Biefstuk

Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”

Zegt de ober! ,,O bent u slager?”

“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.

Similar Posts

  • Een goede daad

    Er komt een man bij Sint-Petrus aan de hemelpoort. Sint-Petrus  vraagt hem of hij tijdens zijn leven op Aarde ooit een goede daad gedaan heeft, waardoor hij zonder twijfel in de hemel thuishoort.

    “Ik kan mij wel zoiets herinneren”, zegt de man.
    “Ik kwam langs een parkeerplaats op de A2 en daar was een groep motorrijders een paar vrouwen aan ‘t lastigvallen.

    Ik riep dus dat ze daar moesten mee ophouden, maar dat hielp niet echt. Toen ben ik op de grootste toe gestapt, heb hem van zijn motor gesleurd, hem op de grond gesmeten, een flinke stomp op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing eruit getrokken. Daarna heb ik naar die andere leernichten geroepen: ‘En nu oprotten jullie, of ik leg jullie er allemaal naast!'”

    Petrus  was onder de indruk en vroeg: “Wanneer was dat precies?”Antwoordt de man: “Een half uur gelden volgens mij.”            

  • ONWEER

    Het is een hete zomerdag geweest en net als mama haar kind in bed wil stoppen breekt een hevig onweer uit. De kleine jongen is doodsbang en met een trillende stem vraagt hij: ‘Mama, wil je bij mij slapen vannacht?’ Moeder geeft haar zoontje een flinke knuffel en zegt: ‘Dat kan niet, ik moet bij papa slapen.’ Het jongetje is even stil en zegt dan: ‘Wat een grote bangerik is hij toch, hè?’

  • Raadsel

    In de klas is het tijd voor het kringgesprek. De juf zegt: Vandaag gaan we raadsels aan elkaar vertellen.  Jantje begin jij maar. O.K zegt Jantje. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan. Rara wat is dat?  Ga jij maar even in de gang staan, zegt juf boos. Op de gang komt Jantje de directeur tegen. De directeur vraagt Jantje, waarom sta jij hier op de gang? Nou, zegt Jantje we gingen raadsels vertellen en ik ben er uitgestuurd. Wat was je raadsel dan? Vraagt de directeur. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan. Ga jij maar naar huis Jantje zegt de directeur. Bij thuiskomst vraagt moeder aan Jantje waarom ben jij zo vroeg? Wij gingen raadsels vertellen en ik ben er uit gestuurd. Wat was je raadsel dan? Vraagt moeder. Het gaat er droog in, het gaat er nat uit, dan hangt er een druppeltje aan.  Ga jij maar naar je kamer commandeert moeder.

    Als Jantje op zijn bed zit mompelt hij beteuterd in zichzelf:  Al die ellende om een theezakje

  • Een Non

    Een non neemt een taxi naar Brussel en merkt dat de knappe chauffeur haar voortdurend in ‘t oog heeft.
    Ze vraagt hem waarom hij haar constant zo intens bekijkt.
    Hij antwoordt: “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet in verlegenheid brengen”.
    Ze stelt hem gerust: “Mijn zoon, ge kunt me niet kwetsen, als je non was en zo oud als ik heb je zo goed als alles al gezien en gehoord.

    Ik weet zeker dat je me niets kan zeggen of vragen dat voor mij beledigend of kwetsend kan zijn”.
    Hij: “Wel, ik droom altijd opnieuw dat een kloosterlinge me heel passioneel kust”.
    De non: “Wel, dan kijken we wat daaraan kan gedaan worden. Eerst en vooral moet je vrijgezel zijn en daarnaast ook katholiek”.
    De taxichauffeur, al helemaal opgegeild, antwoordt: “Jaja, ik ben vrijgezel én katholiek!”
    “Oké”, zegt de non, “sla maar de eerstvolgende landweg in”.
    Daar voldoet ze aan zijn fantasie met een overtuiging die de meest geroutineerde straatmadelief zou doen blozen.
    Als ze de weg voortzetten begint de chauffeur te huilen.
    “Mijn kind”, zegt de non, “waarom huil je nu toch?”.
    “Vergeef me dat ik gezondigd heb. Ik moet bekennen dat ik gelogen heb: ik ben getrouwd en ben een jood”.
    De non antwoordt: “Trek het je niet aan. Ik heet Dirk, ben homo en ik ben op weg naar ‘t carnaval in Aalst “.

