Biefstuk
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
De dokter schreef een hoorapparaat voor, voor een van zijn oudere patiënten. De man zag er tegenop om zo’n ding te dragen, maar toen hij inzag dat het nauwelijks zichtbaar was, besloot hij het toch te proberen. Een maand later kwam hij op controle.
– “Hoe gaat het?” vroeg de dokter.
– “Wel, ik heb de afgelopen maand dingen gehoord die ik nog nooit gehoord had”, zei hij.
– “Dat is prachtig!”, zei de dokter. “En wat denkt uw familie erover?”.
– “O, ik heb het ne nog niet verteld. Ik amuseer me rot! Ik heb mijn testament al vijfmaal veranderd.
“Wie heeft tegen u gezegd!!,” raast de chef tegen zijn secretaresse, “dat u hier de hele dag kunt luieren, alleen omdat ik u een paar keer gekust heb!?”
Lachend reageert de secretaresse: “Mijn advocaat!”
Een Vlaming ging op een dag vissen in Wallonië en ving drie karpers.
Toen hij naar huis reed werd hij tegengehouden door een Waalse opzichter die het niet zo op Vlamingen begrepen had. Hij moest zijn visvergunning tonen en de visser haalde een geldige Waalse vergunning boven. De wachter pakte dan een van de karpers, rook aan het achterste en zei: “Dit is geen Waalse vis, dit is een Noorse vis? Heb jij hiervoor een vergunning?” De Vlaming haalde een Noorse vergunning boven. De wachter keurde ze en greep een andere vis en rook weer aan het achterste. “Dit is geen Waalse vis, dit is een Nederlandse vis. Heb jij een Nederlandse vergunning?” De Vlaming ging in zijn zakken en toonde een Nederlands papier. De wachter nam de derde vis en rook aan het achterste. “Dit is een Duitse vis, heb jij hiervoor een vergunning?” En weer ging de jager in zijn zakken en toonde een Duitse vergunning. De wildwachter raakte nu enorm gefrustreerd en schreeuwde naar de Vlaming: “Waar ben jij, verdorie, toch wel van afkomstig?” De Vlaming draait zich om, laat zijn broek zakken, bukt voorover en zegt: “Ruik jij het maar, jij bent de expert.”
Een Nederlander en een Duitser stappen binnen in een patisserie. De Duitser pikt daar direct twee gebakjes en steekt die in zijn zakken. “Goed hé”, zegt die Duitser. De Nederlander zegt: “Ik zal nog iets gekker doen”. Hij vraagt aan de baas een gebakje en zegt: “Ik ga een goocheltoer doen”. En hij eet dat ding in één keer op. “Geef me er nog een…. ” Ook deze eet hij direct op. Die bakker vraagt “en, wat is de goocheltoer?” “Juist”, zegt de Nederlander, “kijk nu eens in de zakken van die Duitser”.