Biefstuk
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Een blondje komt juichend haar stamcafé binnen. Ze bestelt een bacardi-cola en begint na elke slok te glunderen, terwijl ze tegen zichzelf hardop zegt: “Wauw…binnen 30 dagen…tis niet te geloven!!!” De barman kijkt haar vreemd aan en vraagt: “Wat bedoel je met 30 dagen?” “Nou,” zegt het blondje, “ik heb een legpuzzel binnen 30 dagen in elkaar gezet, terwijl op de doos staat ’3 tot 5 jaar’!”
Een briefje van 50 euro en een muntstuk van 20 eurocent overlijden en komen aan de hemelpoort aan. Het muntstuk van 20 eurocent wordt als een echte held onthaald. Het wordt behandeld in de hemel als een echte koning. Het mag aan de tafel naast God zitten, mag in de kamer naast God slapen, … terwijl het briefje van 50 euro behandeld wordt als een nietsnut. Het briefje van 50 euro zegt: “Waarom word ik slechter behandeld dan een muntstuk van 20 cent? Ik ben toch meer waard dan 20 cent…”. Waarop God antwoordt: “Je hebt gelijk, maar ik heb je nooit in de kerk gezien”.
Oma komt in het rusthuis terecht en iedereen staat klaar om haar te helpen. De verpleegsters wassen haar, geven haar een uitgebreid ontbijt en zetten haar in de stoel voor het venster met zicht op de prachtige tuin.
Alles lijkt perfect tot Oma ineens lichtjes naar rechts begint over te hellen. Onmiddellijk storten twee verpleegsters zich op haar en zetten haar weer rechtop. Alles lijkt zich te normaliseren totdat ze naar links begint over te hellen.
Weer snellen de verpleegsters toe om haar terug in de correcte houding te hijsen. Enkele dagen later komt de familie op bezoek om te zien hoe het met haar gaat. “Is alles goed verlopen tot nu toe en zijn ze vriendelijk voor U” vragen ze belangstellend.
Waar op Oma antwoord: “Het is hier zo slecht nog niet behalve dat je geen kans krijgt om een scheet te laten”!!
Er loopt een dikke man over straat met naast ‘m zijn hele dunne vriend. De dikke man zegt tegen de dunne:
“Als ik jou zie, dan denk ik altijd dat er in Nederland hongersnood heerst.”
Waarop zijn dunne vriend antwoordt:
“En als ik jou zie, dan denk ik dat jij daar de oorzaak van bent!”