  • EEN KIJKJE NEMEN IN DE HEMEL

    Er loopt een man door het Springendal. Plotseling komt hij op een kale plek en ziet voor zich een touw hangen. Hij kijkt waar het touw vandaan komt, maar dat touw verdwijnt gewoon in de wolken… zo hoog. De man wordt nieuwsgierig en klimt naar boven. Hij klimt en klimt en klimt en klimt… tot hij bij de Hemelpoort komt. Petrus kijkt de man verbijsterd aan. ‘Wat doet u hier, het is nog lang uw tijd niet!’ De man legt uit hoe hij er is gekomen is en vraagt:’Goh, nu ik hier toch ben.. mag ik dan even een kijkje nemen?’ Petrus haalt zijn schouders op en zegt:’Waarom ook niet, als je maar zorgt dat je stipt om 2 uur terug bent. Dan haal ik het touw weg en is er geen weg terug.’ De man stemt in en hij verdwijnt de hemel in. En het is er prachtig! Mooi weer… mooie stranden… mooie vrouwen… gratis bier en hapjes…noem maar op! Je snapt het natuurlijk al, de man vergeet helemaal de tijd. Om 3 uur slaat de schrik hem om het hart en hij spurt terug naar de Hemelpoort en jawel hoor… het touw is weg. Petrus ziet de man en haalt zijn schouders op: ‘Sorry hoor, ik heb je gewaarschuwd! Er is geen weg meer terug. Ga maar weer de hemel in.’ De man begint te smeken of hij a.u.b. weer terug mag… zijn werk op aarde is nog niet af… vrouw en kinderen kunnen hem nog niet missen, etc…, etc…. Petrus laat zich uiteindelijk vermurwen. ‘Het enige wat ik voor je kan betekenen is je veranderen in een spin. Dan kun je zelf een draad spinnen en je naar beneden laten zakken. Eenmaal op aarde verander je vanzelf weer in een mens.’ De man stemt in, wat moet hij anders. En Petrus verandert hem in een spin. De man/spin laat zich aan zijn eigen draad zakken en jawel hoor, 30 meter boven de grond is het spinrag op. De man is wanhopig. ‘Zo kan ik toch niet blijven hangen?’, denkt hij en hij perst er nog een stuk spinrag uit… jawel… weer 5 meter verder…. ‘ ‘Nee,’ denkt die man, da’s me nog te hoog! ‘Hij haalt heel diep adem en ‘mmmmmppppppffffff,’ hij probeert er weer wat spinrag uit te persen…. Op dit moment maakt zijn vrouw hem wakker: ‘JOOP!!!!! wakker worden…. je schijt het hele bed onder!!!’

  • Allemaal bezig

    • Belt een verzekeringsman op naar zijn cliënt. Neemt een klein meisje de telefoon op, waarop de man vraagt of hij haar vader mag spreken. Antwoordt het meisje fluisterend: “Dat gaat niet, die is bezig.” Dus de verzekeringsman vraagt haar naar haar moeder. Antwoord het meisje weer fluisterend: “Die is ook bezig.” “Nou, misschien is dan je oudere broer of zus thuis?” Zegt het meisje weer fluisterend door de telefoon: “Die zijn ook allebei bezig.” Nou die verzekeringsman denkt ook bij zichzelf; wat voor een huishouden heb ik nu weer aan de lijn. Dus hij vraagt het meisje maar wat ze eigenlijk aan het doen zijn. Waarop het meisje weer fluisterend antwoord: “Ze zijn mij aan het zoeken.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *