Biefstuk
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Pietje zit al weken verveeld voor zich uit te staren in de klas.
De juf krijgt het op haar zenuwen en vraagt:
‘Pietje, wat is jouw probleem ?’
Pietje antwoordt: ‘Ik ben veel te slim voor de 1e klas.
Mijn zusje zit in de derde klas maar ik weet veel meer dan zij en dus moet ik óók eigenlijk naar de 3e klas’.
De juffrouw vindt dat een moeilijke kwestie en spreekt erover met de directeur.
Terwijl Pietje buiten het kantoor van de directeur moet wachten legt de juffrouw het probleem aan hem uit.
‘Laat hem binnenkomen, dan zal ik hem even persoonlijk testen’ zegt de directeur ..
‘Als hij ook maar èèn vraag niet kan beantwoorden dan blijft hij gewoon in de 1e klas’.
De juffrouw gaat hiermee akkoord en
Pietje mag binnenkomen.
De directeur: ‘Hoeveel is 3 x 3’?
Pietje: ‘9’
Directeur: ‘Hoeveel is 6 x 6 ?’
Pietje; ’36’
En zo beantwoordt Pietje alle vragen die eigenlijk een derdeklasser pas behoort te weten. De directeur kijkt de juffrouw aan en zegt
‘Ik denk dat Pietje best wel naar de 3 klas kan gaan’
Maar de juffrouw twijfelt nog steeds en vraagt of ze óók nog een paar vragen mag stellen. De directeur gaat hiermee akkoord en de juffrouw stelt haar eerste vraag;
‘Waarvan heeft een koe er vier, terwijl ik er maar twee heb?’
Pietje: ‘benen’
De Juffrouw; ‘Wat heb jij in je broek en ik niet?’
Pietje: ‘Zakken’
De Juffrouw: ‘Wat begint met een K en eindigt met een T, is behaard, ovaal en smakelijk?’
Pietje: ‘een kokosnoot’
Intussen zakte de mond van de directeur ver open van verbazing.
De juffrouw vervolgde met: ‘wat gaat er hard en stijf naar binnen en komt er zacht en slap uit?’
Pietje: ‘kauwgum’
De Juffrouw: ‘Wat doet een man rechtopstaand, een vrouw zittend en een hond op drie poten?’
Pietje; ‘Een hand geven’
De Juffrouw: ‘noem een Engels woord dat begint met een F en eindigt met een K’
Pietje; ‘Firetruck’
De directeur zucht heel diep en zegt:
‘Laat hem maar naar de vijfde klas gaan, want die laatste zes vragen had ik al allemaal fout’.
Moeder Overste van het klooster is wakker geworden in een opperbeste stemming, en beslist de ronde van de kloostercellen te doen.
– Goeie morgen, Zuster Marie-Josephe, ik vind je deze morgen zeer knap, en wat je draagt staat je beeldig!
– Ook goeie morgen, Moeder Overste, maar ik heb de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!
Het antwoord beviel haar niet erg, maar toch besliste ze haar cellenrondgang voort te zetten.
– Goeie morgen Zuster Maria, ik vind je zeer goed deze morgen en wat je draagt staat je uitstekend!
– Dank je Moeder Overste, ik vind je ook netjes, maar ik heb toch de indruk dat je de verkeerde kant uit bed bent gestapt!
De overste bijt zich op de lippen en vervolgt haar rondgang, maar van alle nonnen krijgt ze hetzelfde antwoord.
Als ze bij de vijftiende non arriveert, staan haar zenuwen op springen en met de tanden op elkaar zegt ze:
Dag Zuster Noëlla, wees eens vriendelijk en … vind jij ook dat ik deze morgen de verkeerde kant uit bed ben gestapt?
– Ja, Moeder Overste …
– En waarop baseer je je???
– Je draagt de sandalen van Pater Emile!!
Vier studenten aan de hogeschool arriveerden maar liefst twintig minuten te laat op een belangrijk schriftelijk examen. De betrokken hoogleraar, die zelf surveilleerde, deelde de studenten mee dat ze te laat waren en om die reden niet meer aan het examen konden deelnemen. De studenten probeerden de hoogleraar te vermurwen en voerden als excuus aan, dat ze gevieren met de auto waren gekomen en dat deze een lekke band had gehad. In dat geval, zo vond de hooggeleerde, verdienden de vier heren een extra kans; een schriftelijk examen bij hem thuis, de week daarop, op hetzelfde tijdstip. Vanzelfsprekend was het viertal die dag stipt op tijd. Elke student kreeg een aparte kamer toegewezen met een stoel en tafel, waarop een gesloten omslag lag met de examenvragen. Het gevreesde examen bestond uit slechts één vraag: ”Welke band was lek?”
De directeur van Heineken komt bij de Paus op bezoek en zegt: “Ik geef u 1 miljoen euro als u in uw gebed in plaats van: “geef ons heden ons dagelijks brood” eens zegt: “geef ons heden ons dagelijks bier”. “Onmogelijk” wimpelt de Paus zijn voorstel af. Een jaar later komt de directeur opnieuw naar de Paus en biedt hem nu 5 miljoen euro. Weer weigert de Paus. Als de bierdirecteur voor de derde keer de Paus komt smeken of hij nu “geef ons heden ons dagelijks bier” wil zeggen, nu voor 20 miljoen euro, aarzelt de Paus en belt zijn secretaresse:”Wanneer loopt dat contract met die bakker af?”
De kastelein vraag aan de man aan de bar wat hij wenst te drinken. ”Geeft u mij een pilsje”, zegt de man ”en geef die man met die pet op aan het tafeltje er ook een van mij.”
Zo gezegd, zo gedaan. Als de man aan de bar zijn pilsje leeg drinkt zegt hij tegen de kastelein: “geeft u mij nog een pilsje en die man met de pet op geeft u ook nog een van mij”. Dat tafereel speelt zich zo nog vijf keer af, waarop de vriend van de man met de pet zegt: “geef mij jouw pet eens even, dan krijg ik ook eens iets van die kerel te drinken”. ”Oké” zegt de pettenman en geeft zijn vriend zijn pet.
Vervolgens zegt de man aan de bar tegen de kastelein: “mag ik nog een pilsje van u en geef de man tegenover die met de pet op ook eens een van mij, want die ander heeft er al genoeg van mij gehad !”
Het sneeuwt in het park en na school gaan alle kinderen op het heuveltje in het park sleeën. Als Jantje wil gaan sleeën, vraagt Keesje: ‘Mag ik meedoen?’ Zegt Jantje: ‘Ja is goed! Doen we om de beurt, jij neemt hem mee naar boven en ik naar beneden.’