Paracetamol

Een huisarts belt in het weekend met een loodgieter met de vraag of hij direct kan komen, want hij heeft water in de kelder. De loodgieter probeert de huisarts af te wimpelen en vraagt of het niet kan wachten tot maandag. Maar de huisarts staat erop dat de loodgieter direct komt. Daarop zegt de loodgieter toe dat hij direct gaat komen. Bij de huisarts aangekomen neemt deze hem mee naar de kelder, doet de deur open en de loodgieter ziet inderdaad dat de kelder vol water staat. De loodgieter vraagt de huisarts of die een paracetamol voor hem heeft. De huisarts gaat niet begrijpend een paracetamol halen en geeft deze aan de loodgieter. De loodgieter gooit de paracetamol in het water en zegt tegen de huisarts: “Ik ben weer weg, maar als het maandag niet over is moet je me bellen.

Similar Posts

  • Kleine Bennie

    Kleine Bennie zit in de slaapkamerkast van zijn ouders met zijn pluchen beer te spelen. Zijn moeder komt met een vreemde man de slaapkamer binnen, ook om te spelen. Onverwachts komt Bennie’s vader thuis, de vreemde man wordt halsoverkop in de kast verstopt.
    Bennie fluistert: “Ik heb een pluchen beer en als je hem niet voor tien gulden van me koopt, ga ik huilen.” De man betaalt en een paar minuten later zegt Bennie: “Geef mijn beer terug, of ik ga huilen.”
    De beer verwisselt opnieuw van eigenaar. Even later begint Bennie van voren af aan: “Ik heb een pluche beer en als je hem niet voor tien gulden van me koopt, ga ik huilen.”
    Het spel herhaalt zich. Geruime tijd later is de kust vrij, de vreemde man verlaat de kast, 120 gulden armer en zonder beer. De volgende dag vertelt Bennie zijn moeder wat zich in de kast afgespeeld heeft. Zijn moeder stuurt Bennie onmiddellijk ter biecht. In de biechtstoel steekt Bennie van wal: “Ik heb een pluchen beer… “
    Van achter het gordijn: “Grote God! Begin je nu alweer!!!”

  • Alcoholist

    Een alcoholist komt een bar binnen en neemt een borrel. Hij kijkt in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje. Hij kijkt weer in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje etc. De barkeeper zegt: “Wat zit er toch in je jaszak?” De man zegt: “Dat is een foto van mijn vrouw. Zodra zij er goed uit begint te zien, dan weet ik dat het tijd is om naar huis te gaan.”

  • Een goede daad

    Er komt een man bij Sint-Petrus aan de hemelpoort. Sint-Petrus  vraagt hem of hij tijdens zijn leven op Aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.

    “Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de man.
    “Ik kwam langs een parkeerplaats op de A2 en daar was een groep motorrijders een paar vrouwen aan ‘t lastigvallen.

    Ik riep dus dat ze daar moesten mee ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste toe gestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een flinke stomp op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing eruit getrokken. Daarna heb ik naar die andere leernichten geroepen: ‘En nu oprotten jullie, of ik leg jullie er allemaal naast!'”

    Petrus  was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”Antwoordt de man: “Een half uur gelden volgens mij.”            

  • Opscheppen over de kinderen

    Twee moeders zitten in het park op een bankje. Zegt de ene moeder: “Mijn kind van twee kan zijn naam al schrijven.” Zegt de ander: “Mijn kind van twee kan zijn naam zelfs al achterstevoren schrijven.” “O, wat knap! Hoe heet uw kind dan?”. “Mijn kind heet Bob”.

  • Vlaamse Vissen

    Een Vlaming ging op een dag vissen in Wallonië en ving drie karpers.
    Toen hij naar huis reed werd hij tegengehouden door een Waalse opzichter die het niet zo op Vlamingen begrepen had. Hij moest zijn visvergunning tonen en de visser haalde een geldige Waalse vergunning boven. De wachter pakte dan een van de karpers, rook aan het achterste en zei: “Dit is geen Waalse vis, dit is een Noorse vis? Heb jij hiervoor een vergunning?” De Vlaming haalde een Noorse vergunning boven. De wachter keurde ze en greep een andere vis en rook weer aan het achterste. “Dit is geen Waalse vis, dit is een Nederlandse vis. Heb jij een Nederlandse vergunning?” De Vlaming ging in zijn zakken en toonde een Nederlands papier. De wachter nam de derde vis en rook aan het achterste. “Dit is een Duitse vis, heb jij hiervoor een vergunning?” En weer ging de jager in zijn zakken en toonde een Duitse vergunning. De wildwachter raakte nu enorm gefrustreerd en schreeuwde naar de Vlaming: “Waar ben jij, verdorie, toch wel van afkomstig?” De Vlaming draait zich om, laat zijn broek zakken, bukt voorover en zegt: “Ruik jij het maar, jij bent de expert.”

  • Jongen of meisje

    Er liggen twee baby’s naast elkaar in het ziekenhuis. Vraagt de ene baby aan de andere: ‘Ben jij een jongen of een meisje?’ ‘Een jongen!’ antwoordt de andere baby. ‘Hoe weet je dat?’ De jongen kijkt onder de dekens en steekt zijn voeten onder de dekens uit. ‘Kijk, blauwe sokjes!’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *