Duitse les

DER, DIE, DAS. Jantje zit met zijn klasgenootjes in de Duitse les. De juffrouw heeft een oefening bedacht en legt deze uit: ‘Wie kan een zin bedenken waar de drie Duitse lidwoorden DER, DIE en DAS in voorkomen?’ Jantje denkt even na en steekt zijn vinger op. De juffrouw ziet dit en vraagt aan Jantje zijn zin op te zeggen. Jantje zegt: ‘Nou juf…, MEINE SCHWESTER HAT EIN KINDCHEN BEKOMMEN .’ De juf antwoordt: ‘Maar Jantje, daar zitten toch niet de drie lidwoorden in? ‘ Waarop Jantje zegt: ‘Maar ik was nog niet klaar.’ 

En hij gaat verder: ‘… ABER DER DIE DAS GEMACHT HAT, IST VERSCHWUNDEN.’

Similar Posts

  • Positief

    Een Surinaamse zakenman moet op zakenreis naar het buitenland.
    Hij roept zijn trouwe Javaanse knecht Tjokro en zegt hem dat hij op het huis moet passen en dat hij hem bij elk probleem dat zich voordoet moet bellen.
    Na enkele dagen niets te hebben gehoord wordt de zakenman ongerust en belt zelf Tjokro op.
    “Dag Tjokro, hoe gaat het?”
    “Alles zéér slecht, meneer.”
    “Waarom, wat is er gebeurd?”
    “Ik heb steel van schop gebroken.”
    “Maar Tjokro, potdomme, je hebt mij bijna een infarct bezorgd door te zeggen dat het slecht gaat en het is slechts de steel van de schop die gebroken is??”
    Hij haalt eens diep adem en vraagt dan: “hoe is dat gebeurd?”
    “Het gebeurde bij begraven van hond.”
    “Wat, mijn hond?! Is ie dood? Hoe kan dat nu?”
    “Hij in zwembad gevallen.”
    “Maar Tjokro, hoe kan een terrier verdrinken, hij kon zwemmen als een vis!”
    “Geen water in zwembad, hij erin spring, en is dood gevallen.”
    “Hoe zo geen water in het zwembad, vorige week is het zwembad gereinigd en toen ik vertrok was het nog vol water!”
    “Ja maar, water genomen door de brandweer om brand te blussen.”
    “Welke brand, Tjokro?!”
    “Huis is in brand gevlogen, meneer.”
    “Mijn huis? Maar hoe is dat mogelijk?”
    “Rouwdienst voor uw moeder, kaars te dicht bij gordijn en alles verbrand.”
    “Is mijn moeder dood? Wij hebben vorige week pas haar 70ste verjaardag gevierd en zij was nog kerngezond!”
    “Uw moeder kon andere nacht niet slapen, ging slaapmiddel vragen aan mevrouw, die was met uw beste vriend in bed en toen moeder is dood gevallen van de schrik.”
    “Mijn vrouw heeft mij bedrogen met mijn beste vriend?? Kun je mij dan niets positiefs vertellen, Tjokro?”
    “Jawel, meneer, herinnert u zich dat u 14 dagen geleden aidstest hebt gedaan?”
    “Ja, en?!”
    ” Wel, is positief, meneer!”

  • Liefde op het eerste gezicht

    Een man en een vrouw zitten rechtover tegen elkaar in de trein, de vrouw zegt tegen de man telkens als je me aankijkt en naar mij glimlacht heb ik de neiging om je bij mij thuis uit te nodigen, wauwww zegt de man is het liefde op het eerste gezicht, nee zegt de vrouw ik ben tandarts.

  • Lepel

    Een dorpspastoor kreeg bezoek van een jongere collega. Tijdens het eten merkt de jonge pastoor op dat de oude pastoor veel zat te kijken naar zijn huishoudster. De jonge pastoor zei dit en de oude pastoor verzekerde dat er niks tussen hem en zijn huishouder was. Een week later vertelde de huishoudster dat er een lepel ontbrak. De oude pastoor belt naar de jonge collega en zegt: “Ik zeg niet dat je die lepel hebt, maar heb je hem, ja of nee?” Het antwoord van de jonge pastoor was: “Als je in je eigen bed sliep, meneer pastoor,  had je hem allang gevonden!”

  • Rapport

    Jantje komt thuis met een slecht rapport.
    “Voor zo’n rapport lijkt een flink pak slaag wel op zijn plaats!” zegt vader boos.

    Jantje antwoordt:

    “Dat lijkt me een goed idee, pa. Ik weet wel waar de meester woont.”

  • Opscheppen

    Op de speelplaats wordt opgeschept.

    ‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’

    ‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’

    ‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *