In het ziekenhuis
Dokter: “We hebben tijdens uw operatie dertig theelepeltjes in uw maag gevonden!”
Patiënt: “Natuurlijk, dat was het recept. Tien dagen lang drie keer per dag één theelepel.”
Dokter: “We hebben tijdens uw operatie dertig theelepeltjes in uw maag gevonden!”
Patiënt: “Natuurlijk, dat was het recept. Tien dagen lang drie keer per dag één theelepel.”
Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
Zegt Jantje: “58.”
“Mis.”
Zegt Marietje: “49.”
“Ook mis.”
Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
“Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
“Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”
Erik komt vol trots op school en vertelt aan zijn vrienden dat zijn hond kan liegen. ‘Wat een onzin’, roepen zijn vrienden in koor. ‘Maar het is echt waar!’ zegt Erik. ‘Als ik hem vraag: “Wat doet de poes?” dan antwoordt hij: “Woef, woef!” Zie je wel dat hij kan liegen.’
Een dronken, fel naar alcohol ruikende man zat in de metro naast een priester.
Zijn das zat vol vlekken, zijn wangen zaten vol rode lippenstift en een halflege fles Bacardi stak deels uit de zak van zijn verkreukte vest.
De man opende zijn krant en begon erin te lezen.
Na een vijftal minuten richtte hij zich tot de priester en vroeg:
“Zeg, eerwaarde, weet u de oorzaak van artritis?”
“Ja, mijn zoon, dat komt door erg losbandig te leven, te veel alcohol te drinken, niet naar de mis te gaan, te slapen met prostituees, geen bad te nemen, enzovoort.”
“Oh merci”, mompelde de dronken man terwijl hij weer in zijn krant dook.
De priester, nadenkend over wat hij gezegd had en een beetje nieuwsgierig geworden vroeg aan de man: “Neem me niet kwalijk maar hoe lang heb je al artritis?”
“Ikke? Ik heb geen artritis, eerwaarde, maar ik heb net in de krant gelezen dat de paus dat heeft.
Erik komt naar beneden voor zijn ontbijt, zijn moeder vraagt hem of hij zijn klusjes al heeft gedaan. “Nog niet”, zegt Erik. “Dan krijg je nog geen ontbijt”, zegt zijn moeder. Dus Erik is helemaal chagrijnig. Hij gaat de kippen voeren en geeft een kip een schop! Dan gaat hij de varkens voeren en geeft een varken een schop! Dan gaat hij de koeien melken en geeft een koe een schop! Dan komt hij weer binnen. Zijn moeder geeft hem een kom droge havermout. “Waarom krijg ik nu geen eieren en spek? En waarom geen melk in mijn havermout?” vraagt Erik verontwaardigd. “Wel?, zegt moeder, ik zag je een kip schoppen, dus je krijgt geen eieren voor een week.” “En ik zag je een varken en een koe schoppen, dus krijg je ook geen spek en melk voor een week”, zegt zijn moeder streng. Erik baalt nog meer. Dan komt zijn vader binnen, hij schopt de poes opzij en gaat zitten aan het ontbijt. Erik kijkt lachend naar zijn moeder en zegt: “Vertel jij het hem of zal ik???”
Bij Henk valt een briefkaart in de bus. Hij zwaait ermee naar Wim en zegt “’t Is van mijn broer”.
“Ja maar” repliceert Wim “Hoe wee je dat, er staat helemaal niks op geschreven!”
“Ja juist daarom”, zegt Henk. “We spreken al jaren niet meer tegen elkaar!”
Midden in de nacht drong een inbreker een huis binnen. Hij liet zijn zaklantaarn door de huiskamer schijnen, op zoek naar kostbaarheden. Toen hoorde hij een stem in het donker, die zei: “Jezus weet dat je er bent !” De inbreker kreeg zowat een hart verzakking, knipte zijn zaklantaarn uit en bleef stokstijf staan. Toen hij na een tijdje niets meer hoorde, schudde hij zijn hoofd en ging verder met zijn “werk”. Maar nèt toen hij de dvd-speler naar zich toe trok, zodat hij de bedrading los zou kunnen maken, hoorde hij, luid en duidelijk: “Jezus kijkt naar je !” Helemaal overstuur scheen hij met zijn lantaarn om zich heen, op zoek naar de plek waar de stem vandaan kwam. Uiteindelijk kwam de lichtbundel van zijn zaklamp in een hoek van de kamer tot stilstand, gericht op een papegaai. “Was jij dat, die tegen me praatte ?”, siste de dief tegen de papegaai. “Yes”, bekende de papegaai en krijste verder: “Ik wil je alleen maar waarschuwen dat hij naar je kijkt”. De inbreker ontspande zich weer een beetje: “Me waarschuwen, hè? En wie ben jij dan wel ??” “Mozes”, antwoordde de vogel. “Mozes ?”, lachte de inbreker, “wie noemt een vogel nu Mozes ?” “Hihi”, lachte de papegaai, “mensen die een Rottweiler Jezus noemen!”.