IK VERONDERSTEL DAT

Juffrouw Rosa geeft les Nederlands. Ze geeft de kinderen volgende opdracht: Morgen moeten jullie een verhaal vertellen dat eindigt met deze 3 woorden: IK VERONDERSTEL DAT. Toen ging de bel en iedereen weg naar huis.

De volgende morgen bij juf Rosa: Zo, zei ze, “Sjefke, begin maar”.

Wel, sprak Sjefke, gisteren zag ik mijn pa de riek uit de stal nemen, ging er mee naar de wei, stak hem in de grond en schudde ermee, en hij raapte al de pieren samen in een doosje, dan nam hij zijn vis stok en…ik veronderstel dat hij ging vissen.

Toen Suske: Gisteren nam mijn vader een flesje bier uit de ijskast, nam een glas uit de kast en: Ik veronderstel dat hij het ging inschenken en opdrinken.

Zo ging het nog een tijdje verder en toen was het de beurt aan Sloebertje. Wel zei hij, gisteren avond om zes uur vertrok mijn vader om met zijn vrienden te kaarten. Een half uur later vertrok ook mijn moeder om naar de wekelijkse vergadering te gaan van de vrouwenbond. En een kwartier later kwam Alberto de pianoleraar van mijn grote zus binnen en samen gingen ze naar de pianokamer, ze deden de deur dicht, maar ik keek stiekem door het sleutelgat, en zag dat ze mekaar kusten. Toen deed mijn zus haar bloes en haar rok uit, en haar ondergoed. De pianoleraar had zijn broek en hemd ook al uit en toen deed hij zijn onderbroek uit, maar hij hing ze aan de klink, voor het sleutelgat en.. IK VERONDERSTEL DAT… ik de rest niet mocht zien.

Similar Posts

  • Oudste Beroep

    Een timmerman, metselaar en een elektricien zitten tegen elkaar op te snijden over wie het oudste beroep heeft. De timmerman: “Weet je nog: Jezus. Die lag in een stalletje, en dat stalletje is gebouwd door, jawel, een timmerman.” Zegt de metselaar: “Nou en, de piramiden stonden er toen al eeuwen en die zijn toch gemetseld.” Zegt die elektricien: “Jullie moeten niet zo ruziën want wij hebben toch het oudste beroep.” “Op de eerste dag zei god: ‘er was licht!’ en toen hadden wij de leidingen al liggen.”

  • Seizoenen

    Een kleuterjuf vraagt aan haar klas: “Wie van jullie kan de seizoenen van het jaar opnoemen?” Jantje steekt zijn vinger op. “Zeg het maar Jantje!” “Herfst, winter…”, begint Jantje, maar verder blijft het stil. “Waar blijven de lente en de zomer, Jantje?”, vraagt juf. “Ja, dat vraag ik mij dus ook al af!

  • Hemel Klokken

    Een man is gestorven en gaat naar de hemel. Zodra hij voor de Poort staat, ziet hij ineens allemaal gigantische klokken achter Petrus staan. Hij vraagt: “Wat doen al die klokken hier in hemelsnaam??” Petrus antwoordt: “Dat zijn de zgn. ‘Leugen-klokken’. Iedereen op aarde heeft er eentje. Elke keer dat je liegt, verschuiven de wijzers.” “Aha”, zegt de man, “en die klok dan? Die staat op 0.00 uur!” Petrus kijkt welke hij bedoelt. “Dat is die van Moeder Teresa. De wijzers zijn nooit verschoven, want ze heeft nog nooit gelogen!” De man staat er versteld van. “En van wie is die klok?” Petrus zegt: “Dat is de klok van Abraham Lincoln. De wijzers zijn twee keer verschoven, want hij heeft in zijn leven slechts twee keer gelogen.” De man krabt eens aan zijn kin en denkt goed na. “Waar hangt de klok van Mark Rutte??” Petrus: “Die hangt in mijn kantoor. Die gebruik ik als ventilator.”

  • Een bedelares

    Een bedelares: “Een kleinigheid, alstublieft. Mijn man is zwaar ziek.”

    De man des huizes: “Ik ben erg blij dat te horen!”

    Bedelares: “Blij ?!?”

    De man: “Ja, toen u verleden maand bij mij aanklopte, vertelde u dat hij gestorven was.”

  • Inspecteur

    Ne belastinginspecteur kwam an de duure bie ne boer. Hij wol ’t spulke taxeern, “Ie doat mar wat nit loatn kunt”, zeg den boer. Toen den keal kloar was met ziene inspectie wolle nog efkes ’t gröslaand taxeren. “Ik zöl doar neet an begin’n a’k oe was” zeg den boer. Doar mös den taxateur toch efkes um lachen. “Kiek”, zeg den inspecteur en hij haaln ’n pasje oet zien tuk. “Met disse vergunnige mag ik bie iedereene alns controleern, dus met dit pasje mut elk eene mien gezag opvolgen”! “Ie doat mar waj neet loatn kunt” zeg den boer aandermoal en ’n taxateur gung gestrits oaver ‘n weiredroad hen woer jammer genog toevallig gén stroom opstun. Met ziene krek gepoetste skoone stunne al gauw miln in drek. Hij dee ’n paar trad veerder de weire in en toen kwam Herman d’r anloopn. Dat was ’n boer ziene bolle. Ziene fokstier za’k mar zegn. Herman begun rondjes te loopn um ’n taxateur hen. ‘n Taxateur prebeern vöt te komn op ziene duure skoone. “Wat mu’k toch doon” skreewn ’t inspecteurtje, “Ik kan naans hén, ik zitte vaste in ’n drek”! “Och”, zeg ’n boer, dewiel hij ’n sjekkie an ’t dreajn was, “dan loat ie ‘m toch  gewoon efkes oen pasje zeen…..”?

  • De Tafels

    In de klas vraagt de juf.

    Wie kent er hier al de tafels .

    En Jantje is de enige die zijn hand opsteekt.

    De juf zegt. Zegt ze eens.

    En Jantje begint.

    Salontafel, keukentafel, terrastafel, behangtafel, lounge tafel, behandel tafel ………….

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *