Paracetamol

Een huisarts belt in het weekend met een loodgieter met de vraag of hij direct kan komen, want hij heeft water in de kelder. De loodgieter probeert de huisarts af te wimpelen en vraagt of het niet kan wachten tot maandag. Maar de huisarts staat erop dat de loodgieter direct komt. Daarop zegt de loodgieter toe dat hij direct gaat komen. Bij de huisarts aangekomen neemt deze hem mee naar de kelder, doet de deur open en de loodgieter ziet inderdaad dat de kelder vol water staat. De loodgieter vraagt de huisarts of die een paracetamol voor hem heeft. De huisarts gaat niet begrijpend een paracetamol halen en geeft deze aan de loodgieter. De loodgieter gooit de paracetamol in het water en zegt tegen de huisarts: “Ik ben weer weg, maar als het maandag niet over is moet je me bellen.

Similar Posts

  • Aan de hemelpoort

    Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
    Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
    De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
    ‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’

    De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
    Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
    Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
    Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’

    ‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
    Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
    We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
    Dan smokkel ik jou de hemel in !’
    Zo gezegd, zo gedaan.

    De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
    ‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
    ‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
    Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
    Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!

    ˜OK, loop maar door!

  • Shit

    Jack ging met z’n vriend Bob skiën. Ze namen Jack’s busje en reden noordwaarts.Nadat ze enkele uren gereden hadden kwamen ze in een verschrikkelijke sneeuwstorm terecht, dus stopten ze bij een nabij gelegen boerderij en vroegen de jonge aantrekkelijke dame die de deur opende of ze konden overnachten.

    ‘Ik ben me ervan bewust dat het buiten slecht weer is, maar ik ben onlangs weduwe geworden,’ zei ze. Ik ben bang dat de buren zullen praten als ik jullie in mijn huis laat overnachten.’

    ‘Wees gerust’, zei Jack. ‘ We zijn blij genoeg om in de schuur te mogen slapen. En als het weer verbetert zullen we bij dageraad  vertrekken. De dame stemde in en de twee mannen gingen naar de schuur waar ze de nacht doorbrachten. De volgende ochtend was het weer opgeklaard en ze gingen verder op weg.

    Ze genoten van een fantastisch skiweekend. Maar 9 maanden later kreeg Jack onverwacht een brief van een advocaat. Het duurde enkele minuten voor hij het begreep, dat het van de advocaat van de aantrekkelijke dame was, die hij tijdens het skiweekend ontmoet had . Hij ging bij zijn vriend Bob langs en vroeg: ‘Bob, herinner je je aan die knappe weduwe van die boerderij waar we 9 maanden geleden tijdens ons skiweekend verbleven?’ ‘Ja’, antwoordde Bob. ‘Euh, ben je die nacht toevallig opgestaan en naar het huis gegaan om haar te bezoeken?’ ‘Wel, euh, ja’, zei Bob een beetje verlegen dat hij betrapt was. ‘Ik moet toegeven dat ik dat gedaan heb.’ ‘En heb je mijn naam in plaats van je eigen naam gebruikt?’ Bob’s gezicht werd vuurrood en hij zei: ‘Tja, kijk, het spijt me, vriend. Ik ben bang van wel. Waarom vraag je dat?

    ‘Ze is net gestorven en heeft me alles nagelaten.’

  • Dokter

    Een ober ligt op de operatietafel. Er komt een chirurg langs die hij herkent als een vaste gast uit zijn restaurant. “Oh, dokter, help me alstublieft”, steunt hij. “Spijt me”, grijnst de chirurg, “Dit is helaas mijn tafel niet. Maar mijn collega komt zo!”

  • Veertien Kinderen

    Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
    De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    De volgende komt binnen.
    Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
    Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
    De oudste komt binnen (14 jaar). 
    Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
    Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
    Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op, 
    als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten, 
    als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
    Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
    Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *