkt de Chinese toerist op. “In China zijn treinen erg snel. De taxichauffeur negeert hem nog steeds. Als ze in Parijs aankomen, zien ze mensen rondlopen. “Deze mensen lopen heel langzaam”, merkt de Chinese toerist op. “In China lopen mensen heel snel.” De taxichauffeur negeert hem nog steeds. Uiteindelijk komen ze aan bij het toeristenhotel. “Wat is de meterstand ?”, vraagt de toerist. “200 euro”, antwoordt de taxichauffeur. “Het is gek”, antwoordt de Chinese toerist. “In Frankrijk rijden bussen langzaam, treinen langzaam en mensen lopen langzaam. Hoe komt het dat de meter het enige is dat hier zo snel werkt ? De taxichauffeur haalt zijn schouders op en antwoordt:
“Deze meter is uiteraard wel in China gemaakt.”
De pastoor is in de sacristie gestruikeld over een paar schaatsen.
“Zeg op, van wie zijn ze”? vraagt hij aan de misdienaars.
“Waarschijnlijk van één van de ijsheiligen”, antwoordt Jantje.
Een Rotterdamse moeder verteld haar dochtertje dat ze de volgende week op een boerderij gaat logeren en daar zeer waarschijnlijk de geboorte van een kalfje zal meemaken. “Eerst komen de voorpoten, dan de kop, dan de schouders, vervolgens het lijf en dan de achterpoten”, legt de moeder alvast uit. Vraagt de kleine Sjouke: “En wie zet hem dan in elkaar”?