VISSEN

Om 7 uur ‘s ochtends zit ik lekker te vissen langs het Amsterdam Rijnkanaal. De damp staat nog op het water. Ik zit net, komt er een man achter mij staan kijken. Het wordt acht uur, negen uur, tien uur, twaalf uur. Ik neem ’n boterhammetje en koffie en nog steeds staat die kerel achter mij naar m’n dobber te staren. Om 2 uur ‘s middags staat hij er nòg. Als ik om 7 uur ‘s avonds mijn spullen inpak, staat die vent nòg achter me. Ik zeg: “Meneer, u heeft nu 12 uur lang achter mij staan kijken. Waarom koopt u geen hengel? Kunt u zelf gaan vissen.” Zegt die man: “Sorry hoor, maar daar heb ik echt geen geduld voor . . . ”

Similar Posts

  • Schoonmoeder

    Een pasgetrouwde boer en zijn vrouw werden gebeld door de moeder van de bruid. Deze wilde meteen de boerderij komen bekijken. De boer probeerde oprecht vriendelijk te zijn tegenover zijn schoonmoeder, hopende dat hij een vriendschappelijke relatie met haar zou kunnen krijgen.

    Maar bij elke gelegenheid die zich voordeed zat zijn schoonmoeder zonder doel te zeuren, veranderingen aan te bevelen, ongevraagde adviezen te geven en maakte zo het leven van de boer en zijn bruid ondraaglijk.

    Terwijl ze door de schuur liepen, sprong de ezel van de boer plotseling naar voren en stootte de schoonmoeder voor haar hoofd, waardoor deze ongelukkig viel, en op slag dood was.

    Op de begrafenis, een paar dagen later, stond de boer naast de kist en begroette de mensen die langsliepen. De pastoor zag dat, wanneer er een vrouw langsliep die iets tegen de boer fluisterde, hij ja schudde met zijn hoofd, en iets terugzei. Wanneer er een man langsliep die iets tegen de boer fluisterde, schudde hij nee en mompelde hij iets terug. De pastoor, die dit toch wel een beetje merkwaardig vond, vroeg na afloop van de begrafenis waarom hij toch telkens ja en nee schudde. De boer antwoordde:
    “De vrouwen zeggen, wat een verschrikkelijk drama, en ik knik, ja en zeg, dat was het zeker.
    De mannen vragen, kan ik jouw ezel lenen? en ik schud nee en zeg, dat kan niet, hij is al voor een heel jaar volgeboekt.”

  • Twee Blondjes

    Twee Amsterdamse blondjes zitten op een terras aan een gracht. Zegt er een: “ik heb mijn rijexamen gedaan”. “O ja”, zegt de ander “en hoe was het”. “Niet goed” zegt de eerste “weer verkloot”. “Ik kom bij een rotonde en daar staat een bord waar 30 op staat, dus ik rij netjes 30 keer rond”. “Ai” zegt de ander, “en heb je verkeerd geteld of zo?”

  • Belgische Douane

    Vijf Nederlanders in een Audi Quattro arriveren bij een Belgische grenspost.
    Daar worden ze gestopt door beambte Sjefke die zegt:
    ‘Het is ille…gaal om vijf mensen in een Audi Quattro te vervoeren; Quattro betekent vier.’
    ‘Quattro is alleen de naam van de auto,’ antwoordt de bestuurder.
    ‘Je kunt er best vijf mensen in vervoeren. Wil je de papieren zien!!!!’
    ‘Dat zal weinig verschil uitmaken,’ antwoordt Sjefke.
    ‘U hebt vijf mensen in uw Quattro en U breekt daarmee de wet.’
    De Nederlander wordt ongeduldig en zegt: ‘Zou je je baas kunnen roepen? Ik zou graag met iemand willen spreken die verstand van zaken heeft.’
    ‘Sorry,’ antwoordt Sjefke, ‘Agent Versmulders heeft het nu te druk met twee Italianen in een Fiat Uno.’

  • Alcohol controle

    Een man komt uit een café, stapt zijn auto in en rijdt richting huis.
    Na 200 meter wordt de man aangehouden door een politieagent.
    Agent: “Goedenavond meneer, wij doen een alcoholcontrole. Wilt u even op het pijpje blazen?”
    Man: “Dat gaat niet want ik heb astma. Als ik op zo’n pijpje blaas heb ik voorlopig geen lucht meer.”
    Agent: “Gaat u dan even mee naar het bureau, dan kunnen wij een bloedproef doen.”
    Man: “Dat kan ook niet want ik heb bloedarmoede. Als u me een keer prikt, loop ik leeg.”
    Agent: “Dan vrees ik dat u even uit moet stappen en over die witte lijn moet lopen.”
    Man: “Dat kan ook niet.”
    Agent: “Waarom niet?”
    Man: “Ik ben stom lazarus.”

  • Frans

    Zegt een leraar tegen een leerling: “Ken jij Frans?”

    “Jazeker meneer, Frans is mijn oom.”

    “Nee, dat bedoel ik niet, spreek jij Frans?”

    “Ja, meneer, elke zondag als hij bij ons op bezoek komt.”

    “Nee, ik bedoel: versta jij Frans?”

    “Ja meneer, maar dan moet hij wel Nederlands praten.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *