Vragen

Een man wordt aangesteld om het gras bij de kerk te maaien. De tuinman die er al enkele jaren werkt komt naar hem toe en zegt: straks komt de pastoor langs en hij stelt jou enkele vragen. Zoals? Vraagt de man. Bijvoorbeeld: Waar werd jezus geboren? Ik zou het niet weten zegt de man. Dat was in Bethlehem. Bethlehem, ik zal het onthouden zegt de man. Nog een vraag die hij kan stellen is wie scheidde de zee? Dat weet ik ook niet zegt de man. Dat was Mozes zegt de tuinman. Oh ja zegt de man? Maar dit kan ik moeilijk onthouden allemaal. Dat is geen probleem zegt de tuinman, je schrijft het gewoon op je grasmaaier. Even later komt de pastoor er aan en zegt: Goeiedag beste man, voordat je begint wil ik je eerst een paar vragen stellen. “Oké” zegt de man. Waar werd jezus geboren? De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt: in Bethlehem, pastoor. Dat is goed en nu de 2de vraag: wie scheidde de zee? De man kijkt weer op zijn grasmaaier en zegt: Mozes, pastoor. Dat is ook goed zei de pastoor en nu de laatste vraag: wie waren de eerste 2 mensen op aarde?

De man kijkt op zijn grasmaaier en zegt; BLACK & DECKER!

Similar Posts

  • Ik heb het allemaal gehad….

    Deze morgen zat ik op een bank in het park naast een vreemde zwerver.
    “Vorige week had ik nog alles.” zei hij.
    Een kok maakte mijn eten klaar,
    mijn kamer werd gepoetst,
    mijn kleren werden gewassen
    en ik had een dak boven het hoofd.
    Ik had toegang tot het internet,
    beschikte over een fitnessruimte
    en kon regelmatig een stapje in de wereld zetten.
    Als ik eens een dagje lekker wilde niksen deed ik dat gewoon.”
    “Maar wat is er dan eigenlijk gebeurd?”, vroeg ik,
    “Drugs? Gokken? Een vrouw?”
    “Neen”, antwoordde hij,
    “Ik werd ontslagen uit een Nederlandse gevangenis.”

  • Een Rondje

    Een islamiet komt een café binnen en bekijkt een man met een keppeltje op zijn hoofd aan het eind van de toog.

    Hij roept heel luid: “Rondje voor iedereen, behalve voor die Jood daar! ”

    Als iedereen zijn drank gekregen heeft bekijkt de Jood hem met een grote glimlach en zegt “dank u wel.”

    Die reactie irriteert de Arabier en nog luider dan de eerste keer roept hij: “Geef iedereen wat te drinken, maar die Jood daar krijgt niks! ”

    Iedereen wordt bediend en de Jood bedankt hem nog vriendelijker dan eerst.

    De Arabier leunt naar voren en vraagt de vrouw achter de bar: “Is die Jood soms achterlijk dat hij mij bedankt?”

    “Nee”, zegt ze, “‘t is de baas van ’t café.”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • De Hoed

    Een man zoekt al dagen naar z’n hoed. Uiteindelijk is die niet te vinden. Hij beslist dan maar om zondags naar de kerk te gaan en achteraan plaats te nemen. Tijdens de dienst zou hij dan er vanonder muizen en een van de hoeden nemen die achteraan worden geplaatst. Die zondag gaat hij naar de kerk en zet zich achteraan. De dienst ging over de 10 geboden. De man bleef de gehele dienst zitten i.p.v. vroeger door te gaan en na de dienst gaat hij nog even bij mijnheer pastoor. ‘Vader,’ zegt hij, ‘ik moet wat bekennen. Ik kwam hier vandaag om een hoed te stelen, maar na jouw preek heb ik beslist dit niet meer te doen, waarvoor dank.’ De priester zei hem: ‘God zegene u mijn zoon! Was het tijdens m’n uiteenzetting over: ‘gij zult niet stelen’, dat je het besef kreeg dat je verkeerd zat?’

    ‘Neen,’ zegt de man, ‘het was tijdens je preek over overspel. Toen je daarover begon,  wist ik weer waar ik hem had gelaten.’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *