Paalschildpadden

Boer Charel komt op consultatie bij de dokter. Hij heeft tijdens het werk een flinke snee opgelopen in zijn hand, die gehecht moet worden. De dokter ontsmet de wonde, begint de wonde te hechten, en besluit tijdens de klus een praatje te maken met de boer. Al vlug komt het onderwerp politici ter sprake. Wat vindt Charel, met al zijn boerenverstand, nu feitelijk van onze ministers? ‘Volgens mij zijn het allemaal paalschildpadden’ zegt onze landbouwer. De dokter fronst de wenkbrauwen en vraagt. ‘Paalschildpadden, hoe kom je daarbij?’ ‘Wel, verklaart boer Charel, als je langs een weiland rijdt en je ziet een schildpad balanceren bovenop een paaltje van een omheining, dan is dat een paalschildpad.’ Charel bemerkt de uitdrukking van onbegrip in de ogen van de dokter, en geeft een woordje uitleg. ‘Je ziet die schildpad boven op die paal en je weet dat hij daar niet uit zichzelf is gekomen. Hij hoort er niet thuis en hij heeft geen idee wat hij daar moet doen. Hij zit duidelijk op een hogere positie dan hij aan kan en je vraagt je oprecht af welke idioot hem daar heeft neergezet.’

De dokter knikt bedachtzaam en denkt: dit moet de beste beschrijving van een politicus zijn die ik ooit heb gehoord!!

Similar Posts

  • JANTJE MET SCHOOL NAAR DE POLITIE

    Jantje mag met de klas naar het politiebureau voor een praktijk klas. Op een bord ziet hij foto’s van de 10 meest gezochte criminelen. Een van de kinderen stopt bij een bepaalde foto en vraagt of dat werkelijk de afbeelding was van de gezochte persoon. “Ja”, zegt een agent, “we zijn erg hard naar hem aan het zoeken”. Jantje vraagt: “Waarom hield je hem dan niet vast toen je de foto maakte?”

  • Luieren

    “Wie heeft tegen u gezegd!!,” raast de chef tegen zijn secretaresse, “dat u hier de hele dag kunt luieren, alleen omdat ik u een paar keer gekust heb!?”

    Lachend reageert de secretaresse: “Mijn advocaat!”

  • Pilotengrap

    De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”

  • Straf

    De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
    Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
    ‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
    ‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
    ‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
    ‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
    ‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
    ‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
    ‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
    Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
    ‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
    ‘Swen Snippers, meneer.’

  • Hulp van boven

    Een blondje, Peggy genaamd, zit diep in de miserie. Haar zaak is failliet gegaan en ze is in serieuze financiële moeilijkheden. Ze is zo wanhopig dat ze besluit om God om hulp te vragen. Ze begint te bidden: “God help mij alstublieft ! Ik ben mijn zaak kwijt en als ik niet snel geld binnen krijg, ben ik mijn huis ook kwijt ! Laat mij alstublieft de Lotto winnen !”

    Het is Lotto- avond en iemand anders wint de grote pot. Peggy begint weer te bidden. “God, laat me alstublieft de Lotto winnen ! Ik ben mijn zaak kwijt en mijn huis en ik ga weldra mijn auto ook moeten verkopen !”

    Lotto-avond komt en gaat en Peggy heeft weer geen geluk. En weer zit ze op haar knieën om te bidden. “Mijn God, waarom heb je mij verlaten? Ik heb mijn zaak verloren, mijn huis, mijn wagen en mijn kinderen zijn aan het verhongeren. Ik vraag je niet vaak om hulp en ik heb je steeds goed gediend ALSTUBLIEFT laat mij deze ene keer de Lotto winnen zodat ik mijn leven weer kan organiseren.

    Plotseling is er een verblindende lichtflits als de hemel opentrekt en Peggy hoort de stem van God zelf weergalmen: “Peggy, help me een heel klein beetje ……… koop nu eindelijk eens een biljet.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *