Jehova-getuige

Er komt een Jehova-getuige bij een man aan de deur.

Vraagt hij: “Kent u Jezus?”

Zegt de man: “Ja, sterker nog… dat ben ik!”

Zegt de Jehovagetuige: “Dat geloof ik niet. Kunt u dat bewijzen?”

Dus die man loopt naar de deur van de buurvrouw en belt aan.

Zij doet open.

Zegt hij: “Mag ik een kopje suiker lenen?”

Zegt de buurvrouw: “Jezus… alweer?”

Similar Posts

  • Inbreker

    Een inbreker verschaft zich op een avond toegang tot een huis. ️‍Hij schijnt met zijn zaklantaarn rond, op zoek naar waardevolle spullen als hij een stem in het donker hoort zeggen: “Jezus weet dat jij hier bent”. Hij schrikt zich een ongeluk, dooft de zaklantaarn en blijft doodstil staan. Wanneer hij niets meer hoort, schudt hij zijn hoofd en gaat verder met het zoeken naar waardevolle spullen. Net als hij de stereo losgekoppeld heeft hoort hij heel duidelijk: “Jezus weet dat jij hier bent” De inbreker schrikt zo hard dat zijn hart in zijn keel klopt. Maar hij wil weten waar die stem vandaan komt en schijnt met de zaklantaarn door de kamer op zoek naar de stem. Eindelijk in de hoek van de kamer ziet hij een papegaai. “Zei jij dat?” vraagt hij aan de papegaai. “Ja” antwoord de papegaai. “Ik wil je waarschuwen dat hij jou in de gaten houdt”! De inbreker is gerustgesteld en zegt “mij waarschuwen en wie ben jij dan eigenlijk?” “Moses”, antwoord de papegaai. “Moses?” de inbreker lacht . Wat voor soort mensen noemen een vogel Moses?’

    “Dezelfde mensen die een Mechelse Herder Jezus noemen!” 

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Niet gelogen

    Een jongedame zit op het vliegtuig naast een priester ! Na een tijdje tikt ze die aan en vraagt eerwaarde, mag ik U iets vragen ?

    Tuurlijk mijn kind, zegt de man Gods, vraagt  U maar !

    Wel, zegt ze, ik heb op reis voor mijn mama een mooie haardroger gekocht , maar ik zit over het toegelaten bedrag om geen invoerrechten te moeten betalen , zou U die misschien voor mij langs de douane willen halen, onder uw mantel of zo ?

    Ah zegt de priester, dat wil ik graag voor U doen maar … ik mag en kan niet liegen !

    Oh eerwaarde, een man van de kerk gaan ze toch niet controleren !

    Zo gezegd zo gedaan , de pastoor gaat eerst !

    Ha eerwaarde, zegt de douane hebt U iets aan te geven ?

    Mijn zoon, van mijn hoofd tot aan mijn middel heb ik niets aan te geven !

    De beambte, die dit toch maar een raar antwoord vond vraagt dan : en van uw middel naar uw voeten ??? Ah zegt de priester, daar heb ik een prachtig apparaat, bedoeld voor vrouwen maar tot op heden ongebruikt ! De douane schoot in een lach en mijnheer pastoor mocht doorgaan! En hij had niet gelogen !!

  • Rapport

    Jantje komt thuis met een slecht rapport.
    “Voor zo’n rapport lijkt een flink pak slaag wel op zijn plaats!” zegt vader boos.

    Jantje antwoordt:

    “Dat lijkt me een goed idee, pa. Ik weet wel waar de meester woont.”

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *