Goudvis

Kleine Nancy is in de tuin een gat aan het vullen, als de buurvrouw over de 
heg kijkt.
Ze is zeer nieuwsgierig wat Nancy aan het doen is, en ze vraagt: “Wat ben je 
aan het doen, Nancy”?

“Mijn goudvis is dood gegaan”,vertelt Nancy in tranen, zonder te kijken. “En 
ik heb hem net begraven”.

De buurvrouw is verwondert.
“Dat is een enorm groot gat voor jou goudvis, vindt je niet”? Nancy klopt het 
laatste beetje grond stevig aan, en antwoord: “Dat komt omdat hij nog in de 
maag van jou rot-kat zit”.

Similar Posts

  • Mop van de week

    Klein Jefke bezoekt samen met zijn vader een paardenveiling. Hij kijkt toe als zijn vader bij verschillende paarden zijn handen laat glijden over de benen, romp en borst van de dieren. Klein Jefke vraagt: “Papa, waarom doe je dat?” Pap antwoordt: ” Omdat, wanneer ik paarden koop, ik wil weten of de paarden gezond en in goede conditie zijn.”   
    Klein Jefke kijkt bezorgd en zegt: “Pappie, ik denk dat onze postbode mamma wil kopen….” 

  • Dronken

    Een vrouw was het helemaal beu dat haar man telkens dronken thuis kwam. Ze besloot hem eens een lesje te leren en hem de stuipen op het lijf te jagen, in de hoop dat hij tot inkeer zou komen. Op een avond trok ze een duivelspak aan en verstopte zich achter een boom.
    Toen haar man voorbij wankelde, sprong ze tevoorschijn en bleef met haar Rode hoorns, drietand en lange staart dreigend voor hem staan. “W-wie ben jij?” vroeg de man stomdronken met dubbele tong. “Ik ben de duivel”, antwoordde de vrouw.
    “Nou, k-kom dan effe g-g-gezellig mee” zei hij. “Ik b-ben getrouwd met je  Z-zuster.”

  • Feestje

    Jansen kan niet slapen, omdat ze bij de buren een feestje hebben. Urenlang staat hij tevergeefs op de muur te bonken.
    De volgende middag komt hij de buurman tegen.
    Zeg, heb je me vannacht niet op de muur horen bonken?
    Ja, maar dat geeft niet hoor. We hadden toch een feestje.

  • De Moraal

    Kinderen van een lagere school krijgen les over moraal. Ze krijgen als opdracht thuis aan hun ouders te vragen een verhaal te vertellen waaraan een moraal hangt. Wanneer ze terug in de klas komen, mogen ze dat verhaal vertellen.
    Mieke vertelt:
    “Mijn ouders zijn kippenboeren, ze hebben een legbatterij. Op een dag hadden ze in de auto een mand eieren staan. Ze reden over een grote bobbel in de weg, waardoor de eieren braken”.
    De moraal luidt: “Wees zeer voorzichtig met fragiele voorwerpen”.
    Elsje vertelt:
    “Mijn ouders hebben ook een kippenboerderij, maar zij kweken kuikentjes. Op een dag hadden ze wel twintig eitjes. Ze verwachtten dus ook twintig kuikentjes. Ze verzorgden de eitjes heel goed, maar er zijn er maar vijftien van uitgekomen”.
    De moraal luidt: “Tel je kuikentjes pas als ze uitkomen”.
    Dan vraagt de juf aan Ellen:”En hebben jouw ouders ook een verhaal verteld?”
    “Ja”, antwoordt Ellen, mijn papa heeft ons verteld over zijn zus, tante Annie.
    Onze tante Annie woont in Amerika en is daar bij het leger. Ze is piloot bij de luchtmacht en heeft meegevochten in Irak. Op een dag werd haar vliegtuig geraakt en moest ze springen. Het enige dat ze bij zich had was een fles whisky, een machinegeweer en een zakmes. Terwijl ze aan haar parachute bengelde, dronk ze de fles whisky leeg, dan was ze die alvast kwijt.
    Toen ze beneden kwam, werd ze omsingeld door wel zeventig Irakezen. Ze pakte haar machinegeweer en schoot er vijftig van neer, toen waren haar kogels op.
    Met haar zakmes kon ze er nog vijftien doden, toen brak het mes af.
    De vijf laatste heeft ze met haar blote handen gedood.
    De juf kijkt Ellen ontdaan aan en vraagt na enige stilte: “En heeft je papa je ook een moraal bij dat verhaal verteld?”
    Ellen antwoordt: “Jazeker, je kunt beter uit de buurt van tante Annie blijven als ze gezopen heeft.

  • Deur op slot

    Een Belg tankt in Enschede bij een selfservice station. Hij gaat naar binnen om te betalen, gaat naar buiten en komt direct daarna in paniek weer binnen. “Weet U”, zegt hij,” nu heb ik mijn wagen gesloten en de sleutels erin laten zitten”. “Geen paniek”, zegt de bediende, “dat gebeurt wel vaker” “U krijgt van mij een schroevendraaier, een doekje en een ijzerdraadje mee. Met de schroevendraaier duwt u het raamrubber opzij, u doet het doekje ertussen, om niets te beschadigen en met het ijzerdraadje, hengelt u het pinnetje van de deur open”. De Belg is helemaal opgelucht en loopt weer naar buiten. 5 Minuten later komt een man uit Enschede binnen. “Dit kan niet ” zegt hij verbaast tegen de bediende. “Ja, wat dan ?” vraagt deze. “Staat er buiten een Belg, met een ijzerdraadje z’n deur open te maken” ” En?” vraagt de bediende, “dat maken wij hier regelmatig mee!”. “Ja”, zegt de man uit Enschede, “maar toch niet dat de vrouw in de auto zit en roept: Beeeetje naar linnnnks, beeeeetje naar rechts!!!”

  • Een goede daad

    Er komt een man bij Sint-Petrus aan de hemelpoort. Sint-Petrus  vraagt hem of hij tijdens zijn leven op Aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.

    “Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de man.
    “Ik kwam langs een parkeerplaats op de A2 en daar was een groep motorrijders een paar vrouwen aan ‘t lastigvallen.

    Ik riep dus dat ze daar moesten mee ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste toe gestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een flinke stomp op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing eruit getrokken. Daarna heb ik naar die andere leernichten geroepen: ‘En nu oprotten jullie, of ik leg jullie er allemaal naast!'”

    Petrus  was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”Antwoordt de man: “Een half uur gelden volgens mij.”            

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